Translate

maandag 30 maart 2015

Een nobel streven met bier

In de Nobelstraat in Utrecht werd een bierfestival gehouden. Een aantal cafés bracht op een regenachtige zondag bieren van brouwerijen uit de streek. En van de Streek natuurlijk.

Als ik denk aan bierfestivals, dan denk ik meestal toch aan evenementen die op een bepaalde plaats gehouden worden. Dat kan een zaal zijn, een plein of een grasveld bij een molen en wat al niet meer. Maar toch: een plek. Ik ben wel naar het bockbierfestival van Texel geweest dat in een aantal cafés werd gehouden. Helaas moest ik dan altijd met de laatste boot (of een eerder) weer terug en dus herinner ik me alleen nog bars waar het pas gezellig wilde worden als ik al weg was. Had ik het maar beter moeten regelen.

Ik moet dan ook zeggen dat ik niet helemaal wist wat ik moest verwachten toen ik door de regen van het Centraal Station in Utrecht naar de Nobelstraat liep. In die straat zijn een aantal cafés die, naar ik later die middag hoorde, vooral bezocht worden door studenten. Als ik het niet totaal verkeerd begrepen heb ook geen plekken waar je voor een ruim bieraanbod moet zijn. Behalve dan op deze laatste zondag in maart. Elk deelnemend café was gastheer van een aantal brouwers wiens bieren daar getapt dan wel uit fles geserveerd werden. In de aankondiging stond verder dat er kleine glaasjes waren.

Het was net 14:00 toen ik het eerste café binnen kwam. Ik bleek ook de eerste gast. Een paar brouwers stonden met het personeel te praten. Maar er was bier, waaronder een primeur. Een brouwer had net een kind gekregen en noemde zijn bier dus naar babypoep. Dat wist ik niet toen ik het bestelde. Soms vraag je je af waar het heen moet met de biernamen... Ondertussen wilde de zaak niet vol lopen. Tijd om naar een andere zaak te gaan. De barman vertrouwde me bij het afrekenen toe dat hij verwachtte dat het wel drukker zou worden.

Of het in die eerste zaak nog goed gekomen is weet ik niet, maar naar mate het festival vorderde werd het inderdaad drukker. Dat begon toen ik een bar binnen stapte waar een bier werd getapt dat vorig jaar in Amsterdam nog een zeer gewaardeerde prijs in de wacht sleepte. Twee mensen liepen er rond met stokjes met een stukje kip er op en verder vloeide het bier er, naast andere dranken overigens. Drie trotse brouwers keken het allemaal met veel genoegen aan.

De rest van de middag bleef het overal gezellig. Ik volgde nog blind het advies van iemand die heel trots was op zijn bier en er niet bij vertelde dat het wel 10% alcohol bevatte. Dat kwam iets te vroeg, maar ook daar heb ik me manmoedig doorheen gesleept. Ondertussen was ik al diverse mensen tegen gekomen en werd het allengs leuker. Toen ik in het laatste café ook nog een iemand tegen kwam die een bekend bierblog runt kon het allemaal niet op. We hebben samen de hele bierwereld en vooral ook de afgelopen woelige week even door genomen en volgens mij voor alle problemen een oplossing gevonden. Helaas weet ik al die oplossingen niet meer en zal de wereld dus nog even met de problemen blijven worstelen, tenzij mijn gesprekspartner ze nog wel weet.

Als met al was het een leuke middag met goed bier. Het werd waarschijnlijk ook best goed bezocht, hoewel dat moeilijk is na te gaan, omdat alle cafés ook gewoon open. Hoewel ik veel bierdrinkers zag zullen er ook mensen achter hun bubbels of andere drank hebben gezeten. De opzet was in elk geval heel laagdrempelig en dat is ook belangrijk. Natuurlijk valt er altijd wel wat te zeuren als je er naar zoekt. Zo werd me in eerste instantie dat van die proefglazen niet verteld en kreeg ik zonder meer een groot glas voor mijn neus. Maar ik had daar zelf ook naar kunnen vragen natuurlijk. Ook het feit dat ik in mijn eentje ook hele flesjes leeg moest drinken, wat het aantal te proeven bieren wat verkleint, is ten dele ook aan mezelf te wijten. Over het algemeen zat het allemaal goed in elkaar, was de organisatie er in geslaagd om mooie brouwerijen met even mooie bieren bij elkaar te krijgen en werd het op een gegeven moment nog droog ook, wat wel handig is als je van een plaats naar een ander gaat. Het zal dan ook waarschijnlijk niemand verbazen dat ik met een goed humeur de trein terug naar Amsterdam pakte. Het was een leuke middag geweest.

maandag 16 maart 2015

Albert Hein: het gelijk van een PINT voorzitter?

