Dat er enige opwinding ontstond in bierland is niet te veel gezegd: het gerucht en later bericht dat Duvel Moortgat een belang in brouwerij het IJ nam maakte tongen los, deed mensen bellen en mailen en zorgde voor discussie in sociale media. Wat gaat er gebeuren met de oudste nog werkende brouwerij van Amsterdam?
"De brouwerij" wordt hij door mensen nog genoemd, een overblijfsel uit de tijd dat brouwerij het IJ de enige brouwerij was die we hadden in Amsterdam. Dat er inmiddels diverse bijgekomen zijn doet er niet toe, er zijn meerdere brouwerijen, maar er is volgens hen maar één De brouwerij. Het is ook een brouwerij met enige geschiedenis. Een geschiedenis die prachtig beschreven is in het boek dat bij het 25 jarig bestaan van de brouwerij is uitgegeven en zich ergens in mijn huis moet bevinden. Wie het boek leest snapt dat het IJ nimmer zo maar een brouwerij is geweest net zoals de initiatiefnemer ook niet zo maar iemand is.
Toen een paar jaar geleden het bericht kwam dat de brouwerij verkocht zou worden ging er een schok door bierminnend Amsterdam. Zou de brouwerij nog zijn oude karakter behouden, of zou men een heel nieuwe weg in slaan en zo ja, welke kant zou het op gaan. Nu meen ik te kunnen concluderen dat het IJ beide gedaan heeft. Enerzijds hebben ze de traditionele IJ bieren in ere gehouden. Natte, Zatte, Struis, Columbus en die andere klassiekers: ze zijn er nog steeds en worden ook nog steeds graag gedronken door de liefhebbers. Anderzijds zijn zowel het proeflokaal als de brouwerij nieuwe wegen ingeslagen. Het proeflokaal is opnieuw ingericht en er zijn nieuwe bieren van het IJ op de markt ingeslagen. Het IJ is de laatste jaren wat avontuurlijker geworden en dat werkt blijkbaar: de capaciteit van de brouwerij is, onder andere door het inrichten van een tweede brouwerij in de omgeving, behoorlijk uitgebreid en nog schijnen ze alle zeilen bij te moeten zetten om aan de vraag te kunnen voldoen. Deels misschien vanwege de algehele stijging van de vraag naar bijzondere bieren, maar zeker omdat mensen hun bier gewoon heel lekker vinden. Kortom: als de brouwerij relatief al een oudje is, dan is het een kras oudje dat niet te beroerd is om met de tijd mee te gaan.
En toen ineens kwam dat bericht over Duvel Moortgat. Vol ongeloof las ik het gerucht dat brouwerij het IJ zou zijn overgenomen. Als ik op dat moment aan een biertje had gezeten had ik me waarschijnlijk ter plekke verslikt en als ik er meerdere op had gehad was ik waarschijnlijk tot de conclusie gekomen dat het echt mijn laatste zou moeten zijn, omdat ik spoken begon te zien. Maar ik was nuchter, dus daar kon het niet aan liggen. Het IJ in vreemde handen, Belgische nog wel! Dat kon ook niet waar zijn. Gelukkig was het ook niet helemaal waar: De Belgen nemen een belang in het IJ. Hoe groot, dat is niet bekend gemaakt en zal misschien wel altijd in nevelen gehuld blijven. Maar van een overname is vooralsnog geen sprake.
Wat ik hoor over Duvel Moortgat is over het algemeen positief. Ze hebben blijkbaar een goede reputatie als het gaat om liefde voor het bier, maken investeringen in brouwerijen mogelijk en de baas schijnt ook nog eens een sympathieke man te zijn. Opkopen, sluiten en daarna het marktaandeel in pikken is zeker niet hun gewoonte is me duidelijk geworden. De verwachtingen over de gevolgen zijn dan ook positief en ik heb geen reden om aan die verwachtingen te twijfelen.
Maar als ik eerlijk ben, dan ben ik ook een beetje romanticus. Het IJ is een Amsterdamse brouwerij en hoort wat mij betreft bij de stad zoals de Amstel en de Jordaan dat doen. En nu is de Brouwerij dus deels in buitenlandse handen. Waarschijnlijk merk ik daar verder weinig van. Ze zullen hun bieren blijven brouwen en ook het proeflokaal zal zijn karakter blijven houden. Ze zullen hun rol blijven spelen in de bierwereld in Amsterdam. Kortom veel zal hetzelfde blijven. Maar toch: ineens bestel ik een biertje van het IJ en check het in op Untapp'd. Ik verdien er een badge mee en zie de volgende tekst "You have a keen taste for this Belgian master piece" Zouden sommige dingen dan toch sneller gaan dan ik denk?
Welkom op mijn Blog. Als anderen in paniek raken hoef jij het niet meer te doen. Geen Paniek dus. Of je nu in Dad's Army zit of door de Melkweg lift maakt daarbij niet uit. Op dit blog zieleroerselen, gedachtenspinsels en wat ik leuk vind om te schrijven. Wie er een lijn in ziet mag het zeggen.
Translate
vrijdag 2 oktober 2015
maandag 3 augustus 2015
Geef rollende keukens ook goed bier!
Rollende keukens. Menig festival lijkt niet zonder te kunnen. Maar waarom is er wel alle aandacht voor de spijs en is bier vaak een ondergeschoven kindje?
Donderdagavond in Amsterdam - Noord. Het festival "Amsterdam Kookt" is begonnen. Ik loop wat met mijn ziel onder de arm rond. Niet vanwege het aanbod aan voedsel. Dat ziet er allemaal best leuk uit. Ook de rijen bij de kassa hoeven me niet perse af te schrikken. Nee, ik heb zin in een biertje en daar gaat het mis.Ik blijk de keuze te hebben uit de smaken Jupiler Pils, Leffe Blond en Hoegaarden Rosé. De oplettende lezer zal het al begrepen hebben: INBev had de biervoorziening voor haar rekening genomen en daar waarschijnlijk ook voor betaald. Dus bepaalden zij welke bieren er beschikbaar waren. Later bleek dat in een uithoek van het terrein nog een kleine biertuin was en dat daar niet alleen een wat breder aanbod van INBev bieren was (onder andere de IPA van Goose island). En daar bovenop maar liefst twee bieren van lokale brouwers. Die laatsten bleken ook nog te wisselen hoorde ik later. Waarom niet meer dan twee? Mocht niet van INBev. Zucht...
Deze ervaring is niet uniek. Waar de kleinschaligheid en variatie zegeviert als het gaat om wat er aan voedsel te krijgen is, geeft vaak één grote brouwer de toon aan als het om het bier gaat. Kleine lokale brouwerijen krijgen af en toe een bot toegeworpen en mogen dan een of twee biertjes verkopen op een plek die niet al te veel in het oog springt. Met als gevolg dat iedereen vrolijk aan de Jupiler, Brand, Kornuit of noem maar op zit. Ik vraag me af of iedereen ook zo gedwee zou zijn als MaisonvandeBoer of La Place de hele catering voor zijn rekening zou nemen en een vergelijkbaar aanbod had. Ik vrees dat daar geen band tegenop zou kunnen...
Het argument wat ik hoor als deze armzalige situatie op biergebied benoem is steeds hetzelfde. De betreffende brouwers stoppen een hoop geld in het gebeuren en dus hebben ze het voor het zeggen. ofwel de financiële situatie van dergelijke festivals wordt afgewenteld op de eerzame bierdrinken. Wij mogen boeten voor het feit dat het zonder die brouwers blijkbaar niet mogelijk is om de keukens te laten rollen naar zo'n festival. De bierdrinker als een sluitpost.
Het zal wel totaal niet realistisch zijn, maar ik droom ervan dat ooit eens iemand een food festival opzet waar ook aandacht aan de diversiteit van de bieren wordt geschonken. Waar net als al die rollende keukens ook kleine bierbrouwers staan. Waar mensen keuze hebben als het om bier gaat. Gewoon om te laten zien hoe divers de bierwereld is geworden. Een lekkere hap met daarbij zo'n heerlijk biertje. Als ik er aan denk loopt het water me in de mond...
Donderdagavond in Amsterdam - Noord. Het festival "Amsterdam Kookt" is begonnen. Ik loop wat met mijn ziel onder de arm rond. Niet vanwege het aanbod aan voedsel. Dat ziet er allemaal best leuk uit. Ook de rijen bij de kassa hoeven me niet perse af te schrikken. Nee, ik heb zin in een biertje en daar gaat het mis.Ik blijk de keuze te hebben uit de smaken Jupiler Pils, Leffe Blond en Hoegaarden Rosé. De oplettende lezer zal het al begrepen hebben: INBev had de biervoorziening voor haar rekening genomen en daar waarschijnlijk ook voor betaald. Dus bepaalden zij welke bieren er beschikbaar waren. Later bleek dat in een uithoek van het terrein nog een kleine biertuin was en dat daar niet alleen een wat breder aanbod van INBev bieren was (onder andere de IPA van Goose island). En daar bovenop maar liefst twee bieren van lokale brouwers. Die laatsten bleken ook nog te wisselen hoorde ik later. Waarom niet meer dan twee? Mocht niet van INBev. Zucht...
Deze ervaring is niet uniek. Waar de kleinschaligheid en variatie zegeviert als het gaat om wat er aan voedsel te krijgen is, geeft vaak één grote brouwer de toon aan als het om het bier gaat. Kleine lokale brouwerijen krijgen af en toe een bot toegeworpen en mogen dan een of twee biertjes verkopen op een plek die niet al te veel in het oog springt. Met als gevolg dat iedereen vrolijk aan de Jupiler, Brand, Kornuit of noem maar op zit. Ik vraag me af of iedereen ook zo gedwee zou zijn als MaisonvandeBoer of La Place de hele catering voor zijn rekening zou nemen en een vergelijkbaar aanbod had. Ik vrees dat daar geen band tegenop zou kunnen...
Het argument wat ik hoor als deze armzalige situatie op biergebied benoem is steeds hetzelfde. De betreffende brouwers stoppen een hoop geld in het gebeuren en dus hebben ze het voor het zeggen. ofwel de financiële situatie van dergelijke festivals wordt afgewenteld op de eerzame bierdrinken. Wij mogen boeten voor het feit dat het zonder die brouwers blijkbaar niet mogelijk is om de keukens te laten rollen naar zo'n festival. De bierdrinker als een sluitpost.
Het zal wel totaal niet realistisch zijn, maar ik droom ervan dat ooit eens iemand een food festival opzet waar ook aandacht aan de diversiteit van de bieren wordt geschonken. Waar net als al die rollende keukens ook kleine bierbrouwers staan. Waar mensen keuze hebben als het om bier gaat. Gewoon om te laten zien hoe divers de bierwereld is geworden. Een lekkere hap met daarbij zo'n heerlijk biertje. Als ik er aan denk loopt het water me in de mond...
dinsdag 23 juni 2015
Nederland-België verengt tot Pilsstrijd?
Ineens duiken de berichten op in de media: In Nederland hebben we meer brouwerijen dan in België. Maar het blijft opvallend hoe de discussie daarna verloopt.
Bij houden van alle nieuwe initiatieven op gebied van bierbrouwerijen en huurders in Nederland is geen simpele opgave. Een heel netwerk van bierkenners houdt zich er momenteel mee bezig en dat leidt tot niet één, maar twee sites waar alles zo nauwkeurig mogelijk bij wordt gehouden. De mensen achter de sites horen beide tot het netwerk en beschikken over dezelfde informatie. Dat er toch verschillen zijn heeft een reden die hier verder niet zo belangrijk is. Maar we hebben dus afhankelijk van wie je spreekt 312 of 280 brouwerijen dan wel huurders in ons land. Dat dit meer was dan in België was niet helemaal onbekend en menig bierliefhebber had zich al in een ouderwetse Nederland - België gestort. De de Nederlanders daarbij het hoogste woord hadden zal geen verrassing zijn, dat hebben we nu eenmaal wel vaker. Maar goed, alles houdt een keer op en ik had er eigenlijk al even niets meer over gehoord. Tot 23 juni 2015..
Hoe het komt is mij eigenlijk een raadsel, maar ineens werd het verhaal opgepikt. Diverse media kwamen met een bericht over dit wonderlijk gegeven en wie dat niet deed had weer een verhaal over de "speciaalste" bieren. Ik merk dat niet alleen ik, maar ook mijn spellingchecker over dat woord struikelt overigens. Kortom: vandaag is bier in en met name dan het aloude Nederland - België. Uitstekend: hoe meer er over bier gesproken wordt hoe beter, tenzij je net een glas aan de mond hebt natuurlijk, dan kun je beter even niet praten. Maar de discussies over het onderwerp toont dat er nog werk te doen is.
Ik ben geneigd om te denken dat pils op zijn retour is ten faveure van diverse andere bieren. Ik hoor de juichverhalen over de grote vraag naar speciaalbier, craft bier of welke verkeerde naam er ook aan gegeven wordt. Er is zelfs een brouwer die niet zijn inkomsten uit Pils haalt toegetreden tot die exclusieve club die "Nederlandse Brouwers" heet. Allerlei bieren van kleine brouwers ligt in de supermarkt en wordt daar ook verkocht. En het drinken van al die lekkere bieren is nog hip ook. Het is dan ook verleidelijk om te denken dat het bierparadijs is gekomen. Tot je de reacties leest op fora die door anderen worden bezocht dan de bierliefhebbers waar ik meestal contact mee heb.
Hoe het kan weet ik niet, maar een discussie over al die brouwerijen die zowel Nederland als België gaat al gauw over de vraag of Heineken nu lekkerder is dan Jupiler. Soms wordt een andere pils brouwerij genoemd, maar ook dan gaat het over Pilsener. Daar staan we dan: zo rond de 300 brouwerijen, maar het blijven enkele grote jongens die het (negatieve) beeld van een heel land bepalen. Nu kun je daarvan nog zeggen dat Belgen blijkbaar niet zo op de hoogte zijn van Nederlandse bieren en omgekeerd. Tot je een Nederlander tegen komt die duidelijk maakt dat er echte wel ander bier is dan Heineken (ahhh...), hij vindt Grolsch namelijk wel veel beter (zucht). Of Hertog Jan, of vul verder maar in.
Houd me ten goede: ik behoor niet tot die groep bierliefhebbers die Pils van grote brouwerijen per definitie slecht vinden. Ik schroom zelfs niet te bekennen dat ik die pilsener ook wel drink als het zo uit komt en dat dat geen straf is. Maar het hele verhaal ging er volgens mij om dat er zoveel meer te genieten valt dan de bekende bieren die het grootste deel van de schappen van de supermarkten vullen. Dat het de moeite kan lonen om eens wat verder te kijken. Dat... Ach laat maar eigenlijk. Misschien was het idee dat Nederland massaal om is wel wat erg optimistisch. De 8 grote brouwerijen die al lid waren van Nederlandse Brouwers produceren nog steeds 95% van alle bier hier en dat is voornamelijk Pils. Dan moet je ook weer niet te vreemd op kijken als het grote publiek bij bier nog steeds aan pils denkt. Mijn kijk op de wereld (en ook die van een aantal mede bierliefhebbers) kan wel eens te rooskleurig zijn, hoeveel brouwerijen we ook hebben on ons land.
Al die brouwerijen en huurders die op hun manier bij dragen aan een meer gevarieerd bierlandschap stonden in elk geval een dag lang even in het zonnetje. Dat daarmee niet heel Nederland om is naar andere bieren dan Pils is ook niet zo erg, zeker niet zo lang kleinere brouwerijen nu al vaak zuchten onder een vraag die hun capaciteit overtreft en ze dus naast bier ook "Nee" verkopen. Laat de groei vooral geleidelijk gaan. En voor mij is het ook wel weer eens goed van die roze wolk af te stappen en kennis te maken met een realiteit die toch vooral uit Pilsener bestaat. En uit 8 speciaalste bieren natuurlijk.
Bij houden van alle nieuwe initiatieven op gebied van bierbrouwerijen en huurders in Nederland is geen simpele opgave. Een heel netwerk van bierkenners houdt zich er momenteel mee bezig en dat leidt tot niet één, maar twee sites waar alles zo nauwkeurig mogelijk bij wordt gehouden. De mensen achter de sites horen beide tot het netwerk en beschikken over dezelfde informatie. Dat er toch verschillen zijn heeft een reden die hier verder niet zo belangrijk is. Maar we hebben dus afhankelijk van wie je spreekt 312 of 280 brouwerijen dan wel huurders in ons land. Dat dit meer was dan in België was niet helemaal onbekend en menig bierliefhebber had zich al in een ouderwetse Nederland - België gestort. De de Nederlanders daarbij het hoogste woord hadden zal geen verrassing zijn, dat hebben we nu eenmaal wel vaker. Maar goed, alles houdt een keer op en ik had er eigenlijk al even niets meer over gehoord. Tot 23 juni 2015..
Hoe het komt is mij eigenlijk een raadsel, maar ineens werd het verhaal opgepikt. Diverse media kwamen met een bericht over dit wonderlijk gegeven en wie dat niet deed had weer een verhaal over de "speciaalste" bieren. Ik merk dat niet alleen ik, maar ook mijn spellingchecker over dat woord struikelt overigens. Kortom: vandaag is bier in en met name dan het aloude Nederland - België. Uitstekend: hoe meer er over bier gesproken wordt hoe beter, tenzij je net een glas aan de mond hebt natuurlijk, dan kun je beter even niet praten. Maar de discussies over het onderwerp toont dat er nog werk te doen is.
Ik ben geneigd om te denken dat pils op zijn retour is ten faveure van diverse andere bieren. Ik hoor de juichverhalen over de grote vraag naar speciaalbier, craft bier of welke verkeerde naam er ook aan gegeven wordt. Er is zelfs een brouwer die niet zijn inkomsten uit Pils haalt toegetreden tot die exclusieve club die "Nederlandse Brouwers" heet. Allerlei bieren van kleine brouwers ligt in de supermarkt en wordt daar ook verkocht. En het drinken van al die lekkere bieren is nog hip ook. Het is dan ook verleidelijk om te denken dat het bierparadijs is gekomen. Tot je de reacties leest op fora die door anderen worden bezocht dan de bierliefhebbers waar ik meestal contact mee heb.
Hoe het kan weet ik niet, maar een discussie over al die brouwerijen die zowel Nederland als België gaat al gauw over de vraag of Heineken nu lekkerder is dan Jupiler. Soms wordt een andere pils brouwerij genoemd, maar ook dan gaat het over Pilsener. Daar staan we dan: zo rond de 300 brouwerijen, maar het blijven enkele grote jongens die het (negatieve) beeld van een heel land bepalen. Nu kun je daarvan nog zeggen dat Belgen blijkbaar niet zo op de hoogte zijn van Nederlandse bieren en omgekeerd. Tot je een Nederlander tegen komt die duidelijk maakt dat er echte wel ander bier is dan Heineken (ahhh...), hij vindt Grolsch namelijk wel veel beter (zucht). Of Hertog Jan, of vul verder maar in.
Houd me ten goede: ik behoor niet tot die groep bierliefhebbers die Pils van grote brouwerijen per definitie slecht vinden. Ik schroom zelfs niet te bekennen dat ik die pilsener ook wel drink als het zo uit komt en dat dat geen straf is. Maar het hele verhaal ging er volgens mij om dat er zoveel meer te genieten valt dan de bekende bieren die het grootste deel van de schappen van de supermarkten vullen. Dat het de moeite kan lonen om eens wat verder te kijken. Dat... Ach laat maar eigenlijk. Misschien was het idee dat Nederland massaal om is wel wat erg optimistisch. De 8 grote brouwerijen die al lid waren van Nederlandse Brouwers produceren nog steeds 95% van alle bier hier en dat is voornamelijk Pils. Dan moet je ook weer niet te vreemd op kijken als het grote publiek bij bier nog steeds aan pils denkt. Mijn kijk op de wereld (en ook die van een aantal mede bierliefhebbers) kan wel eens te rooskleurig zijn, hoeveel brouwerijen we ook hebben on ons land.
Al die brouwerijen en huurders die op hun manier bij dragen aan een meer gevarieerd bierlandschap stonden in elk geval een dag lang even in het zonnetje. Dat daarmee niet heel Nederland om is naar andere bieren dan Pils is ook niet zo erg, zeker niet zo lang kleinere brouwerijen nu al vaak zuchten onder een vraag die hun capaciteit overtreft en ze dus naast bier ook "Nee" verkopen. Laat de groei vooral geleidelijk gaan. En voor mij is het ook wel weer eens goed van die roze wolk af te stappen en kennis te maken met een realiteit die toch vooral uit Pilsener bestaat. En uit 8 speciaalste bieren natuurlijk.
dinsdag 9 juni 2015
Op naar bierweek 2.0?
Nu we vier edities van de week van het Nederlandse Bier achter de rug hebben begint het bij me toch een beetje te knagen. Is dit nu wat je van zo’n week mag verwachten?
Een openingsfestival aan het begin, open brouwdagen aan het einde en verder een reeks aan andere bierige activiteiten. Dat is heel kort samengevat wat we hebben kunnen beleven de afgelopen anderhalve week.
Het openingsfestival schijnt weer geslaagd te zijn geweest. Zelf kon ik vanwege verplichtingen elders er niet bij zijn, dus ik moet op de verhalen af gaan. Mij blijft het wel verbazen dat waar het aantal brouwerijen de 250 al een tijd geleden is gepasseerd het aantal op het festival aanwezige brouwerijen daar sterk onder ligt. Dat zal de eigen keuze van de brouwers zijn, maar feit is dat het daardoor moeilijk is een goede staalkaart van de Nederlandse Bierwereld te maken en dat verwacht je toch van zo'n festival.
Over de Love Beer campagne wil ik liever niet te veel woorden vuil maken. Ik vind het doel, duidelijk maken dat bier ook voor vrouwen is, alleszins de moeite waard, maar wat ik er van gelezen heb stuit me licht tegen de borst. Laat ik het samenvatten door te zeggen dat mijn indruk is dat de campagne eerder in speelt op de clichés die er over vrouwen en bier bestaan dan op een werkelijke interesse in deze doelgroep. Ik merk ook niet dat de vrouwen in mijn omgeving de campagne herkennen.
Een scan door de open brouwdagen leverde me op, dat niet iedereen op een lijn zit als het de opzet van deze dagen betreft. Mijn idee van open dagen is, dat een ieder die dat wil een kijkje kan nemen achter de schermen en dan liefst terwijl er gebrouwen wordt. Verder moet je natuurlijk vragen kunnen stellen en deskundig antwoord krijgen. Ik zag echter ook tenminste een voorbeeld van een brouwerij die gewoon haar normale rondleidingen gaf, maar dan tegen een wat gereduceerd tarief. Misschien ligt het aan mij, maar dat is voor mij geen open dag, maar een kortingsactie. Ook dat kan leuk zijn, maar noem het dan ook zo!
Over het algemeen mis ik (buiten het logo) iets dat al de activiteiten tijdens de week bindt. Iets dat van een aantal losse elementen een geheel maakt. Volgens de site werken alle partijen samen. Ik geloof ook wel dat dit hun intentie is, maar op mij komt het over alsof alle activiteiten min of meer als los zand aan elkaar hangen en van enige regie door wie dan ook geen sprake is. Daardoor gebeurt het ook dat ik deelnemers met activiteiten zie komen die ze met grote regelmaat houden en waarvan ik niet zie wat er nu tijdens de week van het Nederlandse Bier anders is. Mooi als je een bier en spijs proeverij houdt, maar als dat op dezelfde plek minstens elke maand gebeurt is de meerwaarde tijdens de week niet zo groot.
Ik ga er zonder meer vanuit dat de initiatiefnemers van de week van het Nederlandse Bier deze editie zullen gaan evalueren en nagaan wat er goed is gegaan en wat er beter is. Misschien kunnen ze daarbij eens kritisch kijken naar hoe de toegevoegde waarde van deze week groter te maken. Wekelijks vinden in ons land bierfestivals, proeverijen en noem maar op plaats. Dat is mooi, maar maakt het wel moeilijk om er tijdens zo’n week bovenuit te komen en dat is toch wat je zou willen. Ik denk ook dat het tijd wordt voor een 2.0 versie van deze week. Een week die om te beginnen een samenhangend geheel vormt waarin alle partijen tot hun recht komen. En die verder als doel heeft om uitdagend, spannend en vooral heel plezierig te zijn. Een week waar niemand om heen kan die niet de hele dag onder een steen heeft gezeten. Kortom een week waar we laten zien waar we echt toe in staat zijn als alle neuzen dezelfde richting op staan. Ik denk dat we Nederland versteld kunnen laten staan.
Een openingsfestival aan het begin, open brouwdagen aan het einde en verder een reeks aan andere bierige activiteiten. Dat is heel kort samengevat wat we hebben kunnen beleven de afgelopen anderhalve week.
Het openingsfestival schijnt weer geslaagd te zijn geweest. Zelf kon ik vanwege verplichtingen elders er niet bij zijn, dus ik moet op de verhalen af gaan. Mij blijft het wel verbazen dat waar het aantal brouwerijen de 250 al een tijd geleden is gepasseerd het aantal op het festival aanwezige brouwerijen daar sterk onder ligt. Dat zal de eigen keuze van de brouwers zijn, maar feit is dat het daardoor moeilijk is een goede staalkaart van de Nederlandse Bierwereld te maken en dat verwacht je toch van zo'n festival.
Over de Love Beer campagne wil ik liever niet te veel woorden vuil maken. Ik vind het doel, duidelijk maken dat bier ook voor vrouwen is, alleszins de moeite waard, maar wat ik er van gelezen heb stuit me licht tegen de borst. Laat ik het samenvatten door te zeggen dat mijn indruk is dat de campagne eerder in speelt op de clichés die er over vrouwen en bier bestaan dan op een werkelijke interesse in deze doelgroep. Ik merk ook niet dat de vrouwen in mijn omgeving de campagne herkennen.
Een scan door de open brouwdagen leverde me op, dat niet iedereen op een lijn zit als het de opzet van deze dagen betreft. Mijn idee van open dagen is, dat een ieder die dat wil een kijkje kan nemen achter de schermen en dan liefst terwijl er gebrouwen wordt. Verder moet je natuurlijk vragen kunnen stellen en deskundig antwoord krijgen. Ik zag echter ook tenminste een voorbeeld van een brouwerij die gewoon haar normale rondleidingen gaf, maar dan tegen een wat gereduceerd tarief. Misschien ligt het aan mij, maar dat is voor mij geen open dag, maar een kortingsactie. Ook dat kan leuk zijn, maar noem het dan ook zo!
Over het algemeen mis ik (buiten het logo) iets dat al de activiteiten tijdens de week bindt. Iets dat van een aantal losse elementen een geheel maakt. Volgens de site werken alle partijen samen. Ik geloof ook wel dat dit hun intentie is, maar op mij komt het over alsof alle activiteiten min of meer als los zand aan elkaar hangen en van enige regie door wie dan ook geen sprake is. Daardoor gebeurt het ook dat ik deelnemers met activiteiten zie komen die ze met grote regelmaat houden en waarvan ik niet zie wat er nu tijdens de week van het Nederlandse Bier anders is. Mooi als je een bier en spijs proeverij houdt, maar als dat op dezelfde plek minstens elke maand gebeurt is de meerwaarde tijdens de week niet zo groot.
Ik ga er zonder meer vanuit dat de initiatiefnemers van de week van het Nederlandse Bier deze editie zullen gaan evalueren en nagaan wat er goed is gegaan en wat er beter is. Misschien kunnen ze daarbij eens kritisch kijken naar hoe de toegevoegde waarde van deze week groter te maken. Wekelijks vinden in ons land bierfestivals, proeverijen en noem maar op plaats. Dat is mooi, maar maakt het wel moeilijk om er tijdens zo’n week bovenuit te komen en dat is toch wat je zou willen. Ik denk ook dat het tijd wordt voor een 2.0 versie van deze week. Een week die om te beginnen een samenhangend geheel vormt waarin alle partijen tot hun recht komen. En die verder als doel heeft om uitdagend, spannend en vooral heel plezierig te zijn. Een week waar niemand om heen kan die niet de hele dag onder een steen heeft gezeten. Kortom een week waar we laten zien waar we echt toe in staat zijn als alle neuzen dezelfde richting op staan. Ik denk dat we Nederland versteld kunnen laten staan.
maandag 20 april 2015
Craft Beer en de Nieuwe Kleren van de Keizer
Het is al eerder gezegd door mensen die meer invloed hebben dan ik, maar toch waag ik me er ook maar eens aan: laten we stoppen met dat vreselijke begrip "Craft beer". Niet omdat het modern of Amerikaans is, beide komt meer voor. Maar gewoon omdat het eigenlijk nietszeggend is.
Soms kom ik ze tegen. Mensen die me vertellen dat ze eigenlijk alleen maar Craft Beer drinken. Af en toe denk ik dat ik dan onder de indruk moet raken. In plaats daarvan vraag ik ze wel eens wat ze daar mee bedoelen en dat kan maar zo een verpletterend effect hebben. In het antwoord komen vaak zaken als smaak, IPA, Stout, BA en nog een aantal kreten langs. Veel wijzer word ik er niet van, maar dat schijnt ook niet de bedoeling zijn. Wie Craft Beer drinkt bevindt zich automatisch in de voorhoede van de bierwereld en kijkt enigszins minzaam glimlachend neer op drinkers van bier dat niet onder deze categorie valt met als absolute dieptepunt natuurlijk degenen die zich nog aan zoiets abjects als Pilsener wagen. Dat zijn de absolute nitwits, waarmee je als bierkenner natuurlijk niet gezien wil worden.
Nu is er gelukkig een site die helemaal aan dit Goddelijk Vocht gewijd is: Craftbeer.com. Echter als ik daar kijk is een van de eerste zinnen die ik tegen kom, dat elke bierliefhebber een eigen interpretatie en ontdekkingsverhaal heeft als hij het begrip Craft Beer probeert te definiëren. Sterker nog, definieren gaat helemaal niet, omdat ieder biermerk uniek is. Daar zijn we dus mooi klaar mee: een definitie is misschien mogelijk, maar praktisch onbereikbaar. Gelukkig heeft de Brewers Association een list verzonnen. Als het bier dan niet te definiëren is, dan maar de American Craft Brewer. Van een Amerikaanse organisatie kunnen we niet verwachten dat die zich met zoiets onbenulligs als de rest van de wereld bezig gaat houden, dus daar moeten ze zelf maar wat verzinnen.
In de ogen van de Brewers Association is een American Crafts Brewer:
Vooral die laatste moet ik even op me in laten werken. Iemand die een heel nieuwe brouwmethode verzint (er van uitgaande dat die bestaat), voldoet dus aan het criterium Traditioneel, want is innoverend. Ik geef het maar door, maar vraag me niet om het uit te leggen. Traditioneel als biervariant op het Rang snoepje: Traditioneel is alleen Traditioneel als er Traditioneel op staat. Hier zullen toch geen commerciële overwegingen mee spelen?
Als het om onafhankelijk gaat ontstaat een situatie die ik het best kan omschrijven aan de hand van een bier dat zeker hier nogal zeldzaam is en naar ik begrijp ongeveer het toppunt van Craft: Bourbon County Stout. Mensen betalen zich blauw aan verzendkosten in beer swaps om er maar aan te komen. en de arme sloebers die het niet te drinken krijgen mogen zich verlustigen aan een plaatje van fles en glas. In de hoop dat mensen tegen de trotse bezitter aan kijken zoals sommige mannen tegen Jort Kelder toen hij nog een verhouding had met Georgina Verbaan. Nu zal het een goed bier zijn, al vraag je je af waarom ze het verdommen om het basisbier op de markt te brengen, maar de brouwer is geen American Craft Brewer. Sinds 2011 is Goose Island namelijk bezit van AB INbev en dus niet onafhankelijk volgens de definitie lees ik. Misschien hebben ze een speciale constructie en is afhankelijk toch weer onafhankelijk, zoals innovatief ook traditioneel kan zijn, maar dan snap ik er nog minder van.
Ondertussen zie ik het woord Craft Beer hier in Nederland ook steeds meer op duiken. Wie weet heb ik niet goed genoeg gezocht (en dat hoor ik dan vast wel), maar een definitie ben ik nog niet tegen gekomen. Soms zie ik een associatie met dat andere, afgekloven woord "speciaalbier" dat blijkbaar nog steeds niet is uitgeroeid. Ook in ons land is blijkbaar weer sprake van een "een eigen interpretatie en ontdekkingsverhaal" voor iedereen en is elk merk uniek. Natuurlijk staat het iedereen vrij om er zo'n verhaal op na te houden, maar ik blijf het onpraktisch vinden.
Ik ken bier in vele stijlen. Bieren die door hele grote brouwerijen gemaakt worden en andere die in een pan worden gebrouwen die ook een beetje hobby brouwer tot zijn beschikking heeft. Bieren die volgens eeuwenoude recepten gemaakt worden en bieren die gemaakt worden door mensen die juist hele nieuwe paden in willen. Ik ken vooral ook bieren die gemaakt worden door mensen die op hun manier iets bij willen dragen aan de bierwereld. Voor al die bieren ben ik iedereen dankbaar. Maar met dat begrip Craft Beer kan ik niets beginnen. Ontdaan van alle gedoe is het een leeg, nikserig begrip. Sommige mensen denken misschien dat je door het te gebruiken je als kenner laat zien. Een soort nieuwe kleren van de keizer zeg maar. Laat mij dan dat kind zijn!
Soms kom ik ze tegen. Mensen die me vertellen dat ze eigenlijk alleen maar Craft Beer drinken. Af en toe denk ik dat ik dan onder de indruk moet raken. In plaats daarvan vraag ik ze wel eens wat ze daar mee bedoelen en dat kan maar zo een verpletterend effect hebben. In het antwoord komen vaak zaken als smaak, IPA, Stout, BA en nog een aantal kreten langs. Veel wijzer word ik er niet van, maar dat schijnt ook niet de bedoeling zijn. Wie Craft Beer drinkt bevindt zich automatisch in de voorhoede van de bierwereld en kijkt enigszins minzaam glimlachend neer op drinkers van bier dat niet onder deze categorie valt met als absolute dieptepunt natuurlijk degenen die zich nog aan zoiets abjects als Pilsener wagen. Dat zijn de absolute nitwits, waarmee je als bierkenner natuurlijk niet gezien wil worden.
Nu is er gelukkig een site die helemaal aan dit Goddelijk Vocht gewijd is: Craftbeer.com. Echter als ik daar kijk is een van de eerste zinnen die ik tegen kom, dat elke bierliefhebber een eigen interpretatie en ontdekkingsverhaal heeft als hij het begrip Craft Beer probeert te definiëren. Sterker nog, definieren gaat helemaal niet, omdat ieder biermerk uniek is. Daar zijn we dus mooi klaar mee: een definitie is misschien mogelijk, maar praktisch onbereikbaar. Gelukkig heeft de Brewers Association een list verzonnen. Als het bier dan niet te definiëren is, dan maar de American Craft Brewer. Van een Amerikaanse organisatie kunnen we niet verwachten dat die zich met zoiets onbenulligs als de rest van de wereld bezig gaat houden, dus daar moeten ze zelf maar wat verzinnen.
In de ogen van de Brewers Association is een American Crafts Brewer:
- Klein
- Onafhankelijk
- Traditioneel
Vooral die laatste moet ik even op me in laten werken. Iemand die een heel nieuwe brouwmethode verzint (er van uitgaande dat die bestaat), voldoet dus aan het criterium Traditioneel, want is innoverend. Ik geef het maar door, maar vraag me niet om het uit te leggen. Traditioneel als biervariant op het Rang snoepje: Traditioneel is alleen Traditioneel als er Traditioneel op staat. Hier zullen toch geen commerciële overwegingen mee spelen?
Als het om onafhankelijk gaat ontstaat een situatie die ik het best kan omschrijven aan de hand van een bier dat zeker hier nogal zeldzaam is en naar ik begrijp ongeveer het toppunt van Craft: Bourbon County Stout. Mensen betalen zich blauw aan verzendkosten in beer swaps om er maar aan te komen. en de arme sloebers die het niet te drinken krijgen mogen zich verlustigen aan een plaatje van fles en glas. In de hoop dat mensen tegen de trotse bezitter aan kijken zoals sommige mannen tegen Jort Kelder toen hij nog een verhouding had met Georgina Verbaan. Nu zal het een goed bier zijn, al vraag je je af waarom ze het verdommen om het basisbier op de markt te brengen, maar de brouwer is geen American Craft Brewer. Sinds 2011 is Goose Island namelijk bezit van AB INbev en dus niet onafhankelijk volgens de definitie lees ik. Misschien hebben ze een speciale constructie en is afhankelijk toch weer onafhankelijk, zoals innovatief ook traditioneel kan zijn, maar dan snap ik er nog minder van.
Ondertussen zie ik het woord Craft Beer hier in Nederland ook steeds meer op duiken. Wie weet heb ik niet goed genoeg gezocht (en dat hoor ik dan vast wel), maar een definitie ben ik nog niet tegen gekomen. Soms zie ik een associatie met dat andere, afgekloven woord "speciaalbier" dat blijkbaar nog steeds niet is uitgeroeid. Ook in ons land is blijkbaar weer sprake van een "een eigen interpretatie en ontdekkingsverhaal" voor iedereen en is elk merk uniek. Natuurlijk staat het iedereen vrij om er zo'n verhaal op na te houden, maar ik blijf het onpraktisch vinden.
Ik ken bier in vele stijlen. Bieren die door hele grote brouwerijen gemaakt worden en andere die in een pan worden gebrouwen die ook een beetje hobby brouwer tot zijn beschikking heeft. Bieren die volgens eeuwenoude recepten gemaakt worden en bieren die gemaakt worden door mensen die juist hele nieuwe paden in willen. Ik ken vooral ook bieren die gemaakt worden door mensen die op hun manier iets bij willen dragen aan de bierwereld. Voor al die bieren ben ik iedereen dankbaar. Maar met dat begrip Craft Beer kan ik niets beginnen. Ontdaan van alle gedoe is het een leeg, nikserig begrip. Sommige mensen denken misschien dat je door het te gebruiken je als kenner laat zien. Een soort nieuwe kleren van de keizer zeg maar. Laat mij dan dat kind zijn!
maandag 30 maart 2015
Een nobel streven met bier
In de Nobelstraat in Utrecht werd een bierfestival gehouden. Een aantal cafés bracht op een regenachtige zondag bieren van brouwerijen uit de streek. En van de Streek natuurlijk.
Als ik denk aan bierfestivals, dan denk ik meestal toch aan evenementen die op een bepaalde plaats gehouden worden. Dat kan een zaal zijn, een plein of een grasveld bij een molen en wat al niet meer. Maar toch: een plek. Ik ben wel naar het bockbierfestival van Texel geweest dat in een aantal cafés werd gehouden. Helaas moest ik dan altijd met de laatste boot (of een eerder) weer terug en dus herinner ik me alleen nog bars waar het pas gezellig wilde worden als ik al weg was. Had ik het maar beter moeten regelen.
Ik moet dan ook zeggen dat ik niet helemaal wist wat ik moest verwachten toen ik door de regen van het Centraal Station in Utrecht naar de Nobelstraat liep. In die straat zijn een aantal cafés die, naar ik later die middag hoorde, vooral bezocht worden door studenten. Als ik het niet totaal verkeerd begrepen heb ook geen plekken waar je voor een ruim bieraanbod moet zijn. Behalve dan op deze laatste zondag in maart. Elk deelnemend café was gastheer van een aantal brouwers wiens bieren daar getapt dan wel uit fles geserveerd werden. In de aankondiging stond verder dat er kleine glaasjes waren.
Het was net 14:00 toen ik het eerste café binnen kwam. Ik bleek ook de eerste gast. Een paar brouwers stonden met het personeel te praten. Maar er was bier, waaronder een primeur. Een brouwer had net een kind gekregen en noemde zijn bier dus naar babypoep. Dat wist ik niet toen ik het bestelde. Soms vraag je je af waar het heen moet met de biernamen... Ondertussen wilde de zaak niet vol lopen. Tijd om naar een andere zaak te gaan. De barman vertrouwde me bij het afrekenen toe dat hij verwachtte dat het wel drukker zou worden.
Of het in die eerste zaak nog goed gekomen is weet ik niet, maar naar mate het festival vorderde werd het inderdaad drukker. Dat begon toen ik een bar binnen stapte waar een bier werd getapt dat vorig jaar in Amsterdam nog een zeer gewaardeerde prijs in de wacht sleepte. Twee mensen liepen er rond met stokjes met een stukje kip er op en verder vloeide het bier er, naast andere dranken overigens. Drie trotse brouwers keken het allemaal met veel genoegen aan.
De rest van de middag bleef het overal gezellig. Ik volgde nog blind het advies van iemand die heel trots was op zijn bier en er niet bij vertelde dat het wel 10% alcohol bevatte. Dat kwam iets te vroeg, maar ook daar heb ik me manmoedig doorheen gesleept. Ondertussen was ik al diverse mensen tegen gekomen en werd het allengs leuker. Toen ik in het laatste café ook nog een iemand tegen kwam die een bekend bierblog runt kon het allemaal niet op. We hebben samen de hele bierwereld en vooral ook de afgelopen woelige week even door genomen en volgens mij voor alle problemen een oplossing gevonden. Helaas weet ik al die oplossingen niet meer en zal de wereld dus nog even met de problemen blijven worstelen, tenzij mijn gesprekspartner ze nog wel weet.
Als met al was het een leuke middag met goed bier. Het werd waarschijnlijk ook best goed bezocht, hoewel dat moeilijk is na te gaan, omdat alle cafés ook gewoon open. Hoewel ik veel bierdrinkers zag zullen er ook mensen achter hun bubbels of andere drank hebben gezeten. De opzet was in elk geval heel laagdrempelig en dat is ook belangrijk. Natuurlijk valt er altijd wel wat te zeuren als je er naar zoekt. Zo werd me in eerste instantie dat van die proefglazen niet verteld en kreeg ik zonder meer een groot glas voor mijn neus. Maar ik had daar zelf ook naar kunnen vragen natuurlijk. Ook het feit dat ik in mijn eentje ook hele flesjes leeg moest drinken, wat het aantal te proeven bieren wat verkleint, is ten dele ook aan mezelf te wijten. Over het algemeen zat het allemaal goed in elkaar, was de organisatie er in geslaagd om mooie brouwerijen met even mooie bieren bij elkaar te krijgen en werd het op een gegeven moment nog droog ook, wat wel handig is als je van een plaats naar een ander gaat. Het zal dan ook waarschijnlijk niemand verbazen dat ik met een goed humeur de trein terug naar Amsterdam pakte. Het was een leuke middag geweest.
Als ik denk aan bierfestivals, dan denk ik meestal toch aan evenementen die op een bepaalde plaats gehouden worden. Dat kan een zaal zijn, een plein of een grasveld bij een molen en wat al niet meer. Maar toch: een plek. Ik ben wel naar het bockbierfestival van Texel geweest dat in een aantal cafés werd gehouden. Helaas moest ik dan altijd met de laatste boot (of een eerder) weer terug en dus herinner ik me alleen nog bars waar het pas gezellig wilde worden als ik al weg was. Had ik het maar beter moeten regelen.
Ik moet dan ook zeggen dat ik niet helemaal wist wat ik moest verwachten toen ik door de regen van het Centraal Station in Utrecht naar de Nobelstraat liep. In die straat zijn een aantal cafés die, naar ik later die middag hoorde, vooral bezocht worden door studenten. Als ik het niet totaal verkeerd begrepen heb ook geen plekken waar je voor een ruim bieraanbod moet zijn. Behalve dan op deze laatste zondag in maart. Elk deelnemend café was gastheer van een aantal brouwers wiens bieren daar getapt dan wel uit fles geserveerd werden. In de aankondiging stond verder dat er kleine glaasjes waren.
Het was net 14:00 toen ik het eerste café binnen kwam. Ik bleek ook de eerste gast. Een paar brouwers stonden met het personeel te praten. Maar er was bier, waaronder een primeur. Een brouwer had net een kind gekregen en noemde zijn bier dus naar babypoep. Dat wist ik niet toen ik het bestelde. Soms vraag je je af waar het heen moet met de biernamen... Ondertussen wilde de zaak niet vol lopen. Tijd om naar een andere zaak te gaan. De barman vertrouwde me bij het afrekenen toe dat hij verwachtte dat het wel drukker zou worden.
Of het in die eerste zaak nog goed gekomen is weet ik niet, maar naar mate het festival vorderde werd het inderdaad drukker. Dat begon toen ik een bar binnen stapte waar een bier werd getapt dat vorig jaar in Amsterdam nog een zeer gewaardeerde prijs in de wacht sleepte. Twee mensen liepen er rond met stokjes met een stukje kip er op en verder vloeide het bier er, naast andere dranken overigens. Drie trotse brouwers keken het allemaal met veel genoegen aan.
De rest van de middag bleef het overal gezellig. Ik volgde nog blind het advies van iemand die heel trots was op zijn bier en er niet bij vertelde dat het wel 10% alcohol bevatte. Dat kwam iets te vroeg, maar ook daar heb ik me manmoedig doorheen gesleept. Ondertussen was ik al diverse mensen tegen gekomen en werd het allengs leuker. Toen ik in het laatste café ook nog een iemand tegen kwam die een bekend bierblog runt kon het allemaal niet op. We hebben samen de hele bierwereld en vooral ook de afgelopen woelige week even door genomen en volgens mij voor alle problemen een oplossing gevonden. Helaas weet ik al die oplossingen niet meer en zal de wereld dus nog even met de problemen blijven worstelen, tenzij mijn gesprekspartner ze nog wel weet.
Als met al was het een leuke middag met goed bier. Het werd waarschijnlijk ook best goed bezocht, hoewel dat moeilijk is na te gaan, omdat alle cafés ook gewoon open. Hoewel ik veel bierdrinkers zag zullen er ook mensen achter hun bubbels of andere drank hebben gezeten. De opzet was in elk geval heel laagdrempelig en dat is ook belangrijk. Natuurlijk valt er altijd wel wat te zeuren als je er naar zoekt. Zo werd me in eerste instantie dat van die proefglazen niet verteld en kreeg ik zonder meer een groot glas voor mijn neus. Maar ik had daar zelf ook naar kunnen vragen natuurlijk. Ook het feit dat ik in mijn eentje ook hele flesjes leeg moest drinken, wat het aantal te proeven bieren wat verkleint, is ten dele ook aan mezelf te wijten. Over het algemeen zat het allemaal goed in elkaar, was de organisatie er in geslaagd om mooie brouwerijen met even mooie bieren bij elkaar te krijgen en werd het op een gegeven moment nog droog ook, wat wel handig is als je van een plaats naar een ander gaat. Het zal dan ook waarschijnlijk niemand verbazen dat ik met een goed humeur de trein terug naar Amsterdam pakte. Het was een leuke middag geweest.
maandag 16 maart 2015
Albert Hein: het gelijk van een PINT voorzitter?
