Translate

maandag 2 juni 2014

Een (bier)bom, maar hopelijk anders

"Amsterdam wordt een bom" schrijft iemand enthousiast naar aanleiding van de aankondiging van een nieuw biercafé. Ik ga er vanuit dat hij bedoelt dal Amsterdam een ware bierexplosie staat te wachten. ik hoop daar op, maar dan toch iets anders.

Ik heb  het eigenlijk niet zo op aankondigingen als "grootste aantal bieren ter wereld". Net als wanneer brouwers roepen dat ze het bier met het hoogste alcoholpercentage hebben doet het me nog het meeste denken aan een wedstrijdje ver plassen. Leuk voor de deelnemers misschien, maar de vraag is wie er iets aan heeft. Dat Delirium in Brussel zo ontzettend veel bieren heeft is dan ook niet automatisch een aanbeveling voor mij. En dat er een Nederlandse vestiging in Amsterdam komt met maar liefst 500 bieren waarvan 20 op tap doet me ook niet in Polonaise over de Dam lopen. Veeleer zit ik met vragen.

Lovers, blijkens de facebookpagina het adres voor nadere informatie, staat bij mij voornamelijk bekend vanwege de rondvaartboten en dat doen ze heel verdienstelijk. Andere projecten, zoals de Floating Dutchman doen het wat minder. Over bier heb eigenlijk nooit iets van ze gehoord, maar ik volg niets alles. Vraag is wel wat ze gaan doen. Om te beginnen: hoe kiezen ze die bieren. Maken ze, eventueel ondersteund door deskundigen, een mooie evenwichtige keuze of tikken ze gewoon de eerst 500 bieren die ze tegen komen aan? Houden ze rekening met het feit dat we hier in Nederland zijn of  nemen ze gewoon de Highlights uit België over? We komen we wel achter waarschijnlijk.

Dat geldt ook voor het personeel. Kun je straks voor een gedegen advies terecht bij hen, of wordt een blik werkstudenten en uitzendkrachten ingehuurd die waarschijnlijk wel de juiste tap weten te vinden en wie weet ook het juiste glas, maar voor wie goed tappen een brug te ver is? Ik ben wel eens met de rondvaartboot van Lovers mee geweest en heb het personeel daarvan in elk geval niet op een enigszins gedegen kennis van de geschiedenis van de stad kunnen betrappen. Om het even bij bier te houden: in 1995 melden dat Amsterdam twee brouwerijen heeft lijkt aardig tot ze er bij zeggend at het om Amstel en Heineken gaat. Als het personeel van het café straks kennis van bier op eenzelfde niveau heeft kan het nog lachen worden daar.

Wie weet valt het allemaal reuze mee en kan iemand me over een jaar of zo fijntjes er op wijzen dat ik in mijn pessimisme het allemaal verkeerd zag. Dat zou mooi zijn. Tot die tijd houd ik me liever bezig met een andere bier bom die in onze hoofdstad aan het barsten is. Op allerlei plaatsen verschijnen namelijk kleine brouwerijen, liefst met eigen proeflokaal. De meeste niet op een toeristische plek, maar ergens in een buurt. Als dat eens door zou gaan zetten: overal in de stad jonge, enthousiaste mensen die bier maken en dat aan hun buurt laten proeven. Kleinschalig, persoonlijk. Natuurlijk zal dan blijken dat in een aantal gevallen dat te hoog is gegrepen en een aantal van die initiatieven zullen een al dan niet zachte dood sterven. Maar ik ben er van overtuigd dat er mooie kleinschalige brouwerijen over blijven. Waar je kunt zien waar je bier gemaakt is. Waar de brouwer toegankelijk is voor mensen die meer willen weten over het bier. Kortom: waar mensen zich lekker thuis voelen met een goed glas bier. Als dat  gaat gebeuren zoek ik mensen om samen mee in polonaise de Dam over te gaan!

maandag 26 mei 2014

Bijkomen van een week met Nederlands bier

De week van het Nederlandse bier zit er op. Afgelopen weekeinde waren er de open brouwerijdagen en diverse andere activiteiten en toen was het over. Wat zou het gebracht hebben?