Albert Hein kondigt een grote omwenteling in haar bierschap aan. Bijzondere internationale, maar ook lokale bieren zullen nu gewoon te koop zijn in de supermarkt. Krijgt een voormalig PINT voorzitter daarmee alsnog gelijk?

Het was zeker geen onomstreden doel. Onder de bezielende leiding van haar voorzitter verhief PINT het tot haar missie dat overal in Nederland elk bier in het juiste glas verkrijgbaar zou moeten zijn. Helaas is de missie op de website van PINT niet te vinden (in elk geval niet door mij), dus kan ik hem niet letterlijk citeren. Het was in elk geval een missie die als wel heel erg ambitieus werd gezien en door sommigen ook als onwenselijk. Want hoe om te gaan met lokale brouwerijen, die net hun eigen omgeving kunnen bedienen en zeker niet heel het land? Ik heb altijd gevonden dat daar praktisch mee om moet worden gegaan. Waar het mij om ging was dat bierbrouwers en -consumenten geen last hebben van partijen die voor hun eigen gewin distributie monopoliseren en daardoor hun concurrentie de pas af snijden.

Maar goed: jarenlang leek dit verhaal een illusie. Natuurlijk: er waren al bierwinkels waar de liefhebber kon kiezen uit een divers aanbod. Maar die moest je wel weten te vinden. Wie zocht in het bierschap van de doorsnee supermarkt merkte niets van al die rijkdom die we hier in ons land hebben op biergebied. Daar domineerden de grote Nederlandse brouwerijen en werden die hooguit aangevuld met toch een beetje obligate Belgen. Ik reken me zelf nog niet tot de snobs, maar ik kreeg nooit een warm gevoel bij de aanblik van weer zo'n rijtje bieren dat in elk geval niet van een overmaat van fantasie getuigde. Bieren die ik graag wilde kon ik daar in elk geval niet vinden, daarvoor moest ik echt naar de plaatselijke bierspecialist. Hoe sympathiek het idee van onze voorzitter ook was, het leek me steeds minder waarschijnlijk dat het ooit die kant op zou gaan.

Tot nu toe dan. Ik had al foto's gezien van plaatselijke supermarkten van diverse merken met schappen waarin bier stond dat niet tot het obligate rijtje behoorde. Maar vaak met daarbij toch een opmerking dat het een hobby betrof van een lokale manager die daar blijkbaar de ruimte voor kreeg als hij het maar verkocht. Of misschien in het geheim als pilot fungeerde. Want het lijkt erop dat de kurk nu definitief van de fles is. Albert Hein kondigt groot aan dat ze het bierschap drastisch om gaan gooien en er zelfs een speciaal stuk schap komt voor regionale brouwerijen. Waarbij dat laatste wel een beetje ruim gezien moet worden, het land wordt verdeeld in een aantal regio's. Dat je in Boerenkoolstronkeradeel ook het plaatselijke bier in de Appie vindt is dan ook niet waarschijnlijk, maar misschien wel van een naburige stad. Wie had dat gedacht, van landelijke meuk, naar plaatselijk leuk!

Ondertussen is natuurlijk weer niet iedereen blij. Want hoe zit het nu met al die slijters die ons al die jaren van die kostelijke bieren hebben voorzien? Gaan die net als plaatselijke kruideniers ten onder aan het geweld van de super? Ik hoop het in elk geval niet en verwacht eerlijk gezegd ook niet dat het gebeurt. Ik verwacht dat er een blijvende belangstelling zal zijn voor dat deel van de bieren dat niet in de supermarkt staat. Uiteindelijk zal geen supermarkt alle bieren van de inmiddels al weer 250 Nederlandse brouwerijen hebben, om van het veelvoud aan buitenlandse nog maar te zwijgen. Bovendien zal, met alle moeite die ze er voor willen doen, een supermarkt niet de kennis van een specialist hebben en zal ook daar een goede slijter / bierspecialist zaken kunnen doen. Sterker nog: als mensen in de supermarkt merken dat er zoveel meer is te beleven op bier gebied kan dat nieuwsgierigheid opwekken. Goed nieuws voor de specialist die aan die nieuwsgierigheid tegemoet kan komen.

