Translate

vrijdag 29 juli 2016

Het lukt de grootgrutter weer!

Nadat Albert Hein de bierwereld schokte door ineens met bieren te komen die iedereen in een slijterij verwacht vallen al dan niet zelf benoemde bierkenners weer over de grootgrutter heen. De reden? Een pils met dry hopping.




Albert Hein heeft een nieuw pils op de markt gebracht. De naam is bekend, Brouwers Bier, maar het bier is nieuw. Een pils waaraan dry hopping is toegevoegd. Of het dan nog pils is laat ik aan de kenners van bierstijlen over. Nieuw is het voor zover mij bekend wel.


Nu was Rosé witbier ooit ook nieuw, dus ik heb geleerd dat nieuw niet altijd ook betekent dat het een aanwinst is, voor mij althans niet. Maar ik ben in dit geval geneigd het initiatief positief te benaderen. Zelfs als het geen aanwinst is, dan zijn er nog genoeg andere pilseners, dus kwaad kan het niet. Tenzij je heel erg verzot was op de AH Pils dat nu verdwenen is. Als dat bier erg populair en onderscheidend was geweest had het nog wel bestaan denk ik dan maar. AH doorbreekt blijkbaar in elk geval een al jarenlang bestaande trend dat huismerken meestal een poging waren om het meest populaire product zoveel mogelijk te imiteren met als gevolg dat ze allemaal op elkaar leken. AH doet iets anders in elk geval.


Niet iedereen blijkt het met me eens in elk geval. Ik lees tenminste in bier groepen op sociale media met enige regelmaat vernietigende commentaren. Dat kan, maar als ze beginnen met "Ik heb het bier nog niet geproefd" wordt het wat anders. Blijkbaar is er dan wat anders aan de hand. Mag een huismerk van een grootgrutter niet goed zijn. Dat zou namelijk de wereld op zijn kop zetten. Huismerken horen inferieur te zijn en als bierkenner zet je jezelf pas goed op de kaart als je neer kijkt op massa producten en alleen gaat voor die kleine pareltjes van bieren die vooral  niet te gemakkelijk verkrijgbaar mogen zijn. Bier in de supermarkt was al verdacht, een huismerk bier moet wel slecht zijn.


Een aantal mensen die mee hebben gewerkt aan een reclame film of wiens gezicht in de folder staan moet het ook ontgelden. Daarbij is de persoonlijke aanval niet geschuwd zag ik. Zo werd er vrij openlijk gespeculeerd over het vallen voor het geld en werd de integriteit van deze mensen in twijfel getrokken. Een aantal van deze mensen ken ik en met elk van hen ben ik het wel eens stevig oneens geweest. Maar de wijze waarop ze nu neer worden gezet herken ik niet en ik wil daar dan ook bij deze afstand van nemen.


Al met al lijkt Albert Hein een steen in de door biersnobs, beergeeks of hoe ze zich dan ook mogen noemen bevolkte sociale media te hebben gegooid. Of ze zich daar van bewust zijn weet ik niet en ook niet of het verder enig effect zal hebben. Hun actie om hun assortiment bieren uit te breiden en lokale brouwers te betrekken heeft geleid tot navolging bij anderen en dus een betere verkrijgbaarheid van fraaie bieren. Of supermarkten nu naar hun huispils gaan kijken en dat bier aan gaan passen zal moeten blijken. Maar het is hen weer gelukt om te verrassen...

maandag 23 mei 2016

Let's go for Mild!

Tijdens het feestje ter eren van 30 jaar Wildeman in Beeston kwam ik (weer eens?) in aanraking met een bier stijl waar ik wel meer van lust.

"Fred, je moet deze proberen. Die vind jij wel lekker". Normaal drink ik nog liever niets dan dat ik zo'n raad opvolg. Maar als Simon Fokkema zoiets zegt ligt dat anders. Simon heeft niet alleen menig biertje voor me getapt, hij heeft ook opgelet waar ik voor ga en wat mijn reacties op verschillende bieren is. Wie weet heeft hij ooit een keer mis getast als het gaat om me te vertellen wat ik eens moet proberen, maar dan ben ik dat vergeten. Kortom: als Simon iets aanraadt, dan is dat iets om rekening mee te houden.