Met getallen kun je altijd veel kanten op. Je kunt juichen dat nu maar liefst 37 brouwerijen op het openingsfestival waren en dat er 4000 bezoekers (volgens de website van de week) waren. Je kunt juichen dat er 92 brouwerijen en -huurders hun deuren geopend hadden. Aan de andere kant kun je klagen dat zoveel brouwers niet aan de open brouwerijdagen mee deden en al helemaal niet aan het openingsfestival. Was het glas nu halfvol of half leeg? Of was het wel vol. maar is er ruimte om volgend jaar meer glazen te vullen? Eigenlijk is het laatste nog het meest waarschijnlijker: het ging heel goed, maar volgend jaar kan en zal het nog beter zijn!

Ondertussen leek er met de publiciteit iets bijzonders aan de hand. Voor de opening van de week hoorde ik van aandacht in diverse media voor alle moois dat de Nederlandse Bierwereld te bieden had en al die jonge brouwers die zo avontuurlijk waren. Als bierliefhebber zie ik dat graag: aandacht voor dat pracht product, dat ook veel kleurrijker is dan rood, wit en rosé. Maar of het zo moest zijn: na het eerste weekeinde brak het chagrijn los en moesten we weer horen dat we eigenlijk gek zijn om nog bier in ons land te kopen, omdat het over de grens veel en veel goedkoper is. Zou "Nederlandse Brouwers" wel eens onderzoek hebben gedaan naar de vraag in hoeverre het steeds maar roepen dat bier hier zoveel duurder is maakt dat mensen dat gaan geloven en dus maar naar de grens oversteken voor hun inkopen? Ik vond het eigenlijk een beetje een dissonant, net nu we zo lekker samen bezig waren met de promotie van Nederlands Bier.

Ga ik toch weer griepen, terwijl daar verder zo weinig reden voor was. Ik heb genoten van bier en kaas combinaties, van bier en worst combinaties en van een Amsterdamse Avond met Bier, spijs en ook muziek uit de hoofdstad. Ik heb dit weekeinde voor het grootste deel doorgebracht in een Amsterdamse brouwerij en mocht af en toe tijdens het brouwen zelfs op een knopje drukken waardoor de temperatuur steeg. Ondanks dat heb ik begrepen dat het brouwsel wel gelukt is. Hulde aan het brouwteam dat exact wist wat ze me wel en niet konden laten doen. En laten we verder de bierbrunch op zondag niet vergeten, ook iets om nog van na te genieten.

Ik denk dat iedere bierliefhebber zo zijn eigen verhaal van de afgelopen weken heeft. En voor iedereen zal dat weer anders zijn, want de enorme keuze zal ongetwijfeld tot gevolg hebben gehad dat een ieder zijn eigen programma heeft gevolgd, wanhopig pogend om het juiste te kiezen. Dat heb je met zo'n week waarin het succes van het Nederlandse Bier op alle mogelijke manieren wordt gevierd.

Meer goed, het zit er weer op voor een jaar, die week dan. Nu even bij komen en nagenieten. Maar daarna heb ik vast wel weer zin een een biertje en dat kan dan maar zo eentje uit eigen land zijn!

donderdag 8 mei 2014

Respect voor de brouwerijhuurder

In België waarschuwen brouwers voor het verschijnsel huurbrouwer. Deze zouden een bedreiging zijn voor alles wat goed gaat in de bierwereld. Ik ben het daar niet mee eens.

In Haarlem staat in een kerk een brouwerij. Een succesvolle ook. Dat ligt natuurlijk aan de ambiance, maar ook aan de kwaliteit van hun bieren en de diversiteit van hun assortiment. Vandaar ook dat buiten hun eigen café de bieren ook goed lopen en de brouwerij groeit als kool. De basis daarvoor is al jaren geleden gelegd. Jopen, daar gaat het om, was toen een huurbrouwer. Jarenlang op zoek naar een eigen brouwerij en daar ten lange leste in geslaagd.