Komen we weer terug op die oude missie. Ik denk dat we rustig kunnen zeggen dat die een beetje dichterbij is gekomen. Daarmee komt de wens van die voorzitter wat dichterbij. Wordt de illusie van toen een beetje werkelijkheid. Is het visioen niet helemaal meer fata morgana, maar begint er iets tastbaar te worden. Hoe het vanaf nu verder gaat lopen kan ik niet zeggen en ik tart iedereen om dat wel te doen. Maar menig voorspelling zou wel eens door de realiteit kunnen worden ingehaald. Wel heel mooi om daar als bierliefhebber bij te zijn!

zondag 22 februari 2015

Transparantie in bierprijzen is nog ver te zoeken.

Hoewel enige ijdelheid ook mij niet vreemd is, vind ik het soms helemaal niet zo leuk om gelijk te krijgen. Als het gaat om de prijs die we als consument voor ons bier betalen had ik liever gezien dat ik er helemaal naast zat.

Het was de bierconsumentenvereniging PINT die me wees op een berichtje op de website van die van Misset Horeca. Daar ging het weer eens over de bierprijzen voor de Horeca. De redactie van het blad heeft onderzocht hoe de bierprijzen van de grote brouwers zich hebben ontwikkeld en dat gehouden tegen de inflatie en accijnsverhogingen. En houd je vast, dit had je nooit verwacht: De prijzen blijken sneller te zijn gestegen dan je uit deze factoren zou kunnen verklaren. Gevraagd naar de redenen willen de grote brouwers hier niet op in gaan. Uit concurrentie overwegingen of gewoon omdat ze geen zin hebben om vragen er over te beantwoorden.

Ondertussen is het totaal onmogelijk na te gaan hoe de prijzen die cafés betalen werkelijk liggen. Brouwerijen publiceren alleen de bruto prijzen en werken met allerlei kortingen op die prijs. Daar moet je als ondernemer dan wel voor onderhandelen en hoe meer je aan de brouwer vast zit, hoe moeilijker dat is. Je kunt moeilijk dreigen naar een ander te gaan als in het huurcontract van je café staat dat je verplicht bent om bier van een brouwer af te nemen die, hoe toevallig, ook nog eens de verhuurder van het pand is. "...om gunstige voorwaarden er uit te onderhandelen  moet je wel aan minimaal drie eisen te voldoen. 'Je moet het kunnen, je moet vrij zijn van brouwer en je moet voldoende pils verkopen.'" tekent Misset Horeca op uit de mond van Bob Maas, die voor horeca gelegenheden onderhandelt met brouwers. Heb je dus een klein café en ook nog eens te maken met huurcondities, brouwerijcontracten. of andere narigheid dan betaal je gewoon meer per liter. Hoe dat allemaal precies gaat komen wij als consumenten niet te weten, want de uitkomsten van onderhandelingen zijn  natuurlijk geheim.

Ondertussen blijven die zelfde brouwers wel stunten via de supermarkten. Horeca ondernemers moeten dan ook nog steeds constateren dat verkoopprijzen in de supermarkten lager liggen dan hun inkoopprijzen. Dat maakt het lastig om nog mensen in je tent te krijgen, zeker in tijden dat mensen het allemaal niet zo breed hebben.

Het is al weer een tijd geleden dat partijen in de bierwereld zich aaneen sloten om onder de bezielende leiding van Nederlandse Brouwers te protesteren tegen de verhogingen van de accijns. Mensen zouden spontaan naar het buitenland vertrekken om bier te kopen, De brouwers, winkels en horeca gelegenheden zouden enorme verliezen gaan leiden, mensen zouden worden ontslagen en meer rampen zouden de bierwereld overspoelen. Toen al viel het me op dat de brouwerijen een stuk minder problemen hadden met hun eigen prijsverhogingen. De toenmalige voorzitter van PINT kon zelfs de volgorde waarin de leden van Nederlandse brouwers hun prijs verhoogden voorspellen. Nu blijkt uit onderzoek dat mijn twijfels van toen terecht waren. Mooi voor mijn ego misschien, maar ik had het liever anders gezien. Partijen die destijds uit volle overtuiging zich aansloten tegen de accijnsverhoging zijn naar mijn mening gewoon misbruikt door een partij die blijkbaar alleen tegen verhogingen is als het geld niet bij hen terecht komt.