Het bier in kwestie was zwart van kleur en dat beloofde al het nodige goeds. Terwijl achter de bar de handpomp in beweging werd gezet en het bier in het glas stroomde zat ik me af te vragen wat het zou zijn. Er zat gebrande mout in waarschijnlijk. En de kans dat het stijf zou staan van de aromahop leek me klein tot verwaarloosbaar. Afijn, ik zou het wel proeven. Nieuwsgierig nam ik het glas, dat inmiddels vol was, in ontvangst en nam een slok.

Het was alsof de spreekwoordelijke engel over mijn tong pieste. Een uitgesproken hop aroma was inderdaad afwezig en de bitterheid was ook zeer binnen de perken. In plaats daarvan kwamen de koffietonen van de gebrande mout fraai naar voren. Een zachte, wat ronde smaak. Niet heel erg uitgesproken, maar als het ware je tong strelend. Wie heeft honderd EBU of meer nodig als je ook dit kunt drinken! Een blik op de taplijst leerde me dat het ook nog eens een aangenaam laag alcoholpercentage had. Ik vertelde Simon dat hij gelijk had. Hij reageerde alsof het de gewoonste zaak van de wereld was en eigenlijk is dat ook zo. Had ik al verteld dat hij mijn smaak goed kent?

Het bier waar ik zo verrukt over raakte was een Mild. Het is een klassieke Engelse stijl weet ik ondertussen. Het schijnt al uit de 17e eeuw te stammen. Kenmerk is dat de smaak voornamelijk uit de gebruikte mouten komt en dat ze tegenwoordig veelal donker van kleur zijn. Of dat helemaal klopt of dat nu bierkenners hun toorn over mij uit gaan spreken ga ik vanzelf merken, maar het komt wel overeen met mijn ervaringen. Ik ben namelijk dat weekeinde een beetje verslingerd geraakt aan dit bier. En ik ben niet de enige.

CAMRA de Engelse oerversie van een vereniging van bierconsumenten, heeft mei uitgeroepen tot Mild Month en ze stellen voor dat alle afdelingen zorgen dat er in hun gebied in elk geval één Pub is die tenminste één Mild heeft. Cask Conditioned natuurlijk, we hebben het over CAMRA. Persoonlijk vind ik de ambitie nogal aan de bescheiden kant. Waarom gaan ze er niet voor dat elke Pub die zich een beetje respecteert een Mild heeft staan. Of meerdere?

Ondertussen ben ik in Nederland terug. Is er een brouwerij die een Mild in zijn programma heeft? Als ik op Mild Ale zoek op Internet krijg ik alleen Engelstalige pagina's te zien. Een zelfs met kop "Why don't men drink mild ale anymore?". Ik zou het antwoord op die vraag niet weten. Ik drink het graag. Maar behoor ik weer eens tot een uitstervend ras dat eigenlijk zijn tijd gehad heeft?

Brouwers in Nederland: doe eens gek. Probeer eens een mooie mild te brouwen. Hier vind je er meer over de Mild Month, waarvoor je te laat bent, en over wat voor bier het is. En Simon: Je hebt dit op je geweten, meld vooral wanneer je een vaatje op de bar hebt met dit  heerlijke vocht. IPA's, Stouts, Porters en noem maar op: allemaal prachtig en ik zal ze blijven drinken. Maar met zo'n Pint Mild Ale in je handen staan en die dan rustig leeg drinken. Pffft, dat is toch wel heel mooi. En de volgende bestellen nog mooier!

maandag 11 april 2016

Nog 30 jaar kluphuis!

Deze week viert "het kluphuis", zoals het op Facebook door diverse mensen wordt aangeduid, haar 30 jarig bestaan. En daar moeten er minimaal nog 30 bij komen!

Als ik zeg dat het bierproeflokaal "In de Wildeman" in die dertig jaar niet veranderd is, dan is dat op twee manieren fout. Om te beginnen: ik kan dat niet weten. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik er nog niet bij was destijds. Ik kwam ergens laat in de jaren 80 van de vorige eeuw voor het eerst een biertje doen en dat smaakte naar meer. Ik behoor ook tot die mensen die niet hebben meegemaakt dat de achterwand nog een paar meter verder naar voren stond dan nu. Iets waar ik mee zal moeten leren leven.

Maar ook is het proeflokaal wel degelijk veranderd. Oudere mannen, voor zover nog in leven, kunnen af en toe nog mijmeren over de tijd dat op een avond door de week er een paar mensen binnen kwamen, die elkaar allen kenden. Samen met de barkeeper werd dan het leven in zijn algemeen doorgesproken en werden felle discussies gevoerd bij een goed glas bier. Sommigen kwamen ook liever niet in het weekeinde, dan werd het toch wel een beetje druk. Die tijd ligt achter ons. Tegenwoordig lijken stille avonden niet meer te bestaan en weet een groeiend aantal toeristen en andere passanten "in de Wildeman" te vinden. Die ene barkeeper van toen krijgt tegenwoordig dan ook door de week gezelschap om het allemaal bij te kunnen benen. De oudere mannen zijn er nog steeds, maar hebben gezelschap gekregen van jongere mensen, waaronder ook meer vrouwen.  Verder vinden er steeds meer bijzondere evenementen plaats. Duitse dagen, Engelse dagen, proeverijen, introducties van nieuwe bieren en ga nog maar even door. Gelukkig heeft de Nederlandse Bierweek alle stormen doorstaan en staat hij nog als een huis, evenals de nieuwjaarsreceptie met Pieter aan de piano..

Naast de bierweek  en de receptie is gelukkig meer hetzelfde gebleven. Om te beginnen natuurlijk de afwezigheid van muziek. Het zijn de mensen die de sfeer bepalen, niet de muzieksmaak van het personeel achter de bar of een leverancier van kroegmuziek. Verder is de Wildeman niet mee gegaan in de race om zoveel mogelijk kranen, die de stad lijkt te teisteren. Ooit kwam het aantal op 18 en het enige dat sindsdien veranderd is, is dat er geen cider meer op tap staat. Maar daarmee komen we wel op het belangrijkste dat gebleven is: het aanbod van bieren en de zorg van het personeel voor bier. Het eerste is natuurlijk mee gegroeid met de tijd. Waren het ooit vooral de Belgen die de taplijst bevolkten, ze hebben gezelschap gekregen van een keur aan andere nationaliteiten en soms dreigen ze zelfs verdrongen te worden. Het tweede is gebleven. Door beide factoren samen ben ik menigmaal prettig verrast of heb ik een oude bekende weer kunnen proeven. Er valt altijd weer het nodige te genieten.

Bij zo een café dat past als een goede jas is er altijd één angst: dat het ooit in andere handen over zal gaan. Op dat moment doemen visioenen op waarbij het fraaie interieur weg wordt gebroken en vervangen door iets strak moderns, manshoge boxen keihard de nieuwste hits uitbraken en liefst in het midden paaldansshows gegeven worden. Toen we op nieuwjaarsdag hoorden dat Simon het geheel over gaat nemen kon ik een zucht van opluchting niet onderdrukken. Niet dat het als een donderslag bij heldere hemel kwam, de speculaties deden al lang de ronde. Maar toch fijn dat het nu officieel is. De Wildeman blijft in goede handen.

Al met al durf ik wel te zeggen dat de toekomst er voor deze dertigjarige zonnig uit ziet. Door de geleidelijke overname is de continuïteit gewaarborgd en kunnen we er verzekerd van zijn dat In de Wildeman het bierparadijs blijft dat het nu is. Voeg daarbij de inspanningen van de rest van het team, de nog steeds bloeiende bierwereld en de onverminderde populariteit en we kunnen gerust nog dertig jaar vooruit, waarna we bij leven en welzijn wel verder zien. Voor nu mijn felicitaties en ik hoop nog lang van al die prachtige bieren te mogen genieten. Soms misschien iets te veel, maar gelukkig is het team van de Wildeman ook altijd uiterst discreet.

vrijdag 4 maart 2016

Hop op? Geen paniek!

Als de titel van mijn blog ooit van toepassing is in de bierwereld, dan is het nu wel. Eerst was er paniek over landbouwgif in Duitse bieren en nu koppen kranten "De hop is op". Het eerste is al vakkundig becommentarieerd door Rick Kempen. Ik denk dat het tweede ook wel mee zal vallen. Misschien is het wel een vermomde zegen!

Het was ergens halverwege 2015 dat ik in gesprek was met een brouwer. Hij was druk bezig om te bepalen welke hoppen hij nodig had in 2016. Bovendien was hij voor alle zekerheid op zoek naar alternatieven voor populaire hopsoorten, omdat hij er (waarschijnlijk terecht) rekening mee hield dat die wel eens lastig te krijgen zouden zijn en dan is het handig om uit te kunnen wijken en zo toch je bieren te kunnen brouwen.