Albert Hein kondigt een grote omwenteling in haar bierschap aan. Bijzondere internationale, maar ook lokale bieren zullen nu gewoon te koop zijn in de supermarkt. Krijgt een voormalig PINT voorzitter daarmee alsnog gelijk?
Het was zeker geen onomstreden doel. Onder de bezielende leiding van haar voorzitter verhief PINT het tot haar missie dat overal in Nederland elk bier in het juiste glas verkrijgbaar zou moeten zijn. Helaas is de missie op de website van PINT niet te vinden (in elk geval niet door mij), dus kan ik hem niet letterlijk citeren. Het was in elk geval een missie die als wel heel erg ambitieus werd gezien en door sommigen ook als onwenselijk. Want hoe om te gaan met lokale brouwerijen, die net hun eigen omgeving kunnen bedienen en zeker niet heel het land? Ik heb altijd gevonden dat daar praktisch mee om moet worden gegaan. Waar het mij om ging was dat bierbrouwers en -consumenten geen last hebben van partijen die voor hun eigen gewin distributie monopoliseren en daardoor hun concurrentie de pas af snijden.
Maar goed: jarenlang leek dit verhaal een illusie. Natuurlijk: er waren al bierwinkels waar de liefhebber kon kiezen uit een divers aanbod. Maar die moest je wel weten te vinden. Wie zocht in het bierschap van de doorsnee supermarkt merkte niets van al die rijkdom die we hier in ons land hebben op biergebied. Daar domineerden de grote Nederlandse brouwerijen en werden die hooguit aangevuld met toch een beetje obligate Belgen. Ik reken me zelf nog niet tot de snobs, maar ik kreeg nooit een warm gevoel bij de aanblik van weer zo'n rijtje bieren dat in elk geval niet van een overmaat van fantasie getuigde. Bieren die ik graag wilde kon ik daar in elk geval niet vinden, daarvoor moest ik echt naar de plaatselijke bierspecialist. Hoe sympathiek het idee van onze voorzitter ook was, het leek me steeds minder waarschijnlijk dat het ooit die kant op zou gaan.
Tot nu toe dan. Ik had al foto's gezien van plaatselijke supermarkten van diverse merken met schappen waarin bier stond dat niet tot het obligate rijtje behoorde. Maar vaak met daarbij toch een opmerking dat het een hobby betrof van een lokale manager die daar blijkbaar de ruimte voor kreeg als hij het maar verkocht. Of misschien in het geheim als pilot fungeerde. Want het lijkt erop dat de kurk nu definitief van de fles is. Albert Hein kondigt groot aan dat ze het bierschap drastisch om gaan gooien en er zelfs een speciaal stuk schap komt voor regionale brouwerijen. Waarbij dat laatste wel een beetje ruim gezien moet worden, het land wordt verdeeld in een aantal regio's. Dat je in Boerenkoolstronkeradeel ook het plaatselijke bier in de Appie vindt is dan ook niet waarschijnlijk, maar misschien wel van een naburige stad. Wie had dat gedacht, van landelijke meuk, naar plaatselijk leuk!
Ondertussen is natuurlijk weer niet iedereen blij. Want hoe zit het nu met al die slijters die ons al die jaren van die kostelijke bieren hebben voorzien? Gaan die net als plaatselijke kruideniers ten onder aan het geweld van de super? Ik hoop het in elk geval niet en verwacht eerlijk gezegd ook niet dat het gebeurt. Ik verwacht dat er een blijvende belangstelling zal zijn voor dat deel van de bieren dat niet in de supermarkt staat. Uiteindelijk zal geen supermarkt alle bieren van de inmiddels al weer 250 Nederlandse brouwerijen hebben, om van het veelvoud aan buitenlandse nog maar te zwijgen. Bovendien zal, met alle moeite die ze er voor willen doen, een supermarkt niet de kennis van een specialist hebben en zal ook daar een goede slijter / bierspecialist zaken kunnen doen. Sterker nog: als mensen in de supermarkt merken dat er zoveel meer is te beleven op bier gebied kan dat nieuwsgierigheid opwekken. Goed nieuws voor de specialist die aan die nieuwsgierigheid tegemoet kan komen.
Komen we weer terug op die oude missie. Ik denk dat we rustig kunnen zeggen dat die een beetje dichterbij is gekomen. Daarmee komt de wens van die voorzitter wat dichterbij. Wordt de illusie van toen een beetje werkelijkheid. Is het visioen niet helemaal meer fata morgana, maar begint er iets tastbaar te worden. Hoe het vanaf nu verder gaat lopen kan ik niet zeggen en ik tart iedereen om dat wel te doen. Maar menig voorspelling zou wel eens door de realiteit kunnen worden ingehaald. Wel heel mooi om daar als bierliefhebber bij te zijn!
Het was zeker geen onomstreden doel. Onder de bezielende leiding van haar voorzitter verhief PINT het tot haar missie dat overal in Nederland elk bier in het juiste glas verkrijgbaar zou moeten zijn. Helaas is de missie op de website van PINT niet te vinden (in elk geval niet door mij), dus kan ik hem niet letterlijk citeren. Het was in elk geval een missie die als wel heel erg ambitieus werd gezien en door sommigen ook als onwenselijk. Want hoe om te gaan met lokale brouwerijen, die net hun eigen omgeving kunnen bedienen en zeker niet heel het land? Ik heb altijd gevonden dat daar praktisch mee om moet worden gegaan. Waar het mij om ging was dat bierbrouwers en -consumenten geen last hebben van partijen die voor hun eigen gewin distributie monopoliseren en daardoor hun concurrentie de pas af snijden.
Maar goed: jarenlang leek dit verhaal een illusie. Natuurlijk: er waren al bierwinkels waar de liefhebber kon kiezen uit een divers aanbod. Maar die moest je wel weten te vinden. Wie zocht in het bierschap van de doorsnee supermarkt merkte niets van al die rijkdom die we hier in ons land hebben op biergebied. Daar domineerden de grote Nederlandse brouwerijen en werden die hooguit aangevuld met toch een beetje obligate Belgen. Ik reken me zelf nog niet tot de snobs, maar ik kreeg nooit een warm gevoel bij de aanblik van weer zo'n rijtje bieren dat in elk geval niet van een overmaat van fantasie getuigde. Bieren die ik graag wilde kon ik daar in elk geval niet vinden, daarvoor moest ik echt naar de plaatselijke bierspecialist. Hoe sympathiek het idee van onze voorzitter ook was, het leek me steeds minder waarschijnlijk dat het ooit die kant op zou gaan.
Tot nu toe dan. Ik had al foto's gezien van plaatselijke supermarkten van diverse merken met schappen waarin bier stond dat niet tot het obligate rijtje behoorde. Maar vaak met daarbij toch een opmerking