De verhouding tussen Nederlandse brouwers en hun afnemers in de horeca kenmerkt zich door een totaal gebrek aan transparantie. Vragen van Misset zijn niet beantwoord, overeenkomsten met horeca ondernemers kenmerken zich door geheimzinnigheid. Dat was een paar jaar geleden ook al zo en dat is niets veranderd. Aangezien deze grote brouwerijen nog steeds het overgrote deel van de markt in handen hebben een kwalijke ontwikkeling en een serieuze dreiging voor de horeca wereld in ons land.

vrijdag 6 februari 2015

The times they are a changing

Eigenlijk wist ik het wel, maar als je er ineens mee geconfronteerd wordt is dat toch even een beleving: de bierwereld is de afgelopen jaren misschien niet helemaal op zijn kop gezet, maar toch behoorlijk veranderd.

Het kan zijn dat ik niet goed gekeken heb, maar ik heb geen jaartal gevonden in het uiterst interessante en ook vermakelijke boekje "Minder Trammelant in Bierland". Maar het moet na 2007 geweest zijn en ik weet dat ik het al jaren heb. Door een toeval (of liever een filmpje dat door iemand op facebook was gezet) keek ik het weer eens in en voelde me terug gaan in de tijd.Terwijl het bij het uitkomen toch behoorlijk actueel was.

We dronken toen het boekje uit kwam nog 77 liter per persoon per jaar (waarbij iedereen mee telt, ook mensen die geen bier drinken). Ik zag laatst dat we langzaam richting 70 aan het verschuiven zijn. Waarbij aangetekend dat vooral de grote pilsbrouwerijen daar las van hebben. Kleine brouwerijen groeien nog steeds, als ze kwaliteit leveren tenminste. En bovendien: het kan nog slechter, want in 1949 dronken we per persoon slechts 10,1 liter per jaar. Maar dat bier was dan ook gewoon slecht.

Wat verder opvalt is het hoge percentage Belgische Bieren in het boekje. Dat kan natuurlijk een keuze van de schrijvers zijn, maar ik denk dat toen veel bijzondere bieren nog uit België kwamen. In het boekje staan 30 Belgische Brouwerijen. 13 Nederlandse en slechts één Amerikaanse. Toch waren de heren blijkbaar zieners. "In Amerika wordt pas echt bijgedragen aan de toekomst van bier in het algemeen en speciaalbier in het bijzonder" schrijven ze en ik denk dat de geschiedenis sindsdien hen gelijk heeft gegeven over wat ze al "de parels van morgen" noemen. Ik denk dat als beide heren tot een "geheel herziene druk" zouden besluiten de verhouding anders zou zijn. Misschien minder Belgen en meer Nederlanders, maar zeker meer Amerikanen denk ik maar zo. Wie weet gaan we het nog een keer mee maken.

Als ik de lijst met bieren langs loop heeft het wel wat van een reünie van school weg. Ik kom oude bekenden tegen, die er nog steeds zijn, maar die ik door allerlei omstandigheden uit het oog was verloren. Van anderen moet ik constateren dat ze ons ontvallen zijn. Brouwerij gesloten, bier uit het assortiment. Er zijn er bij die ik toch wel een beetje mis als ik er over lees. Zeker de beschrijvingen van de altijd weer enthousiaste schrijvers draagt daar aan bij. Misschien moet ik een aantal van die oude kennissen nog eens weer opzoeken en mijn kennismaking met ze hernieuwen. Of zou ik dan merken dat we toch in al die tijd uit elkaar zijn gegroeid? Want ik ben veranderd in die tijd natuurljk.

Ontwikkelingen in bierland. Ik ben er toch al enige jaren bij geweest. Ik heb ook geroepen dat het hard ging. Ik was het eens met de stelling dat als je tien jaar geleden had voorspeld dat we nu meemaken wat we mee maken er toch behoorlijk aan je verstand getwijfeld zou worden. En toch was de confrontatie met het nog niet zo verre verleden voor mij verassend. Bob Dylan zong het al en in bierland geldt dat nu zeker: The times they are  a changing.


maandag 5 januari 2015

Kan dat niet anders?

De afgelopen weken heb ik me verbaasd over de wijze waarop in elk geval een deel van de Belgische bierwereld met de koppen tegen elkaar lijkt te botsen. Ik vraag me af of dat niet anders kan.

