Met enige regelmaat zie ik de stelling langs komen dat we bij bieren van ambachtelijke brouwerijen het maar moeten pikken als de kwaliteit nogal eens te wensen over laat. Met alle respect: ik vind dat on zin en zelfs gevaarlijk voor ons bierlandschap.
Bier brouwen is een ambacht. Uit de geschiedenisboekjes heb ik geleerd dat het leren van een ambacht de nodige tijd en energie kostte. Je begon onder aan de ladder, als krullenjongen of zo iets, werkte je dan langzaam op tot je uiteindelijk een meesterstuk mocht maken en als dat goed ging had je aangetoond een ambachtsman te zijn en dan mocht je je meester noemen. Zo had je meester bakkers, meester meubelmakers en zo meer. Zo'n meester had een naam te verliezen en zorgde er dan ook wel dat wat in zijn naam gemaakt werd kwalitatief goed was. Ook als een van zijn gezellen er aan had gewerkt. Een goede naam verliezen gaat immers nogal wat sneller dan er een opbouwen als je niet oplet.
Bij ambachtelijke brouwerijen schijnt het allemaal wat anders te werken. Daar lijkt het er op dat als je maar roept dat je ambachtelijk bent je ongeveer overal mee weg komt. Dat zelfs mensen die zichzelf onder de kenners scharen er dan ineens begrip voor hebben dat de kwaliteit niet constant is, dat er pogingen gedaan worden om brouwfouten onder de mat te vegen. Want zo'n kleine brouwer kan geen laboratorium inrichten en mist veel andere mogelijkheden om de kwaliteit van zijn bier te kunnen garanderen. Voor mij klinkt dat als een meubelmaker die roept dat hout nu eenmaal een natuurproduct is en dat ik dus niet zeuren moet als een tafel die ik van het gekocht heb na een week helemaal krom is getrokken. Ik denk niet dat ik daar in zou trappen en met mij meer mensen niet. Bovendien zit er een gevaar aan.
Laten we even zo'n anderhalve eeuw terug gaan in de tijd, dus zo rond het midden van de 19e eeuw. In Nederland was nieuw bier aangekomen: Beijersch Bier. Dat kenmerkte zich door "een hele zuivere kwaliteit, met mooie schuimkraag"(Kees Volkers in "ontdek de Bieren van Amsterdam). Bovendien wist je van tevoren hoe het zou smaken. Elk bier was iedere keer weer het zelfde. Daarnaast waren er al tijden lokale brouwerijen. Ambachtelijk zouden we nu zeggen. Die brouwden echt niet allemaal slecht bier, maar onvoorspelbaar was het wel. Bovendien zaten daar ook brouwers tussen die het met de kwaliteit wat minder nauw namen. En de consument koos met zijn voeten: binnen de kortste keren was de keuze voor brouwers: of het nieuwe bier brouwen of er aan gaan. Beide gebeurde.
Nu ken ik gelukkig een aantal brouwers die naar mijn mening gewoon mooi bier op de markt brengen. Gebrouwen door brouwers die hun vak serieus nemen en hun zaken ook voor elkaar hebben. Die continu bezig zijn om hun bieren te verbeteren,net iets meer de richting op te duwen die ze voor ogen hebben. Die inzien dat ze kwaliteit moeten leveren om een goede naam te verwerven en te houden. En die daarbij ook nog eens aan uitbreiding van hun gamma werken. Ik ben geneigd die mensen ambachtslieden te noemen. En hun brouwerij dus ambachtelijk.
Maar aan de andere kant lijd ik soms wat af. Stuit ik op een bier van zo'n sympathieke brouwer die echter domweg zijn spullen niet voor elkaar heeft. Met als gevolg dat ik naarstig op zoek moet naar een goede gootsteen en bij ontstentenis daarvan me er maar manmoedig door heen sla. In zo'n geval ben je blij als je een festivalglas van 15cl hebt en geen groter. Er iets van zeggen tegen een brouwer doe ik maar niet meer. Te vaak heb ik gehoord dat zoiets gewoon de bedoeling was. Of hoor ik een vage smoes, die me er van moet overtuigen dat een bier niet zuur is, maar wat minder koriander bevat dan vroeger. Kortom: van sommige mensen wordt hun creativiteit bij het bedenken van bieren overtroffen door die welke ze gebruiken om smoezen te verzinnen. Ik draag dus tegenwoordig mijn lot maar in stilte. Of beter: ik mijd de brouwers waarvan ik weet dat de kans op teleurstelling nogal groot werd. Deze categorie zou ik eerder als prutser willen aanduiden dan als ambachtslieden.
Zo lang de prutsers in de minderheid zijn en er genoeg echte ambachtslieden zijn en er bovendien ook brouwerijen zijn die misschien niet ambachtelijk zijn in bovengenoemde zin maar wel goed bier afleveren zie ik ons niet terug keren naar een situatie waarin een bierstijl alle andere gaat verdringen omdat die bieren wel goed zijn. Maar ik hoop dat er niet te veel mensen zijn die bij hun eerste kennismaking met bier tegen een product van zo'n prutser aan lopen. Iemand die dat overkomt is voor de bierwereld waarschijnlijk voorlopig verloren zo niet voorgoed.
Laten we daarom gewoon met zijn allen afspreken dat hoe schattig, klein, experimenteel of wat dan ook een brouwerij ook is: als het bier dat er uit komt niet goed is, dan heeft de brouwer een probleem. Dat met de mantel der liefde bedekken omdat hij zo lekker bezig is doet ook hem meer kwaad dan goed. Want voorlopig mag de markt dan zodanig zijn dat bijna elke brouwer zijn bier wel kwijt raakt, dat gaat een keer veranderen. Op enig moment kijken consumenten door alle verhalen heen en komen ze tot de conclusie dat er bieren zijn waar je met een boog om heen moet lopen. Als een brouwer er achter komt dat het zijn bieren zijn is het te laat. Hoe vaak we ook gezegd hebben dat hij het toch wel leuk doet en we dus niet al te kritisch moeten zijn.
Welkom op mijn Blog. Als anderen in paniek raken hoef jij het niet meer te doen. Geen Paniek dus. Of je nu in Dad's Army zit of door de Melkweg lift maakt daarbij niet uit. Op dit blog zieleroerselen, gedachtenspinsels en wat ik leuk vind om te schrijven. Wie er een lijn in ziet mag het zeggen.
Translate
dinsdag 25 november 2014
dinsdag 11 november 2014
Waarom hier geen samenwerking?
Met enige regelmaat, maar vooral rond de week van het Nederlandse Bier, hoor je dat samenwerking in de bierwereld van belang is. Dat klinkt mooi, maar blijkt dit ook uit daden? Soms vraag ik me dat af.
Het begon allemaal toen ik eens op google na zocht waar die kreet "met trots voor U gebrouwen" vandaan kwam. Het was me namelijk opgevallen dat ik die zin steeds vaker tegen kwam in reclames die afkomstig van wat ik de grote 8 noem: de brouwerijen die lid zijn van Nederlandse Brouwers. Een paar klikken brachten me bij een site met de mooie naam "Nuchter over bier". Fraaie pagina's over verantwoord alcoholgebruik sieren de site. "Bier is een prachtig natuurlijk product met een ruime aanbod in smaken en soorten, variërend van alcoholvrij bier tot speciaal bier. Daarbij is de Nederlandse biersector een veerkrachtige sector die goed is voor de economie. Om deze veelzijdigheid te kunnen garanderen en haar veerkracht te behouden, willen de brouwers in Nederland hun verantwoordelijkheid nemen." Als bierliefhebber kan ik het er alleen maar mee eens zijn. En er staat inderdaad goede informatie op de site en de tekst is nog vlot geschreven ook.
Wat ik me wel afvroeg was wie nu achter die site zitten. "De brouwers van Nederland" is een breed begrip, er zijn er tenslotte zo'n 250 van. Zouden al die brouwers samen deze site hebben opgezet om zo uiting te geven aan hun gezamenlijke belang bij voorlichting over verantwoorde bierconsumptie? Zou misschien de consumentenvereniging PINT, die verleden jaar nog een symposium over dit onderwerp heeft gehouden, er misschien ook bij betrokken zijn? Gezien bovenstaande tekst op de site leek het daar in elk geval niet op. Maar een initiatief van de "Brouwers van Nederland" is op dit punt al heel wat.