Ik moet daar nu weer aan denken nu ik de alarmerende berichten lees over het feit dat de hop op zou zijn. Dat we een droge zomer hebben gehad weten we volgens mij al een paar maanden en die plantenziekten zullen ook niet van vandaag of gisteren zijn. Tenslotte is de groei van de bierproductie ook al een tijdje bezig. Bestaande brouwerijen groeien en er komen nog steeds nieuwe bij. Ofwel: wie een beetje heeft opgelet zou dit toch moeten hebben kunnen zien aankomen. En dus zijn maatregelen hebben kunnen nemen.

Daarnaast is deze schaarste misschien een gouden kans. Want voor wie het vergeten is: bier bestaat uit meer ingrediënten dan alleen hop. Naast hop zijn er nog water, mout en natuurlijk is er nog de gist. Gegeven de toenemende fantasie van brouwers is de lijst nog veel langer te maken en is de vraag langzamerhand of er nog iets te vinden is dat geschikt is voor menselijke consumptie en nog nimmer in bier is gebruikt. Misschien moeten die ingrediënten weer meer naar de voorgrond en kan de schaarse hop dan een wat minder prominente rol spelen.

Als ik mezelf even in de droomstand schakel zie ik het helemaal voor me. Brouwers gaan meer nog dan nu experimenteren met moutsoorten, met verschillende gist soorten en wat dan al niet meer. Misschien wordt hop alleen nog maar gebruikt omdat het er nu eenmaal in moet zitten van de wetgever. Anders hebben we het niet over bier. Misschien gaan er wel meer brouwers eens kijken wat voor moois ze met Gruit kunnen doen. Historie met een nieuwe twist. Vervolgens staan over een jaar de hopleveranciers met de pet in de hand bij de brouwers om te vragen of die alsjeblieft weer hop willen afnemen.

Goed. de realiteit. Sommige bieren zullen misschien wat anders gaan smaken en er kunnen een aantal bieren van de schappen verdwijnen. Dat laatste is jammer voor de liefhebbers van die bieren en natuurlijk voor de betreffende brouwers. Wie weet is het voor een aantal net het verschil tussen overleven en sluiting. Daarbij wordt dan gesteld dat het de kleine zijn die problemen hebben en de grote niet, maar ik denk dat er meer is. Ook de vraag in hoeverre een brouwer al eerder na heeft gedacht over zijn toekomst en maatregelen genomen heeft zal een grote rol spelen.

Voor mij als consument zal het waarschijnlijk allemaal wel meevallen. Wie weet ga ik een bier missen. Maar aan een boom zo vol geladen mis je misschien een twee biertjes helemaal niet. Ik verwacht dan ook dat ik genoeg mooie bieren tegen blijf komen die de moeite van het drinken meer dan waard zijn. Ofwel: ook nu geldt "Geen paniek"!

donderdag 7 januari 2016

Lofzang op de saaiheid

Dit verhaal is misschien een anachronisme. Misschien zijn het de zielenroerselen van een oude man die de tijd niet helemaal meer begrijpt. Maar ik wil graag een ode wijden aan bieren die ik regelmatig als "saai" beschreven zie worden. Vandaar een lofzang op de saaiheid.

Op biergebied leven we in interessante tijden. Op zich is het al de vraag of dat positief is. Ooit was "Moge u leven in interessante tijden" een vervloeking naar ik heb begrepen. Wie wil weten waarom moet eens een geschiedenisboek openen en nagaan waarover het meeste geschreven wordt. Niet over die tijden waarin iedereen in vrede zijn of haar leven leidde en min of meer gelukkig was. Nee. als er geknokt werd of er was honger en zo. Dan gaan de geschiedschrijvers los. Gelukkig ligt het op biergebied anders. Hier zijn we het zelf die allerlei ontwikkelingen interessant vinden en niet de mensen die er later over gaan schrijven. Dat kon wel eens het verschil zijn.

Soms lijkt er toch sprake van een slagveld. Een waarbij het geen legers zijn die slag leveren, maar bieren en bierliefhebbers. Een slagveld waarop nieuwe bieren, nieuwe smaken proberen hun positie te veroveren, als dat moet ten koste van de oude elite. Waarop nieuwe bierliefhebbers zich afzetten tegen wat zij zien als zich bierkenner noemende betweters. Kortom waar de revolutie is uitgebroken tegen wat volgens de een traditie, maar volgens de ander gewoon achterhaald en ouderwets is. Interessante tijden dus.

Bij een slagveld horen slachtoffers. Daaronder bieren die ik regelmatig zie voorzien van labels als "Saai", "Niet interessant", of "ik had meer verwacht". En juist over deze bieren zou ik graag nog eens de loftrompet willen steken. Niet om mensen over te halen ze beter te gaan waarderen. Ik vecht niet graag tegen de bierkaai.  Maar gewoon omdat ik vind dat ze het verdienen.

Het overkomt me regelmatig. Ik heb een tijd aan de IPA's en al die andere wonderschone bieren gezeten en ineens krijg ik trek aan iets anders. Iets dat ik ooit heb omschreven als "Niets mis mee bier". Vakkundig gebrouwen, maar zonder smaakexplosies die je van het ene hoogtepunt naar het andere moeten brengen. Nee gewoon iets om eigenlijk je smaak weer even in de rust stand te zetten. Ook een bier dat zich niet probeert op te dringen, maar rustig een rol op de achtergrond accepteert. Zodat je je bezig kunt houden met andere zaken die op dat moment de aandacht verdienen. Een bier dat je in staat stelt even moed te verzamelen voordat je je weer in de nieuwe ontwikkelingen gaat storten. En misschien ook wel een bier waar de brouwer zich meester heeft getoond door de zichzelf opgelegde beperkingen.

De bierwereld is in beweging en dat is goed. Wat menig bierliefhebber jaren geleden hoopte is aan het uitkomen en in nog veel grotere mate dan menigeen durfde te hopen. Maar heel soms heeft het ook wel eens wat weg van een mallemolen. Daar in mee gaan is leuk. Maar af en toe wat vaste grond onder de voeten is ook niet weg. Het is op dit punt dat een simpel, wat moutig en vaak ondergistend gemaakt biertje meteen mooie hopbitterheid wonderen kan verrichten. Dat wordt vaak saai genoemd. Als dat klopt dan hef ik hierbij een lofzang aan op de saaiheid. In de hoop dat ze nog lang mijn pad mogen kruisen.

maandag 14 december 2015

We gaan een brouwer, maar vooral een mens missen

Onlangs hoorde ik dat Guus Roijen is overleden. Vooral een groot verlies voor zijn nabestaanden natuurlijk, maar zeker ook voor de bierwereld.

Dat Guus een intieme vriend van me is zal ik niet beweren. Sterker nog: ik had hem eigenlijk al een tijd niet meer gezien. Via anderen hoorde ik wel dat hij nogal ziek was. En ineens was er die rouwkaart die ik in een bekend bierproeflokaal zag hangen. Guus Roijen was op 7 december overleden. Ik was even stil.

Als ik aan hem denk, dan is het eerste wat me te binnen schiet zijn optreden tijdens een excursie met PINT regio Noord-Holland. Guus was eigenlijk nogal grieperig en was het liefst in bed gebleven. Maar hij vond dat hij ons moest ontvangen en dus stond hij er. Het verhaal wat hij vertelde klonk als een klok en ook de rondleiding langs zijn brouwerij verliep vlekkeloos. Enthousiast vertelde hij hoe hij ooit als amateur begonnen was en hoe zijn eerste brouwsel in de kruipruimte beland was, omdat de pet flessen die hij gebruikte de druk niet aan konden. Maar ook hoe hij zijn brouwerij zelf ontworpen had. De besturing  vond plaats met behulp van een laptop. Dat had het grote voordeel dat als er ’s nachts geroerd moest worden dat automatisch gebeurde terwijl hij lag te slapen. Uit alles bleek dat hij de zaak volkomen in de hand had.

Iets dat me lang dwars zat was dat het nooit lukte om brouwerij de Schans op het Noord-Hollands bierfestival te krijgen. Niet omdat Guus niet wilde, hij had het gewoon te druk met andere zaken. Toen het een keer wel lukte was dat niet minder dan een kleine overwinning voor ons. Guus vertelde dat hij het naar zijn zin had en dat hij volgend jaar weer wilde komen. Helaas: het jaar erop had hij het weer te druk en het is bij die ene keer gebleven. En dat zal ook niet meer gaan veranderen helaas.

Dat ik Guus goed ken zal ik niet zeggen. Ik kwam hem af en toe tegen en meestal was dat ergens waar iets met bier was.  Ik vond het dan altijd prettig met hem te praten. Niet alleen was hij aardig in de omgang, hij wist ook waar hij het over had en vond het voor zover ik kon merken niet erg als ik met mijn eigenwijze instelling ook wat dacht in te brengen.  De vele bieren die hij op zijn naam heeft staan bewijzen ook dat hij een vakman is. De bierwereld gaat hem node missen denk ik. Maar bovenal zal dat gelden voor zijn nabestaanden die ik dan ook mijn condoleances wil aanbieden en ook veel sterkte wil toewensen om dit verlies te dragen.

zondag 18 oktober 2015

Kees, bedankt voor 15 keer Lekkerste Bockbier

Het was in de marge van de verkiezing van het Lekkerste Bockbier dat ik hoorde dat Kees Beerepoot na 15 succesvolle edities uit de organisatie stapte. Reden voor een terugblik en een bedankje.

Het moet in 2000 geweest zij dat in bierproeflokaal In de Wildeman een proeverij werd gehouden waar uit een aantal bockbieren het lekkerste bier werd gekozen. Kees was daarbij, waarschijnlijk als jury, en vond dat het toch jammer was dat maar een beperkt aantal bieren beoordeeld waren en dus niet echt sprake was van het lekkerste bockbier van Nederland. Dat moest beter kunnen.

Wat er toen allemaal precies gebeurt is kunnen anderen beter zeggen dan ik waarschijnlijk, maar Kees wist de steun te verwerven van het Geheim Genootschap Arendsnest en het biergilde de Dubbele Arend. En in 2001 werd voor het eerst door beide bierclubs een verkiezing gehouden van het Lekkerste Bockbier. Daarbij was er Kees, door mij wel eens de vlees geworden integriteit genoemd, alles aan gelegen om er voor te zorgen dat een en ander absoluut eerlijk gebeurde en beïnvloeding niet mogelijk was. Bovendien wilde hij wel dat de uitslag representatief genoemd kon worden.

Het gevolg was direct al een systeem met loting, voorrondes, een halve finale en uiteindelijk de finale. Daardoor was het winnende bier door een zo groot mogelijk aantal mensen geproefd. Bovendien wist niemand tijdens de proeverijen welke bieren hij dronk. Absolute eerlijkheid dus. Helaas voor hem won SNAB  de eerste twee edities en aangezien zowel de Dubbele Arend als SNAB enige band met een café in Purmerend had waren de geruchten over vals spel niet van de lucht. Dat was behoorlijk tegen het zere been van Kees en het moet een opluchting voor hem zijn geweest dat de derde keer iemand anders won.

Dat met de organisatie niet te spotten viel merkte een grote brouwerij die een keer won. Het jaar er op stond trots op de verpakking dat het bier verkozen was tot lekkerste bockbier en een reclamespot op TV ondersteunde dat. Helaas waren ze "vergeten" een jaartal te vermelden. Waardoor ze ten onrechte de indruk wekten in het betreffende jaar te zijn verkozen terwijl de verkiezing nog plaats moest vinden. Ze hadden op de verpakking echter ook het internet adres van de verkiezing geplaatst, wat de organisatie de mogelijkheid gaf om op hun site exact weer te geven wat ze er van vonden. Gevolg was paniek bij de brouwer en haastig overleg, waardoor de TV spots werden ingetrokken.

Een en ander maakte wel duidelijk welk een plek de verkiezing ondertussen in de bierwereld had gekregen. En het kan aan mij liggen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat met name tijdens de prijsuitreiking het elke keer drukker wordt en dat het beslist geen uitzondering is dat een ieder die ook maar denkt een kans te maken opeen prijs aanwezig is. Bovendien maakt de vreugde van prijswinnaars duidelijk dat het hier om een prijs gaat die er toe doet.

Nu weet ik heel goed dat dit alles niet alleen een verdienste is van Kees. Er is een heel leger van mensen betrokken bij de organisatie en ik wil hen zeker niet te kort doen. Zij zijn van het allergrootste belang,elk jaar weer. Een aantal ook vanaf het allereerste begin. Maar ik hoop dat zij er begrip voor hebben dat ik Kees er even uit licht. Hoe je het ook wendt of keert: hij is degene geweest die op een idee is gekomen waardoor Nederland er een mooie bierprijs bij kreeg. Daarnaast is het tekenend voor hem dat ik hem gisteren na afloop van weer een geslaagde editie tegen kwam en hij vertelde dat hij op dat moment net zijn eerste biertje had gehad. De meesten van ons hadden er toen al een paar meer gedronken. Ik wil daarom langs deze weg Kees hartelijk bedanken voor het idee en voor de toewijding waarmee hij de afgelopen 15 edities van de verkiezing van het lekkerste Bockbier heeft ondersteund. En het zou mij verbazen als ik niet namens velen spreek.