Het lijkt een beetje oorlog in de bierwereld van onze zuiderburen. Hoe het precies begonnen is weet ik niet zeker, maar een pamflet van een aantal brouwers en het toelatingsbeleid van het ZBF lijken er toe bij te hebben gedragen dat er tussen brouwers en bierfirma's een vete is ontstaan. En als ik op facebook zo af en toe zaken voorbij zie komen worden de messen in beide kampen geslepen en is men eerder op confrontatie dan compromis uit.

De bierfirma's voelen zich in elk geval geboycot. Zij hebben te horen gekregen dat op het Zythos Bierfestival geen ruimte voor hen is. De brouwers, met eigen ketels, zijn namelijk een maand eerder uitgenodigd en zoveel belangstelling getoond, dat alle ruimte is ingenomen en dus voor bierfirma's geen ruimte meer is. Een en al is strikt volgens de al jaren geldende regels, maar het is voor het eerst dat het zo uit pakt, dat geen enkele bierfirma nog kan komen. En dus is Leiden, of een vergelijkbare Belgische plaats, in Last. Op sociale media en in andere media wordt er schande gesproken van de organisatie van het festival die partij zou kiezen tegen de bierfirma's. Dat deze organisatie gewoon haar regels toe past en zelf mag bepalen wie ze uitnodigen is iets dat niet bij de firma's op komt.

Aan de andere kant staan de brouwers met een ketel. Een aantal van hen had al eerder een pamflet het licht laten zien waarin ze probeerden duidelijk te maken hoe bedreigend die bierfirma's wel niet zijn. Niet voor hen, maar voor de Belgische Biercultuur. Bovendien is het niet eerlijk. Zij doen het zware werk boven de ketels en die firma's zitten in plaats van in de brouwerij achter hun computer en bedrijven marketing in plaats van dat ze brouwen. Van dat laatste hebben ze ook niet zoveel verstand, de meeste weten geen gerstekorrel van een hopbel te onderscheiden. Dat is in elk geval de mening van die brouwers.

Ergens halverwege zijn dan ook nog de brouwers die hun geld verdienen met het brouwen voor die bierfirma's. Voor een aantal op basis van een door de firma verstrekt recept, in andere gevallen komen zij wel met een idee voor een bier dat die firma dan kan verkopen. Zij horen feitelijk bij de brouwers, maar zullen die firma's waarschijnlijk niet afvallen. Je gaat klanten niet tegen je in het harnas jagen.

Zoals altijd zullen alle partijen best wel een aantal goede argumenten voor hun standpunt hebben. Maar ik vraag me af of dit nu de manier is om de biercultuur vooruit te helpen. Wie in de Belgische bierwereld er iets mee op schiet als diverse partijen meer bezig zijn met elkaar in de haren te vliegen, in plaats van met het maken van mooie klassieke en ook innovatieve bieren. Zou het geen idee zijn om in plaats van elkaar te bevechten om stukken van de bierkoek te proberen de koek te vergroten, zodat iedereen daar wat aan heeft? Om vooral ook elkaars kwaliteiten te zien en niet alleen waar de ander minder goed in is? Zou het niet mooi zijn om met elkaar afspraken te maken om te zorgen voor een eerlijk speelveld waar brouwerijen en firma's beide hun rol kunnen spelen? Misschien moeten al die partijen samen gewoon een (waarschijnlijk Belgisch) biertje met elkaar gaan drinken.Lijkt me een stuk leuker dan elkaar voor rotte vis uit maken.

dinsdag 25 november 2014

Het verschil tussen ambachtsman en prutser.

Met enige regelmaat zie ik de stelling langs komen dat we bij bieren van ambachtelijke brouwerijen het maar moeten pikken als de kwaliteit nogal eens te wensen over laat. Met alle respect: ik vind dat on zin en zelfs gevaarlijk voor ons bierlandschap.


Bier brouwen is een ambacht. Uit de geschiedenisboekjes heb ik geleerd dat het leren van een ambacht de nodige tijd en energie kostte. Je begon onder aan de ladder, als krullenjongen of zo iets, werkte je dan langzaam op tot je uiteindelijk een meesterstuk mocht maken en als dat goed ging had je aangetoond een ambachtsman te zijn en dan mocht je je meester noemen. Zo had je meester bakkers, meester meubelmakers en zo meer. Zo'n meester had een naam te verliezen en zorgde er dan ook wel dat wat in zijn naam gemaakt werd kwalitatief goed was. Ook als een van zijn gezellen er aan had gewerkt. Een goede naam verliezen gaat immers nogal wat sneller dan er een opbouwen als je niet oplet.