Dit voorbeeld is niet het enige: er zijn meer brouwerijen die als huurbrouwer het daglicht zagen en ondertussen en eigen ketels hebben. Huurbrouw kan namelijk een heel goede manier zijn om je eigen bieren op de markt te zetten zonder enorme investeringen te doen in een goede brouwinstallatie. Het kan op die manier de inkomsten genereren die nodig zijn om later alsnog eigen ketels aan te schaffen. Die dingen schijnen namelijk nogal duur te zijn.

Voor mij staat het dan ook zeker  niet vast dat huurbrouwers een bedreiging vormen voor de biercultuur. Misschien wel voor de gevestigde orde, maar daar kan ik niet zo mee zitten. Nieuwe bieren zijn wat mij betreft welkom en de consument bepaalt wel wat hij / zij drinkt en wat niet. Op die manier onderscheidt het kaf zich vanzelf van het koren en zal een slechte brouwer vanzelf merken dat niet elk bier avontuur een succesverhaal is. Het staat voor mij ook zeker niet vast dat huurbrouwers mensen zijn die andermans vakmanschap misbruiken. Ik weet dat er brouwers zijn die in andermans ketels zelf de roerstok hanteren, meestal wel onder toeziend oog van de eigenaar van de installatie. Anderen laten hun bier brouwen in een installatie die zodanig is geautomatiseerd dat ze het indrukken van de start knop gerust aan een ander over kunnen laten, maar ontwikkelen wel bieren volgens hun smaak. En er zijn natuurlijk de etiket plakkers, maar daar wil ik het  niet te lang over hebben.

Ik ben er van overtuigd dat de manier waarop op dit moment de biercultuur zich in ons land ontwikkelt voor een groot deel het gevolg is van de aanwezigheid van huurbrouwers met goede ideeën, maar beperkte financiële mogelijkheden. In Nederland zou ik dan ook eerder zeggen dat de huurbrouwers een motor zijn achter onze biercultuur dan een bedreiging. En ik vraag me af of het in België zoveel anders is gesteld.

Vreemd genoeg kwam ik vandaag juist een voorbeeld tegen van een bedreiging van de biercultuur die afkomstig is van een Belgische Brouwer mét eigen installatie. Ik heb het over Liefmans met zijn Fruitesse die je ook nog eens koud moet drinken. "On the Rocks" heet dat dan. Ik krijg dan visioenen van limonade met alcohol en vooral niet te veel smaak naast zoet. Dat soort rare experimenten om een doelgroep te bereiken die waarschijnlijk niet eens bestaat doet volgens mij meer kwaad dan een brouwer die andermans ketels gebruikt om een mooi bier te maken.

maandag 5 mei 2014

4 mei op de dam

De dam op 4 mei: Koning en Koningin, twee minuten stilte, kransleggingen, toespraken, defilé. Maar vooral: herdenken van iets waar mensen blijkbaar toe in staat zijn.

Ik ben van na de oorlog. Ik ken ook geen verhalen van familieleden die meegevoerd en / of vermoord zijn. Ook de hongerwinter is aan het dorp waar mijn ouders voorbij gegaan. Om me een beeld te vormen van de oorlog ben ik dus afhankelijk van ander bronnen.  Geschiedenis op school, programma's op TV, boeken, krantenartikelen en soms een toespraak van iemand die het van nabij heeft meegemaakt. Zoals eerst vanuit de Nieuwe Kerk en daarna vanaf de Dam op 4 mei. Twee mensen die hun verhaal vertelden. Twee verhalen die me af en toe deden grinniken (bijvoorbeeld over de huppelende vader van Jan Terlouw) en op ander momenten diep troffen.

Als ik aan de oorlog denk, dan is er altijd iets van ongeloof. Natuurlijk, ik weet dat het allemaal gebeurd is. Maar dat mensen een ander zo iets aan kunnen doen blijft onwezenlijk voor me. Hoeveel menselijk vernuft werd gestopt in manieren om anderen op industriële schaal dood te maken. Hoe dat nog werd gezien als een oplossing ook. Hoe mensen in de ban raakten van iemand die in mijn beleving niet meer was dan een woeste schreeuwer met waandenkbeelden. Maar ook hoe hele steden weg gevaagd werden zowel door Duitsers als geallieerden. Mijn verstand registreert het allemaal, ik zuig informatie in me op, maar begrijpen doe ik het niet. Het is simpelweg te groot, te bizar ook om te begrijpen. Tijdens de twee minuten stilte speelde dat in hoge mate. De lucht was blauw, er vlogen vogels. In de verte hoorde ik een kind huilen. En er was een vredige stilte. Ik poogde wanhopig mijn gedachten te houden bij de verschrikkingen die we herdachten.