Helaas lijkt de werkelijkheid iets anders. Wie ver genoeg naar beneden scrollt ziet dat in een soort disclaimer (ze kunnen nergens verantwoordelijk voor worden gehouden) ineens gesproken wordt over "Nederlandse Brouwers", ofwel de vereniging van die grote 8. Er onder staan een aantal logo's van bieren. Allemaal van leden van Nederlandse Brouwers. Ook verwijzingen naar meer informatie en voorbeelden van acties op het gebied van bier en gezondheid gaan over die zelfde 8 brouwerijen en hun merken.
Voor een simpele blogger als ik is het niet na te gaan waarom bij deze website niet alle partijen in de bierwereld betrokken zijn. Is het een solo actie van een vereniging geweest? Hebben andere partijen het idee afgewezen? Ik weet het niet. Maar ik vind het wel een gemiste kans. Hier hadden we met zijn allen kunnen laten zien dat we voor verantwoord alcoholgebruik staan. Dat bier vooral is om te genieten en niet om jezelf helemaal aan gort te drinken. Hier hadden we een vuist kunnen maken tegen het idee dat bierdrinken gelijk staat aan zuipen. Kortom: hier hadden we het belang van samenwerking in de praktijk kunnen brengen. Bij de protesten tegen de accijnsverhoging lukte dat wel, waarom bij deze zaak, die ik in elk geval belangrijker vind, dan niet? Is die samenwerking maar anderhalve week per jaar houdbaar? Ik heb geen idee, wie weet hoor ik het ooit. Maar jammer blijft het.
Het begon allemaal toen ik eens op google na zocht waar die kreet "met trots voor U gebrouwen" vandaan kwam. Het was me namelijk opgevallen dat ik die zin steeds vaker tegen kwam in reclames die afkomstig van wat ik de grote 8 noem: de brouwerijen die lid zijn van Nederlandse Brouwers. Een paar klikken brachten me bij een site met de mooie naam "Nuchter over bier". Fraaie pagina's over verantwoord alcoholgebruik sieren de site. "Bier is een prachtig natuurlijk product met een ruime aanbod in smaken en soorten, variërend van alcoholvrij bier tot speciaal bier. Daarbij is de Nederlandse biersector een veerkrachtige sector die goed is voor de economie. Om deze veelzijdigheid te kunnen garanderen en haar veerkracht te behouden, willen de brouwers in Nederland hun verantwoordelijkheid nemen." Als bierliefhebber kan ik het er alleen maar mee eens zijn. En er staat inderdaad goede informatie op de site en de tekst is nog vlot geschreven ook.Wat ik me wel afvroeg was wie nu achter die site zitten. "De brouwers van Nederland" is een breed begrip, er zijn er tenslotte zo'n 250 van. Zouden al die brouwers samen deze site hebben opgezet om zo uiting te geven aan hun gezamenlijke belang bij voorlichting over verantwoorde bierconsumptie? Zou misschien de consumentenvereniging PINT, die verleden jaar nog een symposium over dit onderwerp heeft gehouden, er misschien ook bij betrokken zijn? Gezien bovenstaande tekst op de site leek het daar in elk geval niet op. Maar een initiatief van de "Brouwers van Nederland" is op dit punt al heel wat.
Helaas lijkt de werkelijkheid iets anders. Wie ver genoeg naar beneden scrollt ziet dat in een soort disclaimer (ze kunnen nergens verantwoordelijk voor worden gehouden) ineens gesproken wordt over "Nederlandse Brouwers", ofwel de vereniging van die grote 8. Er onder staan een aantal logo's van bieren. Allemaal van leden van Nederlandse Brouwers. Ook verwijzingen naar meer informatie en voorbeelden van acties op het gebied van bier en gezondheid gaan over die zelfde 8 brouwerijen en hun merken.
Voor een simpele blogger als ik is het niet na te gaan waarom bij deze website niet alle partijen in de bierwereld betrokken zijn. Is het een solo actie van een vereniging geweest? Hebben andere partijen het idee afgewezen? Ik weet het niet. Maar ik vind het wel een gemiste kans. Hier hadden we met zijn allen kunnen laten zien dat we voor verantwoord alcoholgebruik staan. Dat bier vooral is om te genieten en niet om jezelf helemaal aan gort te drinken. Hier hadden we een vuist kunnen maken tegen het idee dat bierdrinken gelijk staat aan zuipen. Kortom: hier hadden we het belang van samenwerking in de praktijk kunnen brengen. Bij de protesten tegen de accijnsverhoging lukte dat wel, waarom bij deze zaak, die ik in elk geval belangrijker vind, dan niet? Is die samenwerking maar anderhalve week per jaar houdbaar? Ik heb geen idee, wie weet hoor ik het ooit. Maar jammer blijft het.
maandag 27 oktober 2014
De vrijwilligers zijn blijvers!
Zo af en toe komt het weer naar boven: Iemand houdt een pleidooi om op het Bockbierfestival vooral brouwers te laten tappen. Soms in een gloedvol betoog, soms in een halve zin zonder enige motivering. Maar altijd zonder enige kans dat het ooit in realiteit zal worden omgezet.
Het Bockbierfestival is weer achter de rug. Vele tientallen mensen hebben weer hun best gedaan om alle bezoekers van het festival te voorzien van biertjes. En al tijdens het festival brandde de kritiek weer los. Dit keer ging het er om dat een paar bieren verwisseld waren. Iets dat overigens zodra het gemeld werd door de betreffende brouwers werd opgelost. Maar op facebook werd gedaan alsof dit de grootste schande was die het festival kon overkomen. En ook anderen hadden kritiek.
Nu ik toch al weer enige jaren als vrijwilliger optreed tijdens dit festival meen ik dat ik er toch een klein beetje kijk op heb. En ik zal de laatste zijn om te zeggen dat alle kritiek onterecht is. De dingen gaan daar niet altijd zoals je ze verwacht. Daar zijn vele redenen voor, waar ik hier niet op in wil gaan. Wat ik wel wil zeggen is dit: Op het Bockbierfestival zullen vrijwilligers altijd de kar blijven trekken, wat de criticasters ook roepen. Er is simpelweg geen alternatief.
Dat begint al met de vraag of alle brouwers van wie bier op het festival was werkelijk er op zitten te wachten na een werkweek nog eens zo'n 30 uur of meer in touw te zijn in het weekeinde. Dus vrijdagmiddag de zaak opbouwen, tot en met zondag tappen en dan zondagavond of maandagochtend alles weer mee nemen. Met ook nog eens met weinig perspectief op meer opbrengst dan wanneer je het bier gewoon aan het festival verkoopt. Van de binnen gekomen muntjes gaat namelijk een heel fors deel op aan kosten van gebouw en andere zaken. Dat zal ook moeten gebeuren als de brouwers achter de tap staan. Als je alle uren werk tegen een normaal loon zou berekenen zou de totale opbrengst wel eens negatief kunnen zijn, zeker als de bezoekers om welke reden dan ook je bier massaal negeren. Ik heb dat laatste zien gebeuren.
Maar stel dat we inderdaad zo'n 90 brouwers zo ver krijgen dat ze dit wel doen. Dan nog is er een probleem: al die brouwers zullen een eigen plekje willen hebben. Gisteren stond ik in mijn eentje achter een bar met 4 taps. Op elk van die taps stond bier van een andere brouwer. Zou je die brouwers allemaal een eigen plek geven, dan had je al gauw de dubbele ruimte nodig gehad, als je pech hebt zelfs het viervoudige. Ook de Beurs van Berlage is echter niet van elastiek en de beschikbare ruimte is beperkt. Wie weet is er nog wat op te vinden, maar waarschijnlijker is dat je het aantal brouwers fors in zou moeten perken. Of je er 90 kwijt zou kunnen is de vraag. Ik denk van niet. En ik merkte gisteren dat ik niet de enige ben.
In de praktijk zie je ook dat genoemde effecten zich voordoen. Kijk naar het openingsfestival van de week van het Nederlandse Bier. Van de begin dit jaar bestaande brouwers waren er zo'n 40 aanwezig, ofwel zo'n kwart van het totaal aantal. En dat is dan een activiteit in samenwerking tussen bijna iedereen in de bierwereld. Juist daar zou je verwachten dat brouwers in de rij staan om mee te mogen doen. Wie weet gebeurt dat achter de schermen, maar ik heb daar nog nooit iets van gehoord.
Ondertussen heeft een geheel uit vrijwilligers bestaande club een festival uit de grond gestampt dat zijn weerga in Nederland niet kent. Ook dit jaar wisten weer meer dan 10.000 mensen de weg naar de Beurs te vinden. Mensen van allerlei leeftijden, beiderlei kunne en van kenner tot beginneling. En ook dit jaar was er weer meer keuze dan vorig jaar. Dan kun je uitgebreid stil staan bij wat er allemaal mis gaat en kun je van mij nog gelijk krijgen ook. Maar de organisatie en vrijwilligers van het Bockbierfestival leveren jaar in jaar uit een prestatie die ik weinigen zie nadoen. Dat mag best eens gezegd worden en als niemand het doet, dan doe ik dat maar. Wij geven vorm aan het oudste en grootste bierfestival dat ons land kent!
En er is nog een aspect dat misschien ook wel een reden is waarom vooral uit de beroepsmatige bierwereld steeds weer dezelfde kritiek komt: Als vrijwilliger ben je onafhankelijk.Als lid van een bierconsumentenvereniging gaan de belangen van de bierdrinker me het meest aan het hart. Als ik even kan geef ik ook eerlijk informatie aan de mensen die ik langs krijg. Zo heb ik mensen uit de droom geholpen die dachten dat Christoffel nog steeds uit Roermond kwam. Zoude de mensen van de brouwerij dat ook gedaan hebben? Ik vind het dat de organisatie van het festival het aan haar achterban verplicht is om zo goed mogelijk de klanten te informeren. Niet alleen over die dingen die een brouwer graag kwijt wil, ook over dingen die hij liever voor zich houdt, maar wel in het belang van bierdrinkers is. Ook dat is een reden waarom het goed is dat de vrijwilligers blijven.
Het Bockbierfestival is weer achter de rug. Vele tientallen mensen hebben weer hun best gedaan om alle bezoekers van het festival te voorzien van biertjes. En al tijdens het festival brandde de kritiek weer los. Dit keer ging het er om dat een paar bieren verwisseld waren. Iets dat overigens zodra het gemeld werd door de betreffende brouwers werd opgelost. Maar op facebook werd gedaan alsof dit de grootste schande was die het festival kon overkomen. En ook anderen hadden kritiek.
Nu ik toch al weer enige jaren als vrijwilliger optreed tijdens dit festival meen ik dat ik er toch een klein beetje kijk op heb. En ik zal de laatste zijn om te zeggen dat alle kritiek onterecht is. De dingen gaan daar niet altijd zoals je ze verwacht. Daar zijn vele redenen voor, waar ik hier niet op in wil gaan. Wat ik wel wil zeggen is dit: Op het Bockbierfestival zullen vrijwilligers altijd de kar blijven trekken, wat de criticasters ook roepen. Er is simpelweg geen alternatief.
Dat begint al met de vraag of alle brouwers van wie bier op het festival was werkelijk er op zitten te wachten na een werkweek nog eens zo'n 30 uur of meer in touw te zijn in het weekeinde. Dus vrijdagmiddag de zaak opbouwen, tot en met zondag tappen en dan zondagavond of maandagochtend alles weer mee nemen. Met ook nog eens met weinig perspectief op meer opbrengst dan wanneer je het bier gewoon aan het festival verkoopt. Van de binnen gekomen muntjes gaat namelijk een heel fors deel op aan kosten van gebouw en andere zaken. Dat zal ook moeten gebeuren als de brouwers achter de tap staan. Als je alle uren werk tegen een normaal loon zou berekenen zou de totale opbrengst wel eens negatief kunnen zijn, zeker als de bezoekers om welke reden dan ook je bier massaal negeren. Ik heb dat laatste zien gebeuren.
Maar stel dat we inderdaad zo'n 90 brouwers zo ver krijgen dat ze dit wel doen. Dan nog is er een probleem: al die brouwers zullen een eigen plekje willen hebben. Gisteren stond ik in mijn eentje achter een bar met 4 taps. Op elk van die taps stond bier van een andere brouwer. Zou je die brouwers allemaal een eigen plek geven, dan had je al gauw de dubbele ruimte nodig gehad, als je pech hebt zelfs het viervoudige. Ook de Beurs van Berlage is echter niet van elastiek en de beschikbare ruimte is beperkt. Wie weet is er nog wat op te vinden, maar waarschijnlijker is dat je het aantal brouwers fors in zou moeten perken. Of je er 90 kwijt zou kunnen is de vraag. Ik denk van niet. En ik merkte gisteren dat ik niet de enige ben.
In de praktijk zie je ook dat genoemde effecten zich voordoen. Kijk naar het openingsfestival van de week van het Nederlandse Bier. Van de begin dit jaar bestaande brouwers waren er zo'n 40 aanwezig, ofwel zo'n kwart van het totaal aantal. En dat is dan een activiteit in samenwerking tussen bijna iedereen in de bierwereld. Juist daar zou je verwachten dat brouwers in de rij staan om mee te mogen doen. Wie weet gebeurt dat achter de schermen, maar ik heb daar nog nooit iets van gehoord.
Ondertussen heeft een geheel uit vrijwilligers bestaande club een festival uit de grond gestampt dat zijn weerga in Nederland niet kent. Ook dit jaar wisten weer meer dan 10.000 mensen de weg naar de Beurs te vinden. Mensen van allerlei leeftijden, beiderlei kunne en van kenner tot beginneling. En ook dit jaar was er weer meer keuze dan vorig jaar. Dan kun je uitgebreid stil staan bij wat er allemaal mis gaat en kun je van mij nog gelijk krijgen ook. Maar de organisatie en vrijwilligers van het Bockbierfestival leveren jaar in jaar uit een prestatie die ik weinigen zie nadoen. Dat mag best eens gezegd worden en als niemand het doet, dan doe ik dat maar. Wij geven vorm aan het oudste en grootste bierfestival dat ons land kent!
En er is nog een aspect dat misschien ook wel een reden is waarom vooral uit de beroepsmatige bierwereld steeds weer dezelfde kritiek komt: Als vrijwilliger ben je onafhankelijk.Als lid van een bierconsumentenvereniging gaan de belangen van de bierdrinker me het meest aan het hart. Als ik even kan geef ik ook eerlijk informatie aan de mensen die ik langs krijg. Zo heb ik mensen uit de droom geholpen die dachten dat Christoffel nog steeds uit Roermond kwam. Zoude de mensen van de brouwerij dat ook gedaan hebben? Ik vind het dat de organisatie van het festival het aan haar achterban verplicht is om zo goed mogelijk de klanten te informeren. Niet alleen over die dingen die een brouwer graag kwijt wil, ook over dingen die hij liever voor zich houdt, maar wel in het belang van bierdrinkers is. Ook dat is een reden waarom het goed is dat de vrijwilligers blijven.
maandag 13 oktober 2014
Misschien moeten we gewoon stijlloos bier drinken
Je kent ze vast wel. Al die verschillende bierstijlen. Bij elke stijl hoort dan een beschrijving en kenners kunnen zich uren vermaken met de vraag of een bier "in de stijl" hoort of niet. Maar hoe zinnig is dat eigenlijk?
Er schijnt in ons land een brouwer te zijn die bewust geen rekening houdt met welke bierstijl dan ook. Hij brouwt gewoon bier dat hij graag wil maken en waarvan hij ook nog denkt dat het wel verkoopt. Of dat nu binnen een bestaande stijl past of niet maakt hem niet uit en je zult hem daar dan ook nooit over horen. Aan de andere kant zie ik discussies langs komen of iets nu een IPA, een DIPA of een TIPA is, waarbij mensen hardnekkig op hun standpunt blijven staan. Ik heb in zo'n discussie op Internet een keer voorgesteld om dan maar over een XIPA te praten en ieder naar believen die X in te laten vullen, maar dat viel niet goed. Enige stekelige antwoorden waren mijn deel.
Nu snap ik best dat het handig kan zijn om met een simpele aanduiding van de stijl waar binnen een bier bedoeld is meer te zeggen, over smaak, aroma, kleur en meer zaken. Dat iemand die een bier koopt waarvan de stijl duidelijk op het etiket staat een idee heeft wat hij koopt en op die manier teleurstellingen voorkomt. Hoewel dat laatste gezien de discussies over de vraag of er hier in Nederland wel "echte" IPA's gebrouwen wordt blijkbaar niet altijd op gaat. Ook snap ik dat het bij bierkeuringen, wedstrijden en dergelijke handig kan zijn om te weten hoe een bier door de maker bedoeld is en dat een indeling in stijlen daarbij kan helpen. Je hebt dan immers een soort referentiekader waartegen je een bier kan afzetten. Tenslotte zijn er batches op Untapp'd die zijn geënt op bierstijlen, waardoor de laatste aan de verzamelwoede van gebruikers tegemoet komen.
Maar toch bekruipt me bij al dat stijl gedoe vaak een wat ongemakkelijk gevoel. Het voelt allemaal wat kunstmatig aan. Soms lijkt het of het hoogste doel dat je als bierdrinker kunt bereiken het feilloos benoemen van stijlen en het constateren van afwijken op die stijlen is. Of elk bier keurig in een hokje moet passen om te deugen. Het bierlandschap als keurig aangeharkt parkje. Waarbij net zoals bij de verschillende planten in het parkje ook bij het bier een kek kaartje staat waarop je kunt lezen wat het is. Overzichtelijk en netjes, maar misschien ook wel een beetje saai.
Er is dus tenminste één brouwer die zich hier aan onttrekt en het zou me niet verbazen als het er meer zijn die zich hier in herkennen. Dat zijn de vrije jongens en meiden. Zij laten hun fantasie de loop en experimenteren er op los. Of ze brouwen gewoon een bier en bekommeren zich niet om welke stijl het is. Zoals die brouwer in dat kleine Duitse dorp die slechts "Bier" op zijn kaart had staan. Het hele dorp wist precies hoe het smaakte en elke verdere aanduiding was overbodig.
Ik kan er niets aan doen, maar ik heb wel sympathie voor die brouwers. Misschien romantiseer ik ze wel (ik heb al geschreven dat ik daar wel eens last van heb), maar de gedachte aan mensen die zich aan de regels van de stilisten niets aantrekken is een prettige. Laat er dus vooral brouwers blijven die geheel stijlloos door het bierleven gaan en me gewoon verrassen met een goed glas bier. Al moet ik bekennen dat ik geen dorpsgenoot van alle brouwers ben en dus een smaakbeschrijving niet zou misstaan.
Er schijnt in ons land een brouwer te zijn die bewust geen rekening houdt met welke bierstijl dan ook. Hij brouwt gewoon bier dat hij graag wil maken en waarvan hij ook nog denkt dat het wel verkoopt. Of dat nu binnen een bestaande stijl past of niet maakt hem niet uit en je zult hem daar dan ook nooit over horen. Aan de andere kant zie ik discussies langs komen of iets nu een IPA, een DIPA of een TIPA is, waarbij mensen hardnekkig op hun standpunt blijven staan. Ik heb in zo'n discussie op Internet een keer voorgesteld om dan maar over een XIPA te praten en ieder naar believen die X in te laten vullen, maar dat viel niet goed. Enige stekelige antwoorden waren mijn deel.
Nu snap ik best dat het handig kan zijn om met een simpele aanduiding van de stijl waar binnen een bier bedoeld is meer te zeggen, over smaak, aroma, kleur en meer zaken. Dat iemand die een bier koopt waarvan de stijl duidelijk op het etiket staat een idee heeft wat hij koopt en op die manier teleurstellingen voorkomt. Hoewel dat laatste gezien de discussies over de vraag of er hier in Nederland wel "echte" IPA's gebrouwen wordt blijkbaar niet altijd op gaat. Ook snap ik dat het bij bierkeuringen, wedstrijden en dergelijke handig kan zijn om te weten hoe een bier door de maker bedoeld is en dat een indeling in stijlen daarbij kan helpen. Je hebt dan immers een soort referentiekader waartegen je een bier kan afzetten. Tenslotte zijn er batches op Untapp'd die zijn geënt op bierstijlen, waardoor de laatste aan de verzamelwoede van gebruikers tegemoet komen.
Maar toch bekruipt me bij al dat stijl gedoe vaak een wat ongemakkelijk gevoel. Het voelt allemaal wat kunstmatig aan. Soms lijkt het of het hoogste doel dat je als bierdrinker kunt bereiken het feilloos benoemen van stijlen en het constateren van afwijken op die stijlen is. Of elk bier keurig in een hokje moet passen om te deugen. Het bierlandschap als keurig aangeharkt parkje. Waarbij net zoals bij de verschillende planten in het parkje ook bij het bier een kek kaartje staat waarop je kunt lezen wat het is. Overzichtelijk en netjes, maar misschien ook wel een beetje saai.
Er is dus tenminste één brouwer die zich hier aan onttrekt en het zou me niet verbazen als het er meer zijn die zich hier in herkennen. Dat zijn de vrije jongens en meiden. Zij laten hun fantasie de loop en experimenteren er op los. Of ze brouwen gewoon een bier en bekommeren zich niet om welke stijl het is. Zoals die brouwer in dat kleine Duitse dorp die slechts "Bier" op zijn kaart had staan. Het hele dorp wist precies hoe het smaakte en elke verdere aanduiding was overbodig.
Ik kan er niets aan doen, maar ik heb wel sympathie voor die brouwers. Misschien romantiseer ik ze wel (ik heb al geschreven dat ik daar wel eens last van heb), maar de gedachte aan mensen die zich aan de regels van de stilisten niets aantrekken is een prettige. Laat er dus vooral brouwers blijven die geheel stijlloos door het bierleven gaan en me gewoon verrassen met een goed glas bier. Al moet ik bekennen dat ik geen dorpsgenoot van alle brouwers ben en dus een smaakbeschrijving niet zou misstaan.
woensdag 10 september 2014
Bockbieren de pepernoten van de bierwereld?
Dat pepernoten elk jaar vroeger verschijnen wist ik en daar ben ik aan gewend. Maar Bockbier lijkt nu dezelfde weg te gaan...
Over de datum waarop je mag beginnen met verkopen van Bockbier is nogal wat te doen. Ik herinner me het verhaal hoe ooit een speciaal bier gebrouwen werd voor de Nederlandse Bierweek, die elk jaar rond 1 oktober wordt gehouden. Dat bier was een Porter en gebrouwen door een brouwerij die net was overgenomen door een lid van toen nog CBK. Omdat Porter binnen dat concern toen nog geen bekende biersoort was had de brouwer het maar als "Bockbier" in de voorraad laten opnemen. Prompt mocht het voor 1 oktober niet worden uitgeleverd van het systeem dat de voorraad beheerde. Met als gevolg dat de bierweek zonder dat bier moest beginnen.
Ondertussen is de naam van het CBK veranderd in Nederlandse Brouwers. En zij staan nog steeds op het standpunt dat de opening van het bockbierseizoen plaats vindt op de eerste maandag van oktober. En beweren dat ze een afspraak te hebben met alle leden dat voor die dag geen bockbier verkocht dan wel geschonken wordt. Tot zover de theorie.
Dat er ondertussen steeds meer brouwers zijn die zich niet gebonden achten aan die afspraak, al was het maar omdat ze geen lid van de club zijn, was al een tijdje duidelijk. Ook aan andere kanten is er gerammeld aan die afspraak, denk bijvoorbeeld aan de bierconsumentenvereniging PINT. Het was dan ook al enige tijd gebruikelijk dat voor die eerste maandag in oktober al bockbier verkrijgbaar was. Dit dan weer tot verdriet van velen die vonden dat hiermee een oude traditie, die er overigens niet was, tot een einde kwam. Ik begon ook dit jaar al weer uit te kijken naar die discussies.
Maar dit jaar lijken we een stapje verder te gaan. Hoewel volgens astronomen (en volgens wat ik op school geleerd heb) we nog steeds in de zomer zitten is er al tenminste één brouwerij die trots meldt dat hun bockbier al verkrijgbaar is. En dat is dan nog een lid van Nederlandse Brouwers ook. Blijkbaar is er nogal wat veranderd sinds ze PINT verweten de samenwerking in de bierwereld op de tocht te zetten door al op 21 september het seizoen te willen openen.
Zoals misschien al duidelijk is hecht ik niet zo aan die eerste maandag in oktober. 21 september, 1 oktober, het mag allemaal van me. Maar er is ergens toch wel een grens. Bockbier hoort bij het najaar, bij gierende najaarsstormen met van die fijne buien die je tot op je hemd en verder nat maken. Bij steeds korter wordende dagen en thuis komen in het donker. Nu weet ik wel dat het weer de laatste dagen wat minder was en het voor sommigen al herfst leek. Maar ik ben toch echt niet aan bockbier toe. Gewoon omdat ik het er de tijd nog niet voor vind.
Niet alleen ik heb de relatie al gelegd met pepernoten en andere Sinterklaas spullen. Het lijkt erop dat ook Bockbier steeds eerder op de markt komt. Dat we met allerlei Bockbierfestivals in feite zo ongeveer het einde van de Bockbiertijd aan het vieren zijn. Dat Bockbier een bier dreigt te worden dat je op een terras in de zon zit te genieten in plaats van binnen terwijl je kijkt hoe de regen tegen de ruiten slaat. En daarmee ga je voor mij een grens over. Een weekje eerder of later maakt me niet zoveel uit. Een brouwerij die een beetje piraat speelt door zich niet aan een dictaat van de grote brouwers te houden is uitstekend. Maar het is nu net september!
Ooit heeft PINT een uitnodiging gestuurd aan diverse partijen om te komen tot één gezamenlijke opening van het Bockbierseizoen. Ik was daar toen een warm voorstander van. Helaas reageerde niemand naar ik begrepen heb. En nu hebben we in de zomer dus al Bockbier met pepernoten. Zou dat een goede bier-spijscombinatie zijn?
Over de datum waarop je mag beginnen met verkopen van Bockbier is nogal wat te doen. Ik herinner me het verhaal hoe ooit een speciaal bier gebrouwen werd voor de Nederlandse Bierweek, die elk jaar rond 1 oktober wordt gehouden. Dat bier was een Porter en gebrouwen door een brouwerij die net was overgenomen door een lid van toen nog CBK. Omdat Porter binnen dat concern toen nog geen bekende biersoort was had de brouwer het maar als "Bockbier" in de voorraad laten opnemen. Prompt mocht het voor 1 oktober niet worden uitgeleverd van het systeem dat de voorraad beheerde. Met als gevolg dat de bierweek zonder dat bier moest beginnen.
Ondertussen is de naam van het CBK veranderd in Nederlandse Brouwers. En zij staan nog steeds op het standpunt dat de opening van het bockbierseizoen plaats vindt op de eerste maandag van oktober. En beweren dat ze een afspraak te hebben met alle leden dat voor die dag geen bockbier verkocht dan wel geschonken wordt. Tot zover de theorie.
Dat er ondertussen steeds meer brouwers zijn die zich niet gebonden achten aan die afspraak, al was het maar omdat ze geen lid van de club zijn, was al een tijdje duidelijk. Ook aan andere kanten is er gerammeld aan die afspraak, denk bijvoorbeeld aan de bierconsumentenvereniging PINT. Het was dan ook al enige tijd gebruikelijk dat voor die eerste maandag in oktober al bockbier verkrijgbaar was. Dit dan weer tot verdriet van velen die vonden dat hiermee een oude traditie, die er overigens niet was, tot een einde kwam. Ik begon ook dit jaar al weer uit te kijken naar die discussies.
Maar dit jaar lijken we een stapje verder te gaan. Hoewel volgens astronomen (en volgens wat ik op school geleerd heb) we nog steeds in de zomer zitten is er al tenminste één brouwerij die trots meldt dat hun bockbier al verkrijgbaar is. En dat is dan nog een lid van Nederlandse Brouwers ook. Blijkbaar is er nogal wat veranderd sinds ze PINT verweten de samenwerking in de bierwereld op de tocht te zetten door al op 21 september het seizoen te willen openen.
Zoals misschien al duidelijk is hecht ik niet zo aan die eerste maandag in oktober. 21 september, 1 oktober, het mag allemaal van me. Maar er is ergens toch wel een grens. Bockbier hoort bij het najaar, bij gierende najaarsstormen met van die fijne buien die je tot op je hemd en verder nat maken. Bij steeds korter wordende dagen en thuis komen in het donker. Nu weet ik wel dat het weer de laatste dagen wat minder was en het voor sommigen al herfst leek. Maar ik ben toch echt niet aan bockbier toe. Gewoon omdat ik het er de tijd nog niet voor vind.
Niet alleen ik heb de relatie al gelegd met pepernoten en andere Sinterklaas spullen. Het lijkt erop dat ook Bockbier steeds eerder op de markt komt. Dat we met allerlei Bockbierfestivals in feite zo ongeveer het einde van de Bockbiertijd aan het vieren zijn. Dat Bockbier een bier dreigt te worden dat je op een terras in de zon zit te genieten in plaats van binnen terwijl je kijkt hoe de regen tegen de ruiten slaat. En daarmee ga je voor mij een grens over. Een weekje eerder of later maakt me niet zoveel uit. Een brouwerij die een beetje piraat speelt door zich niet aan een dictaat van de grote brouwers te houden is uitstekend. Maar het is nu net september!
Ooit heeft PINT een uitnodiging gestuurd aan diverse partijen om te komen tot één gezamenlijke opening van het Bockbierseizoen. Ik was daar toen een warm voorstander van. Helaas reageerde niemand naar ik begrepen heb. En nu hebben we in de zomer dus al Bockbier met pepernoten. Zou dat een goede bier-spijscombinatie zijn?
zondag 17 augustus 2014
Goed bier verdient glas
Bier in plastic bekers. Je ziet het ook op festivals al gebeuren. Maar eigenlijk is dat vreselijk jammer.
Het is nu volgens mij al bijna twee jaar geleden dat in Maastricht bijna een volksopstand uitbrak. De gemeente had namelijk in al haar wijsheid besloten dat met carnaval bier geschonken moest worden in plastic bekers in plaats van glas. De bevolking pikte dat niet en als ik het goed heb werd de maatregel ijlings terug gedraaid. Carnaval werd gevierd met bier in glas.
Dit weekeinde is het Kimchi Farm festival. Een leuk festival met zowel amateurbrouwers als professionals en vooral veel mooie bieren. Geschonken in plastic bekers, van die weggooi dingen. En iedereen vond dat blijkbaar normaal, ik hoorde tenminste geen protesten. Ook ik ging er gewoon in mee, want blijkbaar hoorde het zo. En ik kan niet anders zeggen dan dat ik me uitstekend vermaakt heb en zowel de tijd als de hoeveelheid muntjes vloog om. Op dat punt geen enkele wanklank dus. Wel was me opgevallen dat de oproep van de organisatie om de glazen vooral te recyclen niet gemakkelijk uit te voeren was. Ten eerste kon je die glazen niet altijd spoelen, maar bovendien waren veel brouwers al in een nieuwe beker aan het schenken voordat je de kans kreeg je bekertje aan te bieden. Maar verder gewoon een prima festival.
Die zelfde middag zat ik op het terras van brouwerij de Prael nog wat na te genieten en kwam ik in gesprek met twee Amerikanen die veel in Amsterdam kwamen en de bierscene hier over het algemeen goed kenden. Van de 7 Deugden wisten ze nog weinig, maar in het Centrum waren ze behoorlijk bekend. Met hen had ik het ook over Kimchi. Terwijl ik de loftrompet uitstak had ik het terloops over de plastic bekertjes, met de toevoeging dat dit op festivals in Amerika niet ongebruikelijk was voor zover mij bekend. Het kwam me op een voorzichtige reprimande te staan. Ze wisten te vertellen dat op een festival waar zij vaak kwamen men weer terug was gekeerd naar glas.
Zoiets zet je aan het denken. Het hier al genoemde voorbeeld van Maastricht kwam in me op, maar ook Folkwoods en Parkfest. Over het laatste festival heb ik het nodige geschreven in een andere blog. Folkwoods was de wat groter opgezette voorganger. Twee muziekfestivals waar het bier niet alleen in glazen, maar ook in het juiste glas werd geschonken. Op Folkwoods kwamen de laatste jaren zo'n 1500 bezoekers per dag. En dankzij het regelmatig ophalen van glazen waren er geen problemen en konden spelende kinderen rustig hun gang gaan zonder risico op verwondingen door glasscherven.
Nu zijn er mensen die me vertellen dat plastic tegenwoordig net zo goed is als glas en voor het bier misschien nog wel beter ook. Blik schijnt al helemaal fantastisch te zijn om je bier in te bewaren. Mooi, maar daar koop ik in dit geval weinig voor. Het drinken van een glas bier is voor mij meer dan alleen maar het tot je nemen van vocht. Het is een beleving. En die beleving is uiteindelijk een stuk minder bij zo'n slap plastic geval dan bij een echt glas. Wie zelf geen glas wil aanschaffen voor een festival kan onder andere terecht bij de Vereniging PINT, waar ze je graag helpen. En er zullen meer mogelijkheden zijn denk ik maar zo. Het moet dus te regelen zijn, als je dat maar wilt.
Laten we dus, anders dan met de introductie van "andere" bieren, nu eens niet een paar jaar achter de Amerikanen aan lopen, maar nu al afstappen van plastic bekers bij festivals. Om al die bieren nog beter tot hun recht te laten komen!
Het is nu volgens mij al bijna twee jaar geleden dat in Maastricht bijna een volksopstand uitbrak. De gemeente had namelijk in al haar wijsheid besloten dat met carnaval bier geschonken moest worden in plastic bekers in plaats van glas. De bevolking pikte dat niet en als ik het goed heb werd de maatregel ijlings terug gedraaid. Carnaval werd gevierd met bier in glas.
Dit weekeinde is het Kimchi Farm festival. Een leuk festival met zowel amateurbrouwers als professionals en vooral veel mooie bieren. Geschonken in plastic bekers, van die weggooi dingen. En iedereen vond dat blijkbaar normaal, ik hoorde tenminste geen protesten. Ook ik ging er gewoon in mee, want blijkbaar hoorde het zo. En ik kan niet anders zeggen dan dat ik me uitstekend vermaakt heb en zowel de tijd als de hoeveelheid muntjes vloog om. Op dat punt geen enkele wanklank dus. Wel was me opgevallen dat de oproep van de organisatie om de glazen vooral te recyclen niet gemakkelijk uit te voeren was. Ten eerste kon je die glazen niet altijd spoelen, maar bovendien waren veel brouwers al in een nieuwe beker aan het schenken voordat je de kans kreeg je bekertje aan te bieden. Maar verder gewoon een prima festival.
Die zelfde middag zat ik op het terras van brouwerij de Prael nog wat na te genieten en kwam ik in gesprek met twee Amerikanen die veel in Amsterdam kwamen en de bierscene hier over het algemeen goed kenden. Van de 7 Deugden wisten ze nog weinig, maar in het Centrum waren ze behoorlijk bekend. Met hen had ik het ook over Kimchi. Terwijl ik de loftrompet uitstak had ik het terloops over de plastic bekertjes, met de toevoeging dat dit op festivals in Amerika niet ongebruikelijk was voor zover mij bekend. Het kwam me op een voorzichtige reprimande te staan. Ze wisten te vertellen dat op een festival waar zij vaak kwamen men weer terug was gekeerd naar glas.
Zoiets zet je aan het denken. Het hier al genoemde voorbeeld van Maastricht kwam in me op, maar ook Folkwoods en Parkfest. Over het laatste festival heb ik het nodige geschreven in een andere blog. Folkwoods was de wat groter opgezette voorganger. Twee muziekfestivals waar het bier niet alleen in glazen, maar ook in het juiste glas werd geschonken. Op Folkwoods kwamen de laatste jaren zo'n 1500 bezoekers per dag. En dankzij het regelmatig ophalen van glazen waren er geen problemen en konden spelende kinderen rustig hun gang gaan zonder risico op verwondingen door glasscherven.
Nu zijn er mensen die me vertellen dat plastic tegenwoordig net zo goed is als glas en voor het bier misschien nog wel beter ook. Blik schijnt al helemaal fantastisch te zijn om je bier in te bewaren. Mooi, maar daar koop ik in dit geval weinig voor. Het drinken van een glas bier is voor mij meer dan alleen maar het tot je nemen van vocht. Het is een beleving. En die beleving is uiteindelijk een stuk minder bij zo'n slap plastic geval dan bij een echt glas. Wie zelf geen glas wil aanschaffen voor een festival kan onder andere terecht bij de Vereniging PINT, waar ze je graag helpen. En er zullen meer mogelijkheden zijn denk ik maar zo. Het moet dus te regelen zijn, als je dat maar wilt.
Laten we dus, anders dan met de introductie van "andere" bieren, nu eens niet een paar jaar achter de Amerikanen aan lopen, maar nu al afstappen van plastic bekers bij festivals. Om al die bieren nog beter tot hun recht te laten komen!
maandag 11 augustus 2014
Parkfest: een dag langer, maar zonder ED.
Bij alle lof op het Parkfest van afgelopen weekeinde kan ik natuurlijk niet achter blijven. Het was nieuw en toch weer heel vertrouwd, gewoon Folkswoods, maar toch weer anders. Een dag langer, maar ED was er niet. Een verslag van een lang weekeinde Eindhoven.
Het begon allemaal weer geweldig. Ik was net bezig de tent op te zetten, toen ik iets hoorde scheuren. Het bleek mijn broek. Maar goed, eerst de tent maar opgezet en ingepakt. Daarna zou ik wel verder zien. Het kwam me later nog op een opmerking te staan over een "sexy scheur . Ik geef het maar door voor wat het waard is. Op dat moment had al iemand een interview gegeven aan een plaatselijk TV station, had ik al een nieuwe broek gekocht en hadden we een bezoek gebracht aan de infostand. Zoals we gewend waren werd deze ook dit jaar weer bevolkt door de beide zussen die druk aan het regelen waren. Een enkeling zeurde nog dat er geen zwarte T-shirts waren, maar verder waren er gene wanklanken. Het lamballen kon beginnen. Festivals mogen van opzet veranderen, een andere naam krijgen, tradities moeten behouden blijven.
De Klippeleaters kwamen ons van de camping halen en we volgden hun netjes naar het festival terrein. Daar hield Tinus nog een kort woordje, waarna de nieuwe organisatie ons welkom heette en het feest kon beginnen. Folcorn trad op met oude liedjes, zeer gedegen ingeleid, wat zeer informatief was, maar de vaart we een beetje uit het geheel haalde. Het zorgde voor een wat kalm begin van de avond. Dat zou later bij Hoven Droven nog wel veranderen. Ondertussen hadden we weer een plekje op het park veroverd en goedkeurend geconcludeerd dat het bier weer in echte glazen zat en ook de rest goed verzorgd was. Het kon nog een leuk feestje worden en het was nog maar donderdag. Uiteindelijk werd het bedtijd, voor de een wat eerder dan voor de ander. Het zou een rustige nacht worden.
Muzikaal begon de dag met Opa's Kunstgebit. Een groep uit het Noorden des Lands die naast goede uitvoeringen van Klassiekers, vooral veel humor bracht. En bovendien een aantal mensen uit het publiek ook de indruk gaf dat ze mee mochten doen. Bij Shireen was het geloof ik de bedoeling dat je weg doomde, op een of andere manier wilde dat me niet lukken en heb ik vooral wat heen en weer gestruind en natuurlijk ervaringen uitgewisseld met de mensen om me heen. Dat het anders was en toch weer hetzelfde en zo. Van Zeeschuim heb ik eigenlijk ongeveer alles gemist. Het was nogal nat en je moest in de open lucht gaan staan om te kijken. Kan zo gebeuren. Ad van Meurs speelde met band in de tent en dat was wel prettig, want de buien bleven komen. Als het festival niet anders had geheten hadden we het "echt Folkwoods weer" genoemd. Of het ook echt Parkfest weer zal blijken te zijn zullen we hopelijk in een lange toekomst vanzelf te weten komen. Verder leverde van Meurs gewoon de kwaliteit die je van hem kunt verwachten. Ik genoot en als ik om me heen keek merkte ik dat ik niet de enige was.
Marktkoopman had er gelukkig voor gekozen om in de kleine tent midden op het veld te gaan spelen, wat voor een knus concert zorgde. Verder was ook dit weer een band die humor in het vaandel had staan en zorgde goed genoeg te spelen om er voor te zorgen dat het niet vervelend werd. Het publiek vond het allemaal prachtig. Doordat het in die tent werd gespeeld wist men ook waar men voro klapte en dat voorkwam weer een aantal boze gezichten en misverstanden. Daarna was het op naar de Henry Girls: drie zussen die niet alleen een hoop regen, maar ook goede muziek mee hadden genomen. Af en toe was het moeilijk om de regen te overstemmen, maar het lukt. Ondertussen ging stortte buiten het dak in van het podium dat daar stond weg te regenen. Gelukkig zonder iemand te verwonden. Optredens konden er echter niet meer plaats vinden.
De avond wordt besloten met Dealan en hoe. De energie spat van het podium af! Ook hier ben ik niet de enige die dat vindt. Uiteindelijk ga ik na het concert een beetje moe, maar vooral heel tevreden naar mijn tent. Om daar al vrij snel in te slapen.
Het was zowaar droog en dat zou het de hele dag zo ongeveer blijven. Dat bracht de dames van de infostand en kampwinkel er toe de zonnebrand in de verkoop te gooien en ook de aftersun. Verder zochten we een plekje in de zon en wachtten af. In de verte klonk Klezmer muziek, de dag was ook muzikaal begonnen. Veel van wat die middag gebeurde kon ik het best samenvatten met "waarschijnlijk heel goed, maar niet mijn stijl". Zeeschuim was ongetwijfeld heel literair en kunstzinnig bezig, maar het kon me niet aantrekken. Vandiekomsa was leuk, maar de tent was toch wel wat erg warm en Sido Martens maakte tussen het pronken met zijn veroveringen door best goede muziek, maar maakte bij mij in elk geval weinig los. Maar het zonnetje en de sfeer vergoedden veel moet ik zeggen.
Ik begon wat op te leven bij Hillbilly Hayride. "gebroken harten en andere leed gevat in vrolijke liedjes". Doordat het festivalterrein nogal klein was hadden de dame en heren wat last van het soudchecken in de tent, maar dat werd simpel opgelost door het volume iets op te schroeven. Hte blijft tenslotte een festival waar opgetreden wordt en daar komen dat soort zaken soms voor. Dat gezegd hebbende moet ik zeggen dat over het algemeen het volume van de optredende bands zeer acceptabel was. Ik zag veel kinderen met oorbescherming en dat zal vast heel goed zijn, maar mij viel op dat ik geen enkel moment last had van fluitende oren of andere verschijnselen die bij harde muziek horen. ook niet gedurende de avond.
In de tent ging het die avond namelijk wat meer los en dat beviel me wel. Er zullen ongetwijfeld wel weer forums zijn waar discussies los barsten over de vraag of er nog sprake is van Folk en ik wens de deelnemers aan die discussies veel plezier. Ik heb gewoon genoten van zowel het optreden van King Dalton als van Ball Noir. En ja, dat is uiteindelijk waarvoor ik naar zo'n festival kom. de avond vliegt voorbij en voor ik er erg in heb is het weer tijd om de tent op te zoeken.
Marike Jager opent de zondagochtend. Ze blijkt hele nachten alleen in een hutje achter in haar tuin te hebben gezeten met een fles wijn. Daar heeft ze dan liedjes geschreven en die krijgen we te horen. over honden die wolven zijn en nog wat van die zaken. Ze wordt verder begeleid door de toetsenist met de mooiste baard ter wereld. Vindt Marike dan, ik heb daar niet zoveel verstand van. In de zaal meen ik overigens enige afkeuring te horen al;s ze dit zegt. Het optreden staat weer als een huis, ondanks dat ze niet met een band speelt zoals bij vorige koffieconcerten. Na het optreden besluit ik dat het nu wel een mooi moment is om de tent in te pakken.
Er zijn zowaar kruiwagens beschikbaar. Ik besluit de tent eerst helemaal leeg te pakken, alles in de auto te laden en daarna pas de buitentent af te breken. Mocht het intussen gaan regenen blijft de schade nog een beetje beperkt. Als ik aan de buitentent toe ben barst een buitje los. Ik pak de zaak bij elkaar en breng ook dit naar de auto, Klep dicht en ik kan weer naar het terrein.
De Folkaholics sluiten af. Ongecompliceerd feesten, daar heeft net nog het meeste van weg zonder de muziek uit het oog te verliezen. Klassiekers komen voorbij, afgewisseld met minder bekende liedjes. Een aantal gasten vullen hen aan en het gevolg is anderhalf uur die voorbij vliegen. Voor ik het in de gaten heb is de laatste toegift geweest en zit het eerste Parkfest er op. De organisatie betreedt het podium en bedankt ons, nadat wij hen bedankt hebben, en vooral ook de meer dan 100 vrijwilligers die zich weer de billen uit de naad gelopen hebben om alles mogelijk te maken.
Nog wat laatste dingen: muntjes inwisselen, afscheid nemen, naar de auto. Onderweg terug barst de regen los. Uiteindelijk kom ik thuis. Parkfest 2014 was een mooi feestje en ik hoop van harte dat er minstens zoveel afleveringen komen als van Folkwoods!
Donderdag
Het begon allemaal weer geweldig. Ik was net bezig de tent op te zetten, toen ik iets hoorde scheuren. Het bleek mijn broek. Maar goed, eerst de tent maar opgezet en ingepakt. Daarna zou ik wel verder zien. Het kwam me later nog op een opmerking te staan over een "sexy scheur . Ik geef het maar door voor wat het waard is. Op dat moment had al iemand een interview gegeven aan een plaatselijk TV station, had ik al een nieuwe broek gekocht en hadden we een bezoek gebracht aan de infostand. Zoals we gewend waren werd deze ook dit jaar weer bevolkt door de beide zussen die druk aan het regelen waren. Een enkeling zeurde nog dat er geen zwarte T-shirts waren, maar verder waren er gene wanklanken. Het lamballen kon beginnen. Festivals mogen van opzet veranderen, een andere naam krijgen, tradities moeten behouden blijven.De Klippeleaters kwamen ons van de camping halen en we volgden hun netjes naar het festival terrein. Daar hield Tinus nog een kort woordje, waarna de nieuwe organisatie ons welkom heette en het feest kon beginnen. Folcorn trad op met oude liedjes, zeer gedegen ingeleid, wat zeer informatief was, maar de vaart we een beetje uit het geheel haalde. Het zorgde voor een wat kalm begin van de avond. Dat zou later bij Hoven Droven nog wel veranderen. Ondertussen hadden we weer een plekje op het park veroverd en goedkeurend geconcludeerd dat het bier weer in echte glazen zat en ook de rest goed verzorgd was. Het kon nog een leuk feestje worden en het was nog maar donderdag. Uiteindelijk werd het bedtijd, voor de een wat eerder dan voor de ander. Het zou een rustige nacht worden.
Vrijdag
Op een of andere manier leek het net zaterdag. De dag begon ook zoals anders zaterdag: met ontbijt. In de folder werd het "Basic Ontbijtservice" genoemd, maar daarmee doet de schrijver van die tekst de dames tekort. Je moest weer een hele reeks vragen beantwoorden, maar daarna kreeg je een ontbijt dat niet alleen op maat, maar vooral ook met liefde gemaakt was. Er schijnt nog ergens een plek geweest te zijn waar je kunt ontbijten, maar zo goed als hier kan het nooit geweest zijn. Helaas was er een klein minpuntje, maar daar konden de dames niets aan doen: ED had besloten het festival niet te sponsoren en was daarom niet aanwezig. We moesten het dus zonder hem doen en hebben daardoor zijn ongetwijfeld lovende verhalen over dit nieuwe festival gemist. De dames deden hun best om het gemis aan te vullen en zo werd het toch nog gezellig.Muzikaal begon de dag met Opa's Kunstgebit. Een groep uit het Noorden des Lands die naast goede uitvoeringen van Klassiekers, vooral veel humor bracht. En bovendien een aantal mensen uit het publiek ook de indruk gaf dat ze mee mochten doen. Bij Shireen was het geloof ik de bedoeling dat je weg doomde, op een of andere manier wilde dat me niet lukken en heb ik vooral wat heen en weer gestruind en natuurlijk ervaringen uitgewisseld met de mensen om me heen. Dat het anders was en toch weer hetzelfde en zo. Van Zeeschuim heb ik eigenlijk ongeveer alles gemist. Het was nogal nat en je moest in de open lucht gaan staan om te kijken. Kan zo gebeuren. Ad van Meurs speelde met band in de tent en dat was wel prettig, want de buien bleven komen. Als het festival niet anders had geheten hadden we het "echt Folkwoods weer" genoemd. Of het ook echt Parkfest weer zal blijken te zijn zullen we hopelijk in een lange toekomst vanzelf te weten komen. Verder leverde van Meurs gewoon de kwaliteit die je van hem kunt verwachten. Ik genoot en als ik om me heen keek merkte ik dat ik niet de enige was.
Marktkoopman had er gelukkig voor gekozen om in de kleine tent midden op het veld te gaan spelen, wat voor een knus concert zorgde. Verder was ook dit weer een band die humor in het vaandel had staan en zorgde goed genoeg te spelen om er voor te zorgen dat het niet vervelend werd. Het publiek vond het allemaal prachtig. Doordat het in die tent werd gespeeld wist men ook waar men voro klapte en dat voorkwam weer een aantal boze gezichten en misverstanden. Daarna was het op naar de Henry Girls: drie zussen die niet alleen een hoop regen, maar ook goede muziek mee hadden genomen. Af en toe was het moeilijk om de regen te overstemmen, maar het lukt. Ondertussen ging stortte buiten het dak in van het podium dat daar stond weg te regenen. Gelukkig zonder iemand te verwonden. Optredens konden er echter niet meer plaats vinden.
De avond wordt besloten met Dealan en hoe. De energie spat van het podium af! Ook hier ben ik niet de enige die dat vindt. Uiteindelijk ga ik na het concert een beetje moe, maar vooral heel tevreden naar mijn tent. Om daar al vrij snel in te slapen.
Zaterdag
De dag begint weer als de vorige: ontbijt. Deze keer bovendien met een uitgebreide geschiedenisles. Dat de Friezen eigenlijk Franken waren en zo. Totdat de Euro kwam geloof ik, maar ik moet zeggen dat ik het allemaal niet helemaal bij kon houden. ED was er weer niet en dus besloot ik het heft in eigen hand te nemen. Ik vond heb bij een benzinepomp, waar ik niet de enige bleek die hem zocht, er was nog iemand die voor hem kwam.Helaas vond hij het niet nodig om iets over Parkfest te vertellen. wel over Voetbal, een Cultureel Centrum dat failliet was en hoe je langs de Dommel door Eindhoven kunt lopen zonder het idee te hebben ooit in een stad te zijn. Dat vraagt bijna om een opmerking, maar ik zal me inhouden deze keer. Voor de rest waren er weer de gewone rituelen van wachten en uiteindelijk het terrein op gaan.Het was zowaar droog en dat zou het de hele dag zo ongeveer blijven. Dat bracht de dames van de infostand en kampwinkel er toe de zonnebrand in de verkoop te gooien en ook de aftersun. Verder zochten we een plekje in de zon en wachtten af. In de verte klonk Klezmer muziek, de dag was ook muzikaal begonnen. Veel van wat die middag gebeurde kon ik het best samenvatten met "waarschijnlijk heel goed, maar niet mijn stijl". Zeeschuim was ongetwijfeld heel literair en kunstzinnig bezig, maar het kon me niet aantrekken. Vandiekomsa was leuk, maar de tent was toch wel wat erg warm en Sido Martens maakte tussen het pronken met zijn veroveringen door best goede muziek, maar maakte bij mij in elk geval weinig los. Maar het zonnetje en de sfeer vergoedden veel moet ik zeggen.
Ik begon wat op te leven bij Hillbilly Hayride. "gebroken harten en andere leed gevat in vrolijke liedjes". Doordat het festivalterrein nogal klein was hadden de dame en heren wat last van het soudchecken in de tent, maar dat werd simpel opgelost door het volume iets op te schroeven. Hte blijft tenslotte een festival waar opgetreden wordt en daar komen dat soort zaken soms voor. Dat gezegd hebbende moet ik zeggen dat over het algemeen het volume van de optredende bands zeer acceptabel was. Ik zag veel kinderen met oorbescherming en dat zal vast heel goed zijn, maar mij viel op dat ik geen enkel moment last had van fluitende oren of andere verschijnselen die bij harde muziek horen. ook niet gedurende de avond.
In de tent ging het die avond namelijk wat meer los en dat beviel me wel. Er zullen ongetwijfeld wel weer forums zijn waar discussies los barsten over de vraag of er nog sprake is van Folk en ik wens de deelnemers aan die discussies veel plezier. Ik heb gewoon genoten van zowel het optreden van King Dalton als van Ball Noir. En ja, dat is uiteindelijk waarvoor ik naar zo'n festival kom. de avond vliegt voorbij en voor ik er erg in heb is het weer tijd om de tent op te zoeken.
Zondag
Als ik bij het ontbijt kom is er enige opluchting. Ik was wat later dan de vorige dagen en even was hte de grote vraag waar ik was. Verder blijk ik het vervolg op de geschiedenisles te hebben gemist en hoor ik dat ik chocomel bij het ontbijt wil.Ik protesteer nog hele even, maar de dames zijn onverbiddelijk. Chocomel dus. Er blijkt die ochtend overigens een behoorlijke consensus onder de ontbijtgasten: iedereen wil Chocomel, al dan niet vrijwillig. Omdat het zondag is hoeven we ons niet af te vragen waar ED is, die komt nooit langs op zondag. Principe zaak waarschijnlijk. Sommige mensen beginnen op de camping hun tent vast in te pakken, omdat er weer regen dreigt. Ik heb daar nog geen zin in.Marike Jager opent de zondagochtend. Ze blijkt hele nachten alleen in een hutje achter in haar tuin te hebben gezeten met een fles wijn. Daar heeft ze dan liedjes geschreven en die krijgen we te horen. over honden die wolven zijn en nog wat van die zaken. Ze wordt verder begeleid door de toetsenist met de mooiste baard ter wereld. Vindt Marike dan, ik heb daar niet zoveel verstand van. In de zaal meen ik overigens enige afkeuring te horen al;s ze dit zegt. Het optreden staat weer als een huis, ondanks dat ze niet met een band speelt zoals bij vorige koffieconcerten. Na het optreden besluit ik dat het nu wel een mooi moment is om de tent in te pakken.
Er zijn zowaar kruiwagens beschikbaar. Ik besluit de tent eerst helemaal leeg te pakken, alles in de auto te laden en daarna pas de buitentent af te breken. Mocht het intussen gaan regenen blijft de schade nog een beetje beperkt. Als ik aan de buitentent toe ben barst een buitje los. Ik pak de zaak bij elkaar en breng ook dit naar de auto, Klep dicht en ik kan weer naar het terrein.
De Folkaholics sluiten af. Ongecompliceerd feesten, daar heeft net nog het meeste van weg zonder de muziek uit het oog te verliezen. Klassiekers komen voorbij, afgewisseld met minder bekende liedjes. Een aantal gasten vullen hen aan en het gevolg is anderhalf uur die voorbij vliegen. Voor ik het in de gaten heb is de laatste toegift geweest en zit het eerste Parkfest er op. De organisatie betreedt het podium en bedankt ons, nadat wij hen bedankt hebben, en vooral ook de meer dan 100 vrijwilligers die zich weer de billen uit de naad gelopen hebben om alles mogelijk te maken.
Nog wat laatste dingen: muntjes inwisselen, afscheid nemen, naar de auto. Onderweg terug barst de regen los. Uiteindelijk kom ik thuis. Parkfest 2014 was een mooi feestje en ik hoop van harte dat er minstens zoveel afleveringen komen als van Folkwoods!
Abonneren op:
Posts (Atom)