Bij ambachtelijke brouwerijen schijnt het allemaal wat anders te werken. Daar lijkt het er op dat als je maar roept dat je ambachtelijk bent je ongeveer overal mee weg komt. Dat zelfs mensen die zichzelf onder de kenners scharen er dan ineens begrip voor hebben dat de kwaliteit niet constant is, dat er pogingen gedaan worden om brouwfouten onder de mat te vegen. Want zo'n kleine brouwer kan geen laboratorium inrichten en mist veel andere mogelijkheden om de kwaliteit van zijn bier te kunnen garanderen. Voor mij klinkt dat als een meubelmaker die roept dat hout nu eenmaal een natuurproduct is en dat ik dus niet zeuren moet als een tafel die ik van het gekocht heb na een week helemaal krom is getrokken. Ik denk niet dat ik daar in zou trappen en met mij meer mensen niet. Bovendien zit er een gevaar aan.

Laten we even zo'n anderhalve eeuw terug gaan in de tijd, dus zo rond het midden van de 19e eeuw. In Nederland was nieuw bier aangekomen: Beijersch Bier. Dat kenmerkte zich door "een hele zuivere kwaliteit, met mooie schuimkraag"(Kees Volkers in "ontdek de Bieren van Amsterdam). Bovendien wist je van tevoren hoe het zou smaken. Elk bier was iedere keer weer het zelfde. Daarnaast waren er al tijden lokale brouwerijen. Ambachtelijk zouden we nu zeggen. Die brouwden echt niet allemaal slecht bier, maar onvoorspelbaar was het wel. Bovendien zaten daar ook brouwers tussen die het met de kwaliteit wat minder nauw namen. En de consument koos met zijn voeten: binnen de kortste keren was de keuze voor brouwers: of het nieuwe bier brouwen of er aan gaan. Beide gebeurde.

Nu ken ik gelukkig een aantal brouwers die naar mijn mening gewoon mooi bier op de markt brengen. Gebrouwen door brouwers die hun vak serieus nemen en hun zaken ook voor elkaar hebben. Die continu bezig zijn om hun bieren te verbeteren,net iets meer de richting op te duwen die ze voor ogen hebben. Die inzien dat ze kwaliteit moeten leveren om een goede naam te verwerven en te houden. En die daarbij ook nog eens aan uitbreiding van hun gamma werken. Ik ben geneigd die mensen ambachtslieden te noemen. En hun brouwerij dus ambachtelijk.

Maar aan de andere kant lijd ik soms wat af. Stuit ik op een bier van zo'n sympathieke brouwer die echter domweg zijn spullen niet voor elkaar heeft. Met als gevolg dat ik naarstig op zoek moet naar een goede gootsteen en bij ontstentenis daarvan me er maar manmoedig door heen sla. In zo'n geval ben je blij als je een festivalglas van 15cl hebt en geen groter. Er iets van zeggen tegen een brouwer doe ik maar niet meer. Te vaak heb ik gehoord dat zoiets gewoon de bedoeling was. Of hoor ik een vage smoes, die me er van moet overtuigen dat een bier niet zuur is, maar wat minder koriander bevat dan vroeger. Kortom: van sommige mensen wordt hun creativiteit bij het bedenken van bieren overtroffen door die welke ze gebruiken om smoezen te verzinnen. Ik draag dus tegenwoordig mijn lot maar in stilte. Of beter: ik mijd de brouwers waarvan ik weet dat de kans op teleurstelling nogal groot werd. Deze categorie zou ik eerder als prutser willen aanduiden dan als ambachtslieden.

Zo lang de prutsers in de minderheid zijn en er genoeg echte ambachtslieden zijn en er bovendien ook brouwerijen zijn die misschien niet ambachtelijk zijn in bovengenoemde zin maar wel goed bier afleveren zie ik ons niet terug keren naar een situatie waarin een bierstijl alle andere gaat verdringen omdat die bieren wel goed zijn. Maar ik hoop dat er niet te veel mensen zijn die bij hun eerste kennismaking met bier tegen een product van zo'n prutser aan lopen. Iemand die dat overkomt is voor de bierwereld waarschijnlijk voorlopig verloren zo niet voorgoed.