Tijdens het wandelen van het Westerborkpad (inclusief Proloog van Amsterdam CS naar Westerbork, zoveel mogelijk langs de spoorlijn) merkte ik hetzelfde. Tijdens elke etappe werd ik wel gewezen op plaatsen waar Joden hadden gewoond, waar ze weg gehaald waren, waar ze ondergedoken waren geweest en waar ze op transport naar vernietigingskampen werden gezet. Indrukwekkende plaatsen waar ik me voor probeerde te stellen wat mensen meegemaakt moeten hebben. Om dan te beseffen dat ik niet verder kwam dan wat krabbelen aan de oppervlakte. Voor mij was het geen enkele reis. Ik had mijn OV kaart op zak en wist dat ik die avond weer thuis zou komen. Zoiets werkt onbewust toch geruststellend.

Toch stond ik ook dit jaar weer op de Dam. Gewoon, omdat ik daar op dat moment wilde staan. Samen met mensen die nog steeds de wonden van die vreselijke oorlog voelen, die nog steeds geliefden missen die in welke oorlog dan ook zijn gebleven. Ook met mensen die net als ik wat meer moeite hebben om zich dat allemaal voor te stellen, omdat ze altijd gevrijwaard zijn gebleven van de ellende die oorlog met zich brengt. En die daar hopelijk net als ik enorm blij om zijn. Met mij draagt die groep een behoorlijke verantwoordelijkheid. Namelijk om de herinnering aan datgene wat we zo moeilijk kunnen bevatten wel levend te houden. Al was het maar om te voorkomen dat we wel aan den lijve ondervinden hoe het is om oorlog en bezetting mee te maken.

Natuurlijk weet ik ook wel dat met alleen zo'n samenkomst op de Dam en op andere plaatsen in het land voorkom je geen oorlog. Met de volgende dag feesten ook niet. Maar als we met zijn allen er van mee nemen dat de vrijheid waarin we leven niet zo vanzelfsprekend is als we soms misschien denken, dan maken we misschien een beginnetje. Ik weet dat dit op diverse manieren al gezegd en geschreven is en ga dan ook niet voor een prijs wegens originaliteit. Maar misschien kun je dit beter te vaak zeggen dan te weinig.

vrijdag 25 april 2014

Overpeinzingen bij een bierkrant

De nieuwe krant voor de week van het Nederlandse Bier is weer uit. Een krant uitgegeven door een professionele uitgeverij en bedoeld om de aandacht te vestigen op die prachtige week in mei waar Nederlands Bier centraal staat.

Er staan een aantal mooie dingen in de krant. Voor mij is de column van Rick Kempen wel het hoogtepunt. Op de van hem zo vertrouwde enthousiaste wijze doet hij uit de doeken in wat voor glorieuze tijd we leven. "Wie tien jaar geleden had voorspeld wat nu re realiteit is had, in het beste geval, een klam lapje op het voorhoofd gekregen - maar waarschijnlijker was zij of hij voor langere tijd opgeborgen om in een bosrijke omgeving tot rust te komen." Een prachtige zin, die bovendien aansluit bij de hele toon in het blad: het gaat goed in bierland. Het aantal bierbrouwerijen is boven de 200 gestegen (weliswaar inclusief huurders) en bier bloeit als nooit tevoren. De krant staat dan ook bol van enthousiaste bierbrouwers, cafés en handelaren die vertellen hoe goed het gaat. Mooi om te lezen.

Helaas vliegt de krant hier en daar, misschien door alle enthousiasme, wat uit de bocht. Zo staat op de voorpagina te lezen dat Amerikaanse craft brewers "traditionele bieren" brouwen. Nu kun je over die bieren veel zeggen, maar traditioneel zou ik ze niet willen noemen. Een van die Amerikaanse brouwers wist me juist te vertellen dat ze door het ontbreken van een echte bier traditie als in Duitsland en België zich veel minder gebonden voelden en dus meer konden experimenteren. waarbij traditionele bieren hooguit als inspiratiebron en naamgever fungeren. Ook de bewering dat etikettenplakkers niet worden meegerekend met het aantal brouwerijen in Nederland is voor nuance vatbaar. Ik zie verderop in de krant tenminste één bedrijf in de lijst met brouwerijen staan waarvan bij mijn weten niet zeker is dat ze daadwerkelijk eigen bieren laten brouwen en niet een bestaand bier kopen en van eigen labels voorzien. Maar misschien heeft de krant op dat punt informatie die ik niet heb.

Ronduit rommelig vind ik het overzicht van de activiteiten. Ik heb gepoogd er een lijn in te ontdekken, maar dat is me niet gelukt. Datums, locaties, soort activiteiten, geen van alle lijkt een basis voor de sortering van de activiteiten te zijn. Wie weet zie ik wat over het hoofd, dan hoor ik dat graag. Voorlopig lijkt "volgorde van binnenkomst" nog de meest voor de hand liggende factor voor de volgorde waarin de activiteiten zijn gerangschikt.  Het maakt de toegankelijkheid van de agenda er niet beter op. Verder is het jammer dat minder dan de helft van de brouwerijen mee doet aan de open brouwerijdagen, maar daar kan de krant niets aan doen.

Maar goed. De krant is uit, de week zit er aan te komen. Eerst een festival en dan overal in het land een keur aan activiteiten. Met bier als verbindende factor. Ik kan er nu al naar uit kijken!

dinsdag 15 april 2014

Een stroom aan voorjaarsbieren

Publicitair misschien een beetje in de schaduw van het festival in Groningen, maar in elk geval weer heel geslaagd: het 16e Meibockfestival van PINT Regio Noord-Holland en brouwerij de Prael. Een prima gelegenheid om kennis te maken met de bieren van het seizoen.Dat was zo, is zo en zal hopelijk zo blijven.

We schrijven 1997. Ik was toevallig op bezoek op een bierfestival. Niet helemaal zo groot als het bockbierfestival, maar het leek me wel gezellig. Ik zeg bewust leek, want erg veel heb ik er eigenlijk niet veel van mee gekregen. Het begin van die dag was ook het begin van meerdere verjaardagen en één ervan had ik met wat mensen nogal stevig gevierd. Niet de ideale omstandigheden voor een festival later die dag. Ik heb als ik het me goed herinner een biertje gedronken, wat gepraat met bekenden en toen hield ik het voor gezien. Maar ik kan toch zeggen dat ik bij het eerste festival aanwezig ben geweest. Kort, dat wel.

Ondertussen zijn we verder. Ik heb van zeer nabij het festival zien veranderen. Na het verdwijnen van brouwerij Maximilliaan bij brouwerij de Prael. Klein, knus, haast met vrienden onder elkaar. Tussen de ketels en tanks van de brouwerij. En wonder boven wonder meestal met redelijk tot goed weer. Niet dat de bezoekers zich door een spat regen lieten weghouden overigens. Ik herinner me nog hoe mensen tussen buien door gezellig buiten zaten omdat het even droog was. Wat misschien te maken had met het rookverbod binnen, maar dat is maar een veronderstelling van mijn kant.

Ondertussen vloeien de bieren al weer een aantal jaren uit de tappen in de Posthoornkerk. Een eenmalige locatie, zo heette het. Maar het bleek een blijvertje. En dus was het ook op 13 april, toevallig ook de dag van het eerste festival, weer gezellig druk. En viel er veel te genieten voor de bezoekers.  Het tij zit namelijk nogal mee voor de bierliefhebber en dat was te merken aan de vele primeurs die dit jaar aanwezig waren. Daarnaast natuurlijk bekende bieren van brouwerijen die al wat langer mee gaan.

Ooit was ik bang dat voorjaarsbieren langzaam uit zouden sterven. Weg gedrukt tussen de blijkbaar lucratievere winter en zomerbieren. Maar het tegendeel blijkt waar. Brouwers laten zich nog steeds inspireren door het seizoen en dus is er geen sprake van een terugloop van het aanbod, eerder het omgekeerde.  Daarbij wijken ze wel steeds vaker af van dat bier waar het Meibockfestival naar genoemd is. Ik kan daar eerlijk gezegd niet zo mee zitten.  Zo lang er mooie bieren zijn die me helpen het voorjaar te vieren ben ik al lang blij. En laten we eerlijk zijn: uit de tap kwam een mooie stroom aan voorjaarsbieren en viel voor de bierliefhebber weer veel te genieten! Op naar het 17e festival zullen we maar zeggen.

zondag 6 april 2014

De gotspe van een grote brouwer.

Eigenlijk was ik van plan er over te stoppen. Het meeste dat gezegd moet worden is al gezegd en als er nog dingen gezegd moeten worden, dan is het ook niet noodzakelijk dat ik dat doe. Maar nu ik de worden van Philip de Ridder heb gelezen is het sterker dan ik, ik moet het er nog een keer over hebben: de accijns.

Het is "een schande wat het kabinet-Rutte deze ondernemers aan doet". Dat zegt de Ridder in zijn afscheidsinterview met de Telegraaf. Volgen ronkende zinnen over de dramatische verhalen die hij hoort over ondernemers die hun omzet zien dalen en niet meer in staat zijn om hun onderneming te verkopen. En laat ik duidelijk zijn: Ik geloof dat er ondernemers zijn die in die positie zitten. Ik neem ook direct aan dat de prijsverschillen tussen Nederland en het buitenland daar aan bij dragen. Maar kijkt meneer de Ridder ook even naar zijn ex-werkgever en de andere brouwerijen?

Het krijgt wat minder aandacht in de media dan de strijd tegen de accijnsverhoging, maar de brouwers zelf hebben er ook elk jaar een handje van om de prijzen te verhogen. En dat nog het liefst alleen voor de Horeca. Elk jaar wordt er dan ook weer een nette smoes bij geleverd zoals de gestegen graan prijzen, of simpel een "gezonde bedrijfsvoering". In beide gevallen is het opvallend dat de prijzen in de supermarkten blijkbaar niet hoeven te stijgen. Wie weet is daar een goede verklaring voor, maar ik heb hem nog niet gehoord.

Ik heb niet de illusie dat de heer de Ridder mijn blog leest, al mist hij dan natuurlijk wel wat, maar leg het nog maar even uit: die verhoging van de accijns werkt slechts marginaal door in de bierprijs. We praten over centen per glas. In totaal betaal je voor een glas bier volgens een berekening van PINT ongeveer 7 cent aan accijns meer dan in Duitsland. Zelfs al zou het een dubbeltje zijn, dan nog is dat geen bedrag om die gezellige kroeg niet meer te bezoeken en naar het buitenland te gaan. Volgens mijn bescheiden mening is er dan ook meer aan de hand en daarvoor moeten die brouwers eens de hand in eigen boezem steken. In hoeverre behandelen ze zelf de Horeca netjes?

Wie weet heb ik het allemaal niet goed, maar als ik de berichten in de media soms volg zijn brouwers en horeca momenteel bijna net zoveel natuurlijke vijand als partner om samen een mooi product te leveren. Of de inkoopprijs per liter voor een café werkelijk hoger ligt dan de verkoopprijs in de supermarkt is niet na te gaan. Brouwerijen weigeren medewerking als er om gevraagd wordt.

Misschien zie ik het allemaal verkeerd en heeft de Ridder eigenlijk wel spijt van de wijze waarop het bedrijf waar hij directeur was met de Horeca om ging, maar durft hij dat niet te zeggen. Dan zou hij om te beginnen in plaats van die een of twee flesjes die hij volgens eigen zeggen thuis drinkt eens vaker naar een café kunnen gaan. Daarmee zou hij niet wijzen naar anderen als het er om gaat wat te doen aan een betere toekomst voor de Horeca, maar zelf een klein steentje bij dragen. Maar ook dan blijven de uitspraken die hij nog als directeur van Heineken Nederland deed voor mij niets minder dan een gotspe.