Hoewel enige ijdelheid ook mij niet vreemd is, vind ik het soms helemaal niet zo leuk om gelijk te krijgen. Als het gaat om de prijs die we als consument voor ons bier betalen had ik liever gezien dat ik er helemaal naast zat.
Het was de bierconsumentenvereniging PINT die me wees op een berichtje op de website van die van Misset Horeca. Daar ging het weer eens over de bierprijzen voor de Horeca. De redactie van het blad heeft onderzocht hoe de bierprijzen van de grote brouwers zich hebben ontwikkeld en dat gehouden tegen de inflatie en accijnsverhogingen. En houd je vast, dit had je nooit verwacht: De prijzen blijken sneller te zijn gestegen dan je uit deze factoren zou kunnen verklaren. Gevraagd naar de redenen willen de grote brouwers hier niet op in gaan. Uit concurrentie overwegingen of gewoon omdat ze geen zin hebben om vragen er over te beantwoorden.
Ondertussen is het totaal onmogelijk na te gaan hoe de prijzen die cafés betalen werkelijk liggen. Brouwerijen publiceren alleen de bruto prijzen en werken met allerlei kortingen op die prijs. Daar moet je als ondernemer dan wel voor onderhandelen en hoe meer je aan de brouwer vast zit, hoe moeilijker dat is. Je kunt moeilijk dreigen naar een ander te gaan als in het huurcontract van je café staat dat je verplicht bent om bier van een brouwer af te nemen die, hoe toevallig, ook nog eens de verhuurder van het pand is. "...om gunstige voorwaarden er uit te onderhandelen moet je wel aan
minimaal drie eisen te voldoen. 'Je moet het kunnen, je moet vrij zijn
van brouwer en je moet voldoende pils verkopen.'" tekent Misset Horeca op uit de mond van Bob Maas, die voor horeca gelegenheden onderhandelt met brouwers. Heb je dus een klein café en ook nog eens te maken met huurcondities, brouwerijcontracten. of andere narigheid dan betaal je gewoon meer per liter. Hoe dat allemaal precies gaat komen wij als consumenten niet te weten, want de uitkomsten van onderhandelingen zijn natuurlijk geheim.
Ondertussen blijven die zelfde brouwers wel stunten via de supermarkten. Horeca ondernemers moeten dan ook nog steeds constateren dat verkoopprijzen in de supermarkten lager liggen dan hun inkoopprijzen. Dat maakt het lastig om nog mensen in je tent te krijgen, zeker in tijden dat mensen het allemaal niet zo breed hebben.
Het is al weer een tijd geleden dat partijen in de bierwereld zich aaneen sloten om onder de bezielende leiding van Nederlandse Brouwers te protesteren tegen de verhogingen van de accijns. Mensen zouden spontaan naar het buitenland vertrekken om bier te kopen, De brouwers, winkels en horeca gelegenheden zouden enorme verliezen gaan leiden, mensen zouden worden ontslagen en meer rampen zouden de bierwereld overspoelen. Toen al viel het me op dat de brouwerijen een stuk minder problemen hadden met hun eigen prijsverhogingen. De toenmalige voorzitter van PINT kon zelfs de volgorde waarin de leden van Nederlandse brouwers hun prijs verhoogden voorspellen. Nu blijkt uit onderzoek dat mijn twijfels van toen terecht waren. Mooi voor mijn ego misschien, maar ik had het liever anders gezien. Partijen die destijds uit volle overtuiging zich aansloten tegen de accijnsverhoging zijn naar mijn mening gewoon misbruikt door een partij die blijkbaar alleen tegen verhogingen is als het geld niet bij hen terecht komt.
De verhouding tussen Nederlandse brouwers en hun afnemers in de horeca kenmerkt zich door een totaal gebrek aan transparantie. Vragen van Misset zijn niet beantwoord, overeenkomsten met horeca ondernemers kenmerken zich door geheimzinnigheid. Dat was een paar jaar geleden ook al zo en dat is niets veranderd. Aangezien deze grote brouwerijen nog steeds het overgrote deel van de markt in handen hebben een kwalijke ontwikkeling en een serieuze dreiging voor de horeca wereld in ons land.
Welkom op mijn Blog. Als anderen in paniek raken hoef jij het niet meer te doen. Geen Paniek dus. Of je nu in Dad's Army zit of door de Melkweg lift maakt daarbij niet uit. Op dit blog zieleroerselen, gedachtenspinsels en wat ik leuk vind om te schrijven. Wie er een lijn in ziet mag het zeggen.
Translate
zondag 22 februari 2015
vrijdag 6 februari 2015
The times they are a changing
Eigenlijk wist ik het wel, maar als je er ineens mee geconfronteerd wordt is dat toch even een beleving: de bierwereld is de afgelopen jaren misschien niet helemaal op zijn kop gezet, maar toch behoorlijk veranderd.
Het kan zijn dat ik niet goed gekeken heb, maar ik heb geen jaartal gevonden in het uiterst interessante en ook vermakelijke boekje "Minder Trammelant in Bierland". Maar het moet na 2007 geweest zijn en ik weet dat ik het al jaren heb. Door een toeval (of liever een filmpje dat door iemand op facebook was gezet) keek ik het weer eens in en voelde me terug gaan in de tijd.Terwijl het bij het uitkomen toch behoorlijk actueel was.
We dronken toen het boekje uit kwam nog 77 liter per persoon per jaar (waarbij iedereen mee telt, ook mensen die geen bier drinken). Ik zag laatst dat we langzaam richting 70 aan het verschuiven zijn. Waarbij aangetekend dat vooral de grote pilsbrouwerijen daar las van hebben. Kleine brouwerijen groeien nog steeds, als ze kwaliteit leveren tenminste. En bovendien: het kan nog slechter, want in 1949 dronken we per persoon slechts 10,1 liter per jaar. Maar dat bier was dan ook gewoon slecht.
Wat verder opvalt is het hoge percentage Belgische Bieren in het boekje. Dat kan natuurlijk een keuze van de schrijvers zijn, maar ik denk dat toen veel bijzondere bieren nog uit België kwamen. In het boekje staan 30 Belgische Brouwerijen. 13 Nederlandse en slechts één Amerikaanse. Toch waren de heren blijkbaar zieners. "In Amerika wordt pas echt bijgedragen aan de toekomst van bier in het algemeen en speciaalbier in het bijzonder" schrijven ze en ik denk dat de geschiedenis sindsdien hen gelijk heeft gegeven over wat ze al "de parels van morgen" noemen. Ik denk dat als beide heren tot een "geheel herziene druk" zouden besluiten de verhouding anders zou zijn. Misschien minder Belgen en meer Nederlanders, maar zeker meer Amerikanen denk ik maar zo. Wie weet gaan we het nog een keer mee maken.