Laten we daarom gewoon met zijn allen afspreken dat hoe schattig, klein, experimenteel of wat dan ook een brouwerij ook is: als het bier dat er uit komt niet goed is, dan heeft de brouwer een probleem. Dat met de mantel der liefde bedekken omdat hij zo lekker bezig is doet ook hem meer kwaad dan goed. Want voorlopig mag de markt dan zodanig zijn dat bijna elke brouwer zijn bier wel kwijt raakt, dat gaat een keer veranderen. Op enig moment kijken consumenten door alle verhalen heen en komen ze tot de conclusie dat er bieren zijn waar je met een boog om heen moet lopen. Als een brouwer er achter komt dat het zijn bieren zijn is het te laat. Hoe vaak we ook gezegd hebben dat hij het toch wel leuk doet en we dus niet al te kritisch moeten zijn.

dinsdag 11 november 2014

Waarom hier geen samenwerking?

Met enige regelmaat, maar vooral rond de week van het Nederlandse Bier, hoor je dat samenwerking in de bierwereld van belang is. Dat klinkt mooi, maar blijkt dit ook uit daden? Soms vraag ik me dat af.

Het begon allemaal toen ik eens op google na zocht waar die kreet "met trots voor U gebrouwen" vandaan kwam. Het was me namelijk opgevallen dat ik die zin steeds vaker tegen kwam in reclames die afkomstig van wat ik de grote 8 noem: de brouwerijen die lid zijn van Nederlandse Brouwers. Een paar klikken brachten me bij een site met de mooie naam "Nuchter over bier". Fraaie pagina's over verantwoord alcoholgebruik sieren de site. "Bier is een prachtig natuurlijk product met een ruime aanbod in smaken en soorten, variërend van alcoholvrij bier tot speciaal bier. Daarbij is de Nederlandse biersector een veerkrachtige sector die goed is voor de economie. Om deze veelzijdigheid te kunnen garanderen en haar veerkracht te behouden, willen de brouwers in Nederland hun verantwoordelijkheid nemen." Als bierliefhebber kan ik het er alleen maar mee eens zijn. En er staat inderdaad goede informatie op de site en de tekst is nog vlot geschreven ook.

Wat ik me wel afvroeg was wie nu achter die site zitten. "De brouwers van Nederland" is een breed begrip, er zijn er tenslotte zo'n 250 van. Zouden al die brouwers samen deze site hebben opgezet om zo uiting te geven aan hun gezamenlijke belang bij voorlichting over verantwoorde bierconsumptie? Zou misschien de consumentenvereniging PINT, die verleden jaar nog een symposium over dit onderwerp heeft gehouden, er misschien ook bij betrokken zijn? Gezien bovenstaande tekst op de site leek het daar in elk geval niet op. Maar een initiatief van de "Brouwers van Nederland" is op dit punt al heel wat.

Helaas lijkt de werkelijkheid iets anders. Wie ver genoeg naar beneden scrollt ziet dat in een soort disclaimer (ze kunnen nergens verantwoordelijk voor worden gehouden) ineens gesproken wordt over "Nederlandse Brouwers", ofwel de vereniging van die grote 8. Er onder staan een aantal logo's van bieren. Allemaal van leden van Nederlandse Brouwers. Ook verwijzingen naar meer informatie en voorbeelden van acties op het gebied van bier en gezondheid gaan over die zelfde 8 brouwerijen en hun merken.

Voor een simpele blogger als ik is het niet na te gaan waarom bij deze website niet alle partijen in de bierwereld betrokken zijn. Is het een solo actie van een vereniging geweest? Hebben andere partijen het idee afgewezen? Ik weet het niet. Maar ik vind het wel een gemiste kans. Hier hadden we met zijn allen kunnen laten zien dat we voor verantwoord alcoholgebruik staan. Dat bier vooral is om te genieten en niet om jezelf helemaal aan gort te drinken. Hier hadden we een vuist kunnen maken tegen het idee dat bierdrinken gelijk staat aan zuipen. Kortom: hier hadden we het belang van samenwerking in de praktijk kunnen brengen. Bij de protesten tegen de accijnsverhoging lukte dat wel, waarom bij deze zaak, die ik in elk geval belangrijker vind, dan niet? Is die samenwerking maar anderhalve week per jaar houdbaar? Ik heb geen idee, wie weet hoor ik het ooit. Maar jammer blijft het.