Als ik de lijst met bieren langs loop heeft het wel wat van een reünie van school weg. Ik kom oude bekenden tegen, die er nog steeds zijn, maar die ik door allerlei omstandigheden uit het oog was verloren. Van anderen moet ik constateren dat ze ons ontvallen zijn. Brouwerij gesloten, bier uit het assortiment. Er zijn er bij die ik toch wel een beetje mis als ik er over lees. Zeker de beschrijvingen van de altijd weer enthousiaste schrijvers draagt daar aan bij. Misschien moet ik een aantal van die oude kennissen nog eens weer opzoeken en mijn kennismaking met ze hernieuwen. Of zou ik dan merken dat we toch in al die tijd uit elkaar zijn gegroeid? Want ik ben veranderd in die tijd natuurljk.
Ontwikkelingen in bierland. Ik ben er toch al enige jaren bij geweest. Ik heb ook geroepen dat het hard ging. Ik was het eens met de stelling dat als je tien jaar geleden had voorspeld dat we nu meemaken wat we mee maken er toch behoorlijk aan je verstand getwijfeld zou worden. En toch was de confrontatie met het nog niet zo verre verleden voor mij verassend. Bob Dylan zong het al en in bierland geldt dat nu zeker: The times they are a changing.
Het kan zijn dat ik niet goed gekeken heb, maar ik heb geen jaartal gevonden in het uiterst interessante en ook vermakelijke boekje "Minder Trammelant in Bierland". Maar het moet na 2007 geweest zijn en ik weet dat ik het al jaren heb. Door een toeval (of liever een filmpje dat door iemand op facebook was gezet) keek ik het weer eens in en voelde me terug gaan in de tijd.Terwijl het bij het uitkomen toch behoorlijk actueel was.
We dronken toen het boekje uit kwam nog 77 liter per persoon per jaar (waarbij iedereen mee telt, ook mensen die geen bier drinken). Ik zag laatst dat we langzaam richting 70 aan het verschuiven zijn. Waarbij aangetekend dat vooral de grote pilsbrouwerijen daar las van hebben. Kleine brouwerijen groeien nog steeds, als ze kwaliteit leveren tenminste. En bovendien: het kan nog slechter, want in 1949 dronken we per persoon slechts 10,1 liter per jaar. Maar dat bier was dan ook gewoon slecht.
Wat verder opvalt is het hoge percentage Belgische Bieren in het boekje. Dat kan natuurlijk een keuze van de schrijvers zijn, maar ik denk dat toen veel bijzondere bieren nog uit België kwamen. In het boekje staan 30 Belgische Brouwerijen. 13 Nederlandse en slechts één Amerikaanse. Toch waren de heren blijkbaar zieners. "In Amerika wordt pas echt bijgedragen aan de toekomst van bier in het algemeen en speciaalbier in het bijzonder" schrijven ze en ik denk dat de geschiedenis sindsdien hen gelijk heeft gegeven over wat ze al "de parels van morgen" noemen. Ik denk dat als beide heren tot een "geheel herziene druk" zouden besluiten de verhouding anders zou zijn. Misschien minder Belgen en meer Nederlanders, maar zeker meer Amerikanen denk ik maar zo. Wie weet gaan we het nog een keer mee maken.
Als ik de lijst met bieren langs loop heeft het wel wat van een reünie van school weg. Ik kom oude bekenden tegen, die er nog steeds zijn, maar die ik door allerlei omstandigheden uit het oog was verloren. Van anderen moet ik constateren dat ze ons ontvallen zijn. Brouwerij gesloten, bier uit het assortiment. Er zijn er bij die ik toch wel een beetje mis als ik er over lees. Zeker de beschrijvingen van de altijd weer enthousiaste schrijvers draagt daar aan bij. Misschien moet ik een aantal van die oude kennissen nog eens weer opzoeken en mijn kennismaking met ze hernieuwen. Of zou ik dan merken dat we toch in al die tijd uit elkaar zijn gegroeid? Want ik ben veranderd in die tijd natuurljk.
Ontwikkelingen in bierland. Ik ben er toch al enige jaren bij geweest. Ik heb ook geroepen dat het hard ging. Ik was het eens met de stelling dat als je tien jaar geleden had voorspeld dat we nu meemaken wat we mee maken er toch behoorlijk aan je verstand getwijfeld zou worden. En toch was de confrontatie met het nog niet zo verre verleden voor mij verassend. Bob Dylan zong het al en in bierland geldt dat nu zeker: The times they are a changing.
maandag 5 januari 2015
Kan dat niet anders?
De afgelopen weken heb ik me verbaasd over de wijze waarop in elk geval een deel van de Belgische bierwereld met de koppen tegen elkaar lijkt te botsen. Ik vraag me af of dat niet anders kan.
Het lijkt een beetje oorlog in de bierwereld van onze zuiderburen. Hoe het precies begonnen is weet ik niet zeker, maar een pamflet van een aantal brouwers en het toelatingsbeleid van het ZBF lijken er toe bij te hebben gedragen dat er tussen brouwers en bierfirma's een vete is ontstaan. En als ik op facebook zo af en toe zaken voorbij zie komen worden de messen in beide kampen geslepen en is men eerder op confrontatie dan compromis uit.
De bierfirma's voelen zich in elk geval geboycot. Zij hebben te horen gekregen dat op het Zythos Bierfestival geen ruimte voor hen is. De brouwers, met eigen ketels, zijn namelijk een maand eerder uitgenodigd en zoveel belangstelling getoond, dat alle ruimte is ingenomen en dus voor bierfirma's geen ruimte meer is. Een en al is strikt volgens de al jaren geldende regels, maar het is voor het eerst dat het zo uit pakt, dat geen enkele bierfirma nog kan komen. En dus is Leiden, of een vergelijkbare Belgische plaats, in Last. Op sociale media en in andere media wordt er schande gesproken van de organisatie van het festival die partij zou kiezen tegen de bierfirma's. Dat deze organisatie gewoon haar regels toe past en zelf mag bepalen wie ze uitnodigen is iets dat niet bij de firma's op komt.
Aan de andere kant staan de brouwers met een ketel. Een aantal van hen had al eerder een pamflet het licht laten zien waarin ze probeerden duidelijk te maken hoe bedreigend die bierfirma's wel niet zijn. Niet voor hen, maar voor de Belgische Biercultuur. Bovendien is het niet eerlijk. Zij doen het zware werk boven de ketels en die firma's zitten in plaats van in de brouwerij achter hun computer en bedrijven marketing in plaats van dat ze brouwen. Van dat laatste hebben ze ook niet zoveel verstand, de meeste weten geen gerstekorrel van een hopbel te onderscheiden. Dat is in elk geval de mening van die brouwers.
Ergens halverwege zijn dan ook nog de brouwers die hun geld verdienen met het brouwen voor die bierfirma's. Voor een aantal op basis van een door de firma verstrekt recept, in andere gevallen komen zij wel met een idee voor een bier dat die firma dan kan verkopen. Zij horen feitelijk bij de brouwers, maar zullen die firma's waarschijnlijk niet afvallen. Je gaat klanten niet tegen je in het harnas jagen.
Zoals altijd zullen alle partijen best wel een aantal goede argumenten voor hun standpunt hebben. Maar ik vraag me af of dit nu de manier is om de biercultuur vooruit te helpen. Wie in de Belgische bierwereld er iets mee op schiet als diverse partijen meer bezig zijn met elkaar in de haren te vliegen, in plaats van met het maken van mooie klassieke en ook innovatieve bieren. Zou het geen idee zijn om in plaats van elkaar te bevechten om stukken van de bierkoek te proberen de koek te vergroten, zodat iedereen daar wat aan heeft? Om vooral ook elkaars kwaliteiten te zien en niet alleen waar de ander minder goed in is? Zou het niet mooi zijn om met elkaar afspraken te maken om te zorgen voor een eerlijk speelveld waar brouwerijen en firma's beide hun rol kunnen spelen? Misschien moeten al die partijen samen gewoon een (waarschijnlijk Belgisch) biertje met elkaar gaan drinken.Lijkt me een stuk leuker dan elkaar voor rotte vis uit maken.
Het lijkt een beetje oorlog in de bierwereld van onze zuiderburen. Hoe het precies begonnen is weet ik niet zeker, maar een pamflet van een aantal brouwers en het toelatingsbeleid van het ZBF lijken er toe bij te hebben gedragen dat er tussen brouwers en bierfirma's een vete is ontstaan. En als ik op facebook zo af en toe zaken voorbij zie komen worden de messen in beide kampen geslepen en is men eerder op confrontatie dan compromis uit.
De bierfirma's voelen zich in elk geval geboycot. Zij hebben te horen gekregen dat op het Zythos Bierfestival geen ruimte voor hen is. De brouwers, met eigen ketels, zijn namelijk een maand eerder uitgenodigd en zoveel belangstelling getoond, dat alle ruimte is ingenomen en dus voor bierfirma's geen ruimte meer is. Een en al is strikt volgens de al jaren geldende regels, maar het is voor het eerst dat het zo uit pakt, dat geen enkele bierfirma nog kan komen. En dus is Leiden, of een vergelijkbare Belgische plaats, in Last. Op sociale media en in andere media wordt er schande gesproken van de organisatie van het festival die partij zou kiezen tegen de bierfirma's. Dat deze organisatie gewoon haar regels toe past en zelf mag bepalen wie ze uitnodigen is iets dat niet bij de firma's op komt.
Aan de andere kant staan de brouwers met een ketel. Een aantal van hen had al eerder een pamflet het licht laten zien waarin ze probeerden duidelijk te maken hoe bedreigend die bierfirma's wel niet zijn. Niet voor hen, maar voor de Belgische Biercultuur. Bovendien is het niet eerlijk. Zij doen het zware werk boven de ketels en die firma's zitten in plaats van in de brouwerij achter hun computer en bedrijven marketing in plaats van dat ze brouwen. Van dat laatste hebben ze ook niet zoveel verstand, de meeste weten geen gerstekorrel van een hopbel te onderscheiden. Dat is in elk geval de mening van die brouwers.
Ergens halverwege zijn dan ook nog de brouwers die hun geld verdienen met het brouwen voor die bierfirma's. Voor een aantal op basis van een door de firma verstrekt recept, in andere gevallen komen zij wel met een idee voor een bier dat die firma dan kan verkopen. Zij horen feitelijk bij de brouwers, maar zullen die firma's waarschijnlijk niet afvallen. Je gaat klanten niet tegen je in het harnas jagen.
Zoals altijd zullen alle partijen best wel een aantal goede argumenten voor hun standpunt hebben. Maar ik vraag me af of dit nu de manier is om de biercultuur vooruit te helpen. Wie in de Belgische bierwereld er iets mee op schiet als diverse partijen meer bezig zijn met elkaar in de haren te vliegen, in plaats van met het maken van mooie klassieke en ook innovatieve bieren. Zou het geen idee zijn om in plaats van elkaar te bevechten om stukken van de bierkoek te proberen de koek te vergroten, zodat iedereen daar wat aan heeft? Om vooral ook elkaars kwaliteiten te zien en niet alleen waar de ander minder goed in is? Zou het niet mooi zijn om met elkaar afspraken te maken om te zorgen voor een eerlijk speelveld waar brouwerijen en firma's beide hun rol kunnen spelen? Misschien moeten al die partijen samen gewoon een (waarschijnlijk Belgisch) biertje met elkaar gaan drinken.Lijkt me een stuk leuker dan elkaar voor rotte vis uit maken.
dinsdag 25 november 2014
Het verschil tussen ambachtsman en prutser.
Met enige regelmaat zie ik de stelling langs komen dat we bij bieren van ambachtelijke brouwerijen het maar moeten pikken als de kwaliteit nogal eens te wensen over laat. Met alle respect: ik vind dat on zin en zelfs gevaarlijk voor ons bierlandschap.
Bier brouwen is een ambacht. Uit de geschiedenisboekjes heb ik geleerd dat het leren van een ambacht de nodige tijd en energie kostte. Je begon onder aan de ladder, als krullenjongen of zo iets, werkte je dan langzaam op tot je uiteindelijk een meesterstuk mocht maken en als dat goed ging had je aangetoond een ambachtsman te zijn en dan mocht je je meester noemen. Zo had je meester bakkers, meester meubelmakers en zo meer. Zo'n meester had een naam te verliezen en zorgde er dan ook wel dat wat in zijn naam gemaakt werd kwalitatief goed was. Ook als een van zijn gezellen er aan had gewerkt. Een goede naam verliezen gaat immers nogal wat sneller dan er een opbouwen als je niet oplet.
Bij ambachtelijke brouwerijen schijnt het allemaal wat anders te werken. Daar lijkt het er op dat als je maar roept dat je ambachtelijk bent je ongeveer overal mee weg komt. Dat zelfs mensen die zichzelf onder de kenners scharen er dan ineens begrip voor hebben dat de kwaliteit niet constant is, dat er pogingen gedaan worden om brouwfouten onder de mat te vegen. Want zo'n kleine brouwer kan geen laboratorium inrichten en mist veel andere mogelijkheden om de kwaliteit van zijn bier te kunnen garanderen. Voor mij klinkt dat als een meubelmaker die roept dat hout nu eenmaal een natuurproduct is en dat ik dus niet zeuren moet als een tafel die ik van het gekocht heb na een week helemaal krom is getrokken. Ik denk niet dat ik daar in zou trappen en met mij meer mensen niet. Bovendien zit er een gevaar aan.
Laten we even zo'n anderhalve eeuw terug gaan in de tijd, dus zo rond het midden van de 19e eeuw. In Nederland was nieuw bier aangekomen: Beijersch Bier. Dat kenmerkte zich door "een hele zuivere kwaliteit, met mooie schuimkraag"(Kees Volkers in "ontdek de Bieren van Amsterdam). Bovendien wist je van tevoren hoe het zou smaken. Elk bier was iedere keer weer het zelfde. Daarnaast waren er al tijden lokale brouwerijen. Ambachtelijk zouden we nu zeggen. Die brouwden echt niet allemaal slecht bier, maar onvoorspelbaar was het wel. Bovendien zaten daar ook brouwers tussen die het met de kwaliteit wat minder nauw namen. En de consument koos met zijn voeten: binnen de kortste keren was de keuze voor brouwers: of het nieuwe bier brouwen of er aan gaan. Beide gebeurde.
Nu ken ik gelukkig een aantal brouwers die naar mijn mening gewoon mooi bier op de markt brengen. Gebrouwen door brouwers die hun vak serieus nemen en hun zaken ook voor elkaar hebben. Die continu bezig zijn om hun bieren te verbeteren,net iets meer de richting op te duwen die ze voor ogen hebben. Die inzien dat ze kwaliteit moeten leveren om een goede naam te verwerven en te houden. En die daarbij ook nog eens aan uitbreiding van hun gamma werken. Ik ben geneigd die mensen ambachtslieden te noemen. En hun brouwerij dus ambachtelijk.
Maar aan de andere kant lijd ik soms wat af. Stuit ik op een bier van zo'n sympathieke brouwer die echter domweg zijn spullen niet voor elkaar heeft. Met als gevolg dat ik naarstig op zoek moet naar een goede gootsteen en bij ontstentenis daarvan me er maar manmoedig door heen sla. In zo'n geval ben je blij als je een festivalglas van 15cl hebt en geen groter. Er iets van zeggen tegen een brouwer doe ik maar niet meer. Te vaak heb ik gehoord dat zoiets gewoon de bedoeling was. Of hoor ik een vage smoes, die me er van moet overtuigen dat een bier niet zuur is, maar wat minder koriander bevat dan vroeger. Kortom: van sommige mensen wordt hun creativiteit bij het bedenken van bieren overtroffen door die welke ze gebruiken om smoezen te verzinnen. Ik draag dus tegenwoordig mijn lot maar in stilte. Of beter: ik mijd de brouwers waarvan ik weet dat de kans op teleurstelling nogal groot werd. Deze categorie zou ik eerder als prutser willen aanduiden dan als ambachtslieden.
Zo lang de prutsers in de minderheid zijn en er genoeg echte ambachtslieden zijn en er bovendien ook brouwerijen zijn die misschien niet ambachtelijk zijn in bovengenoemde zin maar wel goed bier afleveren zie ik ons niet terug keren naar een situatie waarin een bierstijl alle andere gaat verdringen omdat die bieren wel goed zijn. Maar ik hoop dat er niet te veel mensen zijn die bij hun eerste kennismaking met bier tegen een product van zo'n prutser aan lopen. Iemand die dat overkomt is voor de bierwereld waarschijnlijk voorlopig verloren zo niet voorgoed.
Laten we daarom gewoon met zijn allen afspreken dat hoe schattig, klein, experimenteel of wat dan ook een brouwerij ook is: als het bier dat er uit komt niet goed is, dan heeft de brouwer een probleem. Dat met de mantel der liefde bedekken omdat hij zo lekker bezig is doet ook hem meer kwaad dan goed. Want voorlopig mag de markt dan zodanig zijn dat bijna elke brouwer zijn bier wel kwijt raakt, dat gaat een keer veranderen. Op enig moment kijken consumenten door alle verhalen heen en komen ze tot de conclusie dat er bieren zijn waar je met een boog om heen moet lopen. Als een brouwer er achter komt dat het zijn bieren zijn is het te laat. Hoe vaak we ook gezegd hebben dat hij het toch wel leuk doet en we dus niet al te kritisch moeten zijn.
Bier brouwen is een ambacht. Uit de geschiedenisboekjes heb ik geleerd dat het leren van een ambacht de nodige tijd en energie kostte. Je begon onder aan de ladder, als krullenjongen of zo iets, werkte je dan langzaam op tot je uiteindelijk een meesterstuk mocht maken en als dat goed ging had je aangetoond een ambachtsman te zijn en dan mocht je je meester noemen. Zo had je meester bakkers, meester meubelmakers en zo meer. Zo'n meester had een naam te verliezen en zorgde er dan ook wel dat wat in zijn naam gemaakt werd kwalitatief goed was. Ook als een van zijn gezellen er aan had gewerkt. Een goede naam verliezen gaat immers nogal wat sneller dan er een opbouwen als je niet oplet.
Bij ambachtelijke brouwerijen schijnt het allemaal wat anders te werken. Daar lijkt het er op dat als je maar roept dat je ambachtelijk bent je ongeveer overal mee weg komt. Dat zelfs mensen die zichzelf onder de kenners scharen er dan ineens begrip voor hebben dat de kwaliteit niet constant is, dat er pogingen gedaan worden om brouwfouten onder de mat te vegen. Want zo'n kleine brouwer kan geen laboratorium inrichten en mist veel andere mogelijkheden om de kwaliteit van zijn bier te kunnen garanderen. Voor mij klinkt dat als een meubelmaker die roept dat hout nu eenmaal een natuurproduct is en dat ik dus niet zeuren moet als een tafel die ik van het gekocht heb na een week helemaal krom is getrokken. Ik denk niet dat ik daar in zou trappen en met mij meer mensen niet. Bovendien zit er een gevaar aan.
Laten we even zo'n anderhalve eeuw terug gaan in de tijd, dus zo rond het midden van de 19e eeuw. In Nederland was nieuw bier aangekomen: Beijersch Bier. Dat kenmerkte zich door "een hele zuivere kwaliteit, met mooie schuimkraag"(Kees Volkers in "ontdek de Bieren van Amsterdam). Bovendien wist je van tevoren hoe het zou smaken. Elk bier was iedere keer weer het zelfde. Daarnaast waren er al tijden lokale brouwerijen. Ambachtelijk zouden we nu zeggen. Die brouwden echt niet allemaal slecht bier, maar onvoorspelbaar was het wel. Bovendien zaten daar ook brouwers tussen die het met de kwaliteit wat minder nauw namen. En de consument koos met zijn voeten: binnen de kortste keren was de keuze voor brouwers: of het nieuwe bier brouwen of er aan gaan. Beide gebeurde.
Nu ken ik gelukkig een aantal brouwers die naar mijn mening gewoon mooi bier op de markt brengen. Gebrouwen door brouwers die hun vak serieus nemen en hun zaken ook voor elkaar hebben. Die continu bezig zijn om hun bieren te verbeteren,net iets meer de richting op te duwen die ze voor ogen hebben. Die inzien dat ze kwaliteit moeten leveren om een goede naam te verwerven en te houden. En die daarbij ook nog eens aan uitbreiding van hun gamma werken. Ik ben geneigd die mensen ambachtslieden te noemen. En hun brouwerij dus ambachtelijk.
Maar aan de andere kant lijd ik soms wat af. Stuit ik op een bier van zo'n sympathieke brouwer die echter domweg zijn spullen niet voor elkaar heeft. Met als gevolg dat ik naarstig op zoek moet naar een goede gootsteen en bij ontstentenis daarvan me er maar manmoedig door heen sla. In zo'n geval ben je blij als je een festivalglas van 15cl hebt en geen groter. Er iets van zeggen tegen een brouwer doe ik maar niet meer. Te vaak heb ik gehoord dat zoiets gewoon de bedoeling was. Of hoor ik een vage smoes, die me er van moet overtuigen dat een bier niet zuur is, maar wat minder koriander bevat dan vroeger. Kortom: van sommige mensen wordt hun creativiteit bij het bedenken van bieren overtroffen door die welke ze gebruiken om smoezen te verzinnen. Ik draag dus tegenwoordig mijn lot maar in stilte. Of beter: ik mijd de brouwers waarvan ik weet dat de kans op teleurstelling nogal groot werd. Deze categorie zou ik eerder als prutser willen aanduiden dan als ambachtslieden.
Zo lang de prutsers in de minderheid zijn en er genoeg echte ambachtslieden zijn en er bovendien ook brouwerijen zijn die misschien niet ambachtelijk zijn in bovengenoemde zin maar wel goed bier afleveren zie ik ons niet terug keren naar een situatie waarin een bierstijl alle andere gaat verdringen omdat die bieren wel goed zijn. Maar ik hoop dat er niet te veel mensen zijn die bij hun eerste kennismaking met bier tegen een product van zo'n prutser aan lopen. Iemand die dat overkomt is voor de bierwereld waarschijnlijk voorlopig verloren zo niet voorgoed.
Laten we daarom gewoon met zijn allen afspreken dat hoe schattig, klein, experimenteel of wat dan ook een brouwerij ook is: als het bier dat er uit komt niet goed is, dan heeft de brouwer een probleem. Dat met de mantel der liefde bedekken omdat hij zo lekker bezig is doet ook hem meer kwaad dan goed. Want voorlopig mag de markt dan zodanig zijn dat bijna elke brouwer zijn bier wel kwijt raakt, dat gaat een keer veranderen. Op enig moment kijken consumenten door alle verhalen heen en komen ze tot de conclusie dat er bieren zijn waar je met een boog om heen moet lopen. Als een brouwer er achter komt dat het zijn bieren zijn is het te laat. Hoe vaak we ook gezegd hebben dat hij het toch wel leuk doet en we dus niet al te kritisch moeten zijn.
dinsdag 11 november 2014
Waarom hier geen samenwerking?
Met enige regelmaat, maar vooral rond de week van het Nederlandse Bier, hoor je dat samenwerking in de bierwereld van belang is. Dat klinkt mooi, maar blijkt dit ook uit daden? Soms vraag ik me dat af.
Het begon allemaal toen ik eens op google na zocht waar die kreet "met trots voor U gebrouwen" vandaan kwam. Het was me namelijk opgevallen dat ik die zin steeds vaker tegen kwam in reclames die afkomstig van wat ik de grote 8 noem: de brouwerijen die lid zijn van Nederlandse Brouwers. Een paar klikken brachten me bij een site met de mooie naam "Nuchter over bier". Fraaie pagina's over verantwoord alcoholgebruik sieren de site. "Bier is een prachtig natuurlijk product met een ruime aanbod in smaken en soorten, variërend van alcoholvrij bier tot speciaal bier. Daarbij is de Nederlandse biersector een veerkrachtige sector die goed is voor de economie. Om deze veelzijdigheid te kunnen garanderen en haar veerkracht te behouden, willen de brouwers in Nederland hun verantwoordelijkheid nemen." Als bierliefhebber kan ik het er alleen maar mee eens zijn. En er staat inderdaad goede informatie op de site en de tekst is nog vlot geschreven ook.
Wat ik me wel afvroeg was wie nu achter die site zitten. "De brouwers van Nederland" is een breed begrip, er zijn er tenslotte zo'n 250 van. Zouden al die brouwers samen deze site hebben opgezet om zo uiting te geven aan hun gezamenlijke belang bij voorlichting over verantwoorde bierconsumptie? Zou misschien de consumentenvereniging PINT, die verleden jaar nog een symposium over dit onderwerp heeft gehouden, er misschien ook bij betrokken zijn? Gezien bovenstaande tekst op de site leek het daar in elk geval niet op. Maar een initiatief van de "Brouwers van Nederland" is op dit punt al heel wat.
Helaas lijkt de werkelijkheid iets anders. Wie ver genoeg naar beneden scrollt ziet dat in een soort disclaimer (ze kunnen nergens verantwoordelijk voor worden gehouden) ineens gesproken wordt over "Nederlandse Brouwers", ofwel de vereniging van die grote 8. Er onder staan een aantal logo's van bieren. Allemaal van leden van Nederlandse Brouwers. Ook verwijzingen naar meer informatie en voorbeelden van acties op het gebied van bier en gezondheid gaan over die zelfde 8 brouwerijen en hun merken.
Voor een simpele blogger als ik is het niet na te gaan waarom bij deze website niet alle partijen in de bierwereld betrokken zijn. Is het een solo actie van een vereniging geweest? Hebben andere partijen het idee afgewezen? Ik weet het niet. Maar ik vind het wel een gemiste kans. Hier hadden we met zijn allen kunnen laten zien dat we voor verantwoord alcoholgebruik staan. Dat bier vooral is om te genieten en niet om jezelf helemaal aan gort te drinken. Hier hadden we een vuist kunnen maken tegen het idee dat bierdrinken gelijk staat aan zuipen. Kortom: hier hadden we het belang van samenwerking in de praktijk kunnen brengen. Bij de protesten tegen de accijnsverhoging lukte dat wel, waarom bij deze zaak, die ik in elk geval belangrijker vind, dan niet? Is die samenwerking maar anderhalve week per jaar houdbaar? Ik heb geen idee, wie weet hoor ik het ooit. Maar jammer blijft het.
Het begon allemaal toen ik eens op google na zocht waar die kreet "met trots voor U gebrouwen" vandaan kwam. Het was me namelijk opgevallen dat ik die zin steeds vaker tegen kwam in reclames die afkomstig van wat ik de grote 8 noem: de brouwerijen die lid zijn van Nederlandse Brouwers. Een paar klikken brachten me bij een site met de mooie naam "Nuchter over bier". Fraaie pagina's over verantwoord alcoholgebruik sieren de site. "Bier is een prachtig natuurlijk product met een ruime aanbod in smaken en soorten, variërend van alcoholvrij bier tot speciaal bier. Daarbij is de Nederlandse biersector een veerkrachtige sector die goed is voor de economie. Om deze veelzijdigheid te kunnen garanderen en haar veerkracht te behouden, willen de brouwers in Nederland hun verantwoordelijkheid nemen." Als bierliefhebber kan ik het er alleen maar mee eens zijn. En er staat inderdaad goede informatie op de site en de tekst is nog vlot geschreven ook.Wat ik me wel afvroeg was wie nu achter die site zitten. "De brouwers van Nederland" is een breed begrip, er zijn er tenslotte zo'n 250 van. Zouden al die brouwers samen deze site hebben opgezet om zo uiting te geven aan hun gezamenlijke belang bij voorlichting over verantwoorde bierconsumptie? Zou misschien de consumentenvereniging PINT, die verleden jaar nog een symposium over dit onderwerp heeft gehouden, er misschien ook bij betrokken zijn? Gezien bovenstaande tekst op de site leek het daar in elk geval niet op. Maar een initiatief van de "Brouwers van Nederland" is op dit punt al heel wat.
Helaas lijkt de werkelijkheid iets anders. Wie ver genoeg naar beneden scrollt ziet dat in een soort disclaimer (ze kunnen nergens verantwoordelijk voor worden gehouden) ineens gesproken wordt over "Nederlandse Brouwers", ofwel de vereniging van die grote 8. Er onder staan een aantal logo's van bieren. Allemaal van leden van Nederlandse Brouwers. Ook verwijzingen naar meer informatie en voorbeelden van acties op het gebied van bier en gezondheid gaan over die zelfde 8 brouwerijen en hun merken.
Voor een simpele blogger als ik is het niet na te gaan waarom bij deze website niet alle partijen in de bierwereld betrokken zijn. Is het een solo actie van een vereniging geweest? Hebben andere partijen het idee afgewezen? Ik weet het niet. Maar ik vind het wel een gemiste kans. Hier hadden we met zijn allen kunnen laten zien dat we voor verantwoord alcoholgebruik staan. Dat bier vooral is om te genieten en niet om jezelf helemaal aan gort te drinken. Hier hadden we een vuist kunnen maken tegen het idee dat bierdrinken gelijk staat aan zuipen. Kortom: hier hadden we het belang van samenwerking in de praktijk kunnen brengen. Bij de protesten tegen de accijnsverhoging lukte dat wel, waarom bij deze zaak, die ik in elk geval belangrijker vind, dan niet? Is die samenwerking maar anderhalve week per jaar houdbaar? Ik heb geen idee, wie weet hoor ik het ooit. Maar jammer blijft het.
maandag 27 oktober 2014
De vrijwilligers zijn blijvers!
Zo af en toe komt het weer naar boven: Iemand houdt een pleidooi om op het Bockbierfestival vooral brouwers te laten tappen. Soms in een gloedvol betoog, soms in een halve zin zonder enige motivering. Maar altijd zonder enige kans dat het ooit in realiteit zal worden omgezet.
Het Bockbierfestival is weer achter de rug. Vele tientallen mensen hebben weer hun best gedaan om alle bezoekers van het festival te voorzien van biertjes. En al tijdens het festival brandde de kritiek weer los. Dit keer ging het er om dat een paar bieren verwisseld waren. Iets dat overigens zodra het gemeld werd door de betreffende brouwers werd opgelost. Maar op facebook werd gedaan alsof dit de grootste schande was die het festival kon overkomen. En ook anderen hadden kritiek.
Nu ik toch al weer enige jaren als vrijwilliger optreed tijdens dit festival meen ik dat ik er toch een klein beetje kijk op heb. En ik zal de laatste zijn om te zeggen dat alle kritiek onterecht is. De dingen gaan daar niet altijd zoals je ze verwacht. Daar zijn vele redenen voor, waar ik hier niet op in wil gaan. Wat ik wel wil zeggen is dit: Op het Bockbierfestival zullen vrijwilligers altijd de kar blijven trekken, wat de criticasters ook roepen. Er is simpelweg geen alternatief.
Dat begint al met de vraag of alle brouwers van wie bier op het festival was werkelijk er op zitten te wachten na een werkweek nog eens zo'n 30 uur of meer in touw te zijn in het weekeinde. Dus vrijdagmiddag de zaak opbouwen, tot en met zondag tappen en dan zondagavond of maandagochtend alles weer mee nemen. Met ook nog eens met weinig perspectief op meer opbrengst dan wanneer je het bier gewoon aan het festival verkoopt. Van de binnen gekomen muntjes gaat namelijk een heel fors deel op aan kosten van gebouw en andere zaken. Dat zal ook moeten gebeuren als de brouwers achter de tap staan. Als je alle uren werk tegen een normaal loon zou berekenen zou de totale opbrengst wel eens negatief kunnen zijn, zeker als de bezoekers om welke reden dan ook je bier massaal negeren. Ik heb dat laatste zien gebeuren.
Maar stel dat we inderdaad zo'n 90 brouwers zo ver krijgen dat ze dit wel doen. Dan nog is er een probleem: al die brouwers zullen een eigen plekje willen hebben. Gisteren stond ik in mijn eentje achter een bar met 4 taps. Op elk van die taps stond bier van een andere brouwer. Zou je die brouwers allemaal een eigen plek geven, dan had je al gauw de dubbele ruimte nodig gehad, als je pech hebt zelfs het viervoudige. Ook de Beurs van Berlage is echter niet van elastiek en de beschikbare ruimte is beperkt. Wie weet is er nog wat op te vinden, maar waarschijnlijker is dat je het aantal brouwers fors in zou moeten perken. Of je er 90 kwijt zou kunnen is de vraag. Ik denk van niet. En ik merkte gisteren dat ik niet de enige ben.
In de praktijk zie je ook dat genoemde effecten zich voordoen. Kijk naar het openingsfestival van de week van het Nederlandse Bier. Van de begin dit jaar bestaande brouwers waren er zo'n 40 aanwezig, ofwel zo'n kwart van het totaal aantal. En dat is dan een activiteit in samenwerking tussen bijna iedereen in de bierwereld. Juist daar zou je verwachten dat brouwers in de rij staan om mee te mogen doen. Wie weet gebeurt dat achter de schermen, maar ik heb daar nog nooit iets van gehoord.
Ondertussen heeft een geheel uit vrijwilligers bestaande club een festival uit de grond gestampt dat zijn weerga in Nederland niet kent. Ook dit jaar wisten weer meer dan 10.000 mensen de weg naar de Beurs te vinden. Mensen van allerlei leeftijden, beiderlei kunne en van kenner tot beginneling. En ook dit jaar was er weer meer keuze dan vorig jaar. Dan kun je uitgebreid stil staan bij wat er allemaal mis gaat en kun je van mij nog gelijk krijgen ook. Maar de organisatie en vrijwilligers van het Bockbierfestival leveren jaar in jaar uit een prestatie die ik weinigen zie nadoen. Dat mag best eens gezegd worden en als niemand het doet, dan doe ik dat maar. Wij geven vorm aan het oudste en grootste bierfestival dat ons land kent!
En er is nog een aspect dat misschien ook wel een reden is waarom vooral uit de beroepsmatige bierwereld steeds weer dezelfde kritiek komt: Als vrijwilliger ben je onafhankelijk.Als lid van een bierconsumentenvereniging gaan de belangen van de bierdrinker me het meest aan het hart. Als ik even kan geef ik ook eerlijk informatie aan de mensen die ik langs krijg. Zo heb ik mensen uit de droom geholpen die dachten dat Christoffel nog steeds uit Roermond kwam. Zoude de mensen van de brouwerij dat ook gedaan hebben? Ik vind het dat de organisatie van het festival het aan haar achterban verplicht is om zo goed mogelijk de klanten te informeren. Niet alleen over die dingen die een brouwer graag kwijt wil, ook over dingen die hij liever voor zich houdt, maar wel in het belang van bierdrinkers is. Ook dat is een reden waarom het goed is dat de vrijwilligers blijven.
Het Bockbierfestival is weer achter de rug. Vele tientallen mensen hebben weer hun best gedaan om alle bezoekers van het festival te voorzien van biertjes. En al tijdens het festival brandde de kritiek weer los. Dit keer ging het er om dat een paar bieren verwisseld waren. Iets dat overigens zodra het gemeld werd door de betreffende brouwers werd opgelost. Maar op facebook werd gedaan alsof dit de grootste schande was die het festival kon overkomen. En ook anderen hadden kritiek.
Nu ik toch al weer enige jaren als vrijwilliger optreed tijdens dit festival meen ik dat ik er toch een klein beetje kijk op heb. En ik zal de laatste zijn om te zeggen dat alle kritiek onterecht is. De dingen gaan daar niet altijd zoals je ze verwacht. Daar zijn vele redenen voor, waar ik hier niet op in wil gaan. Wat ik wel wil zeggen is dit: Op het Bockbierfestival zullen vrijwilligers altijd de kar blijven trekken, wat de criticasters ook roepen. Er is simpelweg geen alternatief.
Dat begint al met de vraag of alle brouwers van wie bier op het festival was werkelijk er op zitten te wachten na een werkweek nog eens zo'n 30 uur of meer in touw te zijn in het weekeinde. Dus vrijdagmiddag de zaak opbouwen, tot en met zondag tappen en dan zondagavond of maandagochtend alles weer mee nemen. Met ook nog eens met weinig perspectief op meer opbrengst dan wanneer je het bier gewoon aan het festival verkoopt. Van de binnen gekomen muntjes gaat namelijk een heel fors deel op aan kosten van gebouw en andere zaken. Dat zal ook moeten gebeuren als de brouwers achter de tap staan. Als je alle uren werk tegen een normaal loon zou berekenen zou de totale opbrengst wel eens negatief kunnen zijn, zeker als de bezoekers om welke reden dan ook je bier massaal negeren. Ik heb dat laatste zien gebeuren.
Maar stel dat we inderdaad zo'n 90 brouwers zo ver krijgen dat ze dit wel doen. Dan nog is er een probleem: al die brouwers zullen een eigen plekje willen hebben. Gisteren stond ik in mijn eentje achter een bar met 4 taps. Op elk van die taps stond bier van een andere brouwer. Zou je die brouwers allemaal een eigen plek geven, dan had je al gauw de dubbele ruimte nodig gehad, als je pech hebt zelfs het viervoudige. Ook de Beurs van Berlage is echter niet van elastiek en de beschikbare ruimte is beperkt. Wie weet is er nog wat op te vinden, maar waarschijnlijker is dat je het aantal brouwers fors in zou moeten perken. Of je er 90 kwijt zou kunnen is de vraag. Ik denk van niet. En ik merkte gisteren dat ik niet de enige ben.
In de praktijk zie je ook dat genoemde effecten zich voordoen. Kijk naar het openingsfestival van de week van het Nederlandse Bier. Van de begin dit jaar bestaande brouwers waren er zo'n 40 aanwezig, ofwel zo'n kwart van het totaal aantal. En dat is dan een activiteit in samenwerking tussen bijna iedereen in de bierwereld. Juist daar zou je verwachten dat brouwers in de rij staan om mee te mogen doen. Wie weet gebeurt dat achter de schermen, maar ik heb daar nog nooit iets van gehoord.
Ondertussen heeft een geheel uit vrijwilligers bestaande club een festival uit de grond gestampt dat zijn weerga in Nederland niet kent. Ook dit jaar wisten weer meer dan 10.000 mensen de weg naar de Beurs te vinden. Mensen van allerlei leeftijden, beiderlei kunne en van kenner tot beginneling. En ook dit jaar was er weer meer keuze dan vorig jaar. Dan kun je uitgebreid stil staan bij wat er allemaal mis gaat en kun je van mij nog gelijk krijgen ook. Maar de organisatie en vrijwilligers van het Bockbierfestival leveren jaar in jaar uit een prestatie die ik weinigen zie nadoen. Dat mag best eens gezegd worden en als niemand het doet, dan doe ik dat maar. Wij geven vorm aan het oudste en grootste bierfestival dat ons land kent!
En er is nog een aspect dat misschien ook wel een reden is waarom vooral uit de beroepsmatige bierwereld steeds weer dezelfde kritiek komt: Als vrijwilliger ben je onafhankelijk.Als lid van een bierconsumentenvereniging gaan de belangen van de bierdrinker me het meest aan het hart. Als ik even kan geef ik ook eerlijk informatie aan de mensen die ik langs krijg. Zo heb ik mensen uit de droom geholpen die dachten dat Christoffel nog steeds uit Roermond kwam. Zoude de mensen van de brouwerij dat ook gedaan hebben? Ik vind het dat de organisatie van het festival het aan haar achterban verplicht is om zo goed mogelijk de klanten te informeren. Niet alleen over die dingen die een brouwer graag kwijt wil, ook over dingen die hij liever voor zich houdt, maar wel in het belang van bierdrinkers is. Ook dat is een reden waarom het goed is dat de vrijwilligers blijven.
maandag 13 oktober 2014
Misschien moeten we gewoon stijlloos bier drinken
Je kent ze vast wel. Al die verschillende bierstijlen. Bij elke stijl hoort dan een beschrijving en kenners kunnen zich uren vermaken met de vraag of een bier "in de stijl" hoort of niet. Maar hoe zinnig is dat eigenlijk?
Er schijnt in ons land een brouwer te zijn die bewust geen rekening houdt met welke bierstijl dan ook. Hij brouwt gewoon bier dat hij graag wil maken en waarvan hij ook nog denkt dat het wel verkoopt. Of dat nu binnen een bestaande stijl past of niet maakt hem niet uit en je zult hem daar dan ook nooit over horen. Aan de andere kant zie ik discussies langs komen of iets nu een IPA, een DIPA of een TIPA is, waarbij mensen hardnekkig op hun standpunt blijven staan. Ik heb in zo'n discussie op Internet een keer voorgesteld om dan maar over een XIPA te praten en ieder naar believen die X in te laten vullen, maar dat viel niet goed. Enige stekelige antwoorden waren mijn deel.
Nu snap ik best dat het handig kan zijn om met een simpele aanduiding van de stijl waar binnen een bier bedoeld is meer te zeggen, over smaak, aroma, kleur en meer zaken. Dat iemand die een bier koopt waarvan de stijl duidelijk op het etiket staat een idee heeft wat hij koopt en op die manier teleurstellingen voorkomt. Hoewel dat laatste gezien de discussies over de vraag of er hier in Nederland wel "echte" IPA's gebrouwen wordt blijkbaar niet altijd op gaat. Ook snap ik dat het bij bierkeuringen, wedstrijden en dergelijke handig kan zijn om te weten hoe een bier door de maker bedoeld is en dat een indeling in stijlen daarbij kan helpen. Je hebt dan immers een soort referentiekader waartegen je een bier kan afzetten. Tenslotte zijn er batches op Untapp'd die zijn geënt op bierstijlen, waardoor de laatste aan de verzamelwoede van gebruikers tegemoet komen.
Maar toch bekruipt me bij al dat stijl gedoe vaak een wat ongemakkelijk gevoel. Het voelt allemaal wat kunstmatig aan. Soms lijkt het of het hoogste doel dat je als bierdrinker kunt bereiken het feilloos benoemen van stijlen en het constateren van afwijken op die stijlen is. Of elk bier keurig in een hokje moet passen om te deugen. Het bierlandschap als keurig aangeharkt parkje. Waarbij net zoals bij de verschillende planten in het parkje ook bij het bier een kek kaartje staat waarop je kunt lezen wat het is. Overzichtelijk en netjes, maar misschien ook wel een beetje saai.
Er is dus tenminste één brouwer die zich hier aan onttrekt en het zou me niet verbazen als het er meer zijn die zich hier in herkennen. Dat zijn de vrije jongens en meiden. Zij laten hun fantasie de loop en experimenteren er op los. Of ze brouwen gewoon een bier en bekommeren zich niet om welke stijl het is. Zoals die brouwer in dat kleine Duitse dorp die slechts "Bier" op zijn kaart had staan. Het hele dorp wist precies hoe het smaakte en elke verdere aanduiding was overbodig.
Ik kan er niets aan doen, maar ik heb wel sympathie voor die brouwers. Misschien romantiseer ik ze wel (ik heb al geschreven dat ik daar wel eens last van heb), maar de gedachte aan mensen die zich aan de regels van de stilisten niets aantrekken is een prettige. Laat er dus vooral brouwers blijven die geheel stijlloos door het bierleven gaan en me gewoon verrassen met een goed glas bier. Al moet ik bekennen dat ik geen dorpsgenoot van alle brouwers ben en dus een smaakbeschrijving niet zou misstaan.
Er schijnt in ons land een brouwer te zijn die bewust geen rekening houdt met welke bierstijl dan ook. Hij brouwt gewoon bier dat hij graag wil maken en waarvan hij ook nog denkt dat het wel verkoopt. Of dat nu binnen een bestaande stijl past of niet maakt hem niet uit en je zult hem daar dan ook nooit over horen. Aan de andere kant zie ik discussies langs komen of iets nu een IPA, een DIPA of een TIPA is, waarbij mensen hardnekkig op hun standpunt blijven staan. Ik heb in zo'n discussie op Internet een keer voorgesteld om dan maar over een XIPA te praten en ieder naar believen die X in te laten vullen, maar dat viel niet goed. Enige stekelige antwoorden waren mijn deel.
Nu snap ik best dat het handig kan zijn om met een simpele aanduiding van de stijl waar binnen een bier bedoeld is meer te zeggen, over smaak, aroma, kleur en meer zaken. Dat iemand die een bier koopt waarvan de stijl duidelijk op het etiket staat een idee heeft wat hij koopt en op die manier teleurstellingen voorkomt. Hoewel dat laatste gezien de discussies over de vraag of er hier in Nederland wel "echte" IPA's gebrouwen wordt blijkbaar niet altijd op gaat. Ook snap ik dat het bij bierkeuringen, wedstrijden en dergelijke handig kan zijn om te weten hoe een bier door de maker bedoeld is en dat een indeling in stijlen daarbij kan helpen. Je hebt dan immers een soort referentiekader waartegen je een bier kan afzetten. Tenslotte zijn er batches op Untapp'd die zijn geënt op bierstijlen, waardoor de laatste aan de verzamelwoede van gebruikers tegemoet komen.
Maar toch bekruipt me bij al dat stijl gedoe vaak een wat ongemakkelijk gevoel. Het voelt allemaal wat kunstmatig aan. Soms lijkt het of het hoogste doel dat je als bierdrinker kunt bereiken het feilloos benoemen van stijlen en het constateren van afwijken op die stijlen is. Of elk bier keurig in een hokje moet passen om te deugen. Het bierlandschap als keurig aangeharkt parkje. Waarbij net zoals bij de verschillende planten in het parkje ook bij het bier een kek kaartje staat waarop je kunt lezen wat het is. Overzichtelijk en netjes, maar misschien ook wel een beetje saai.
Er is dus tenminste één brouwer die zich hier aan onttrekt en het zou me niet verbazen als het er meer zijn die zich hier in herkennen. Dat zijn de vrije jongens en meiden. Zij laten hun fantasie de loop en experimenteren er op los. Of ze brouwen gewoon een bier en bekommeren zich niet om welke stijl het is. Zoals die brouwer in dat kleine Duitse dorp die slechts "Bier" op zijn kaart had staan. Het hele dorp wist precies hoe het smaakte en elke verdere aanduiding was overbodig.
Ik kan er niets aan doen, maar ik heb wel sympathie voor die brouwers. Misschien romantiseer ik ze wel (ik heb al geschreven dat ik daar wel eens last van heb), maar de gedachte aan mensen die zich aan de regels van de stilisten niets aantrekken is een prettige. Laat er dus vooral brouwers blijven die geheel stijlloos door het bierleven gaan en me gewoon verrassen met een goed glas bier. Al moet ik bekennen dat ik geen dorpsgenoot van alle brouwers ben en dus een smaakbeschrijving niet zou misstaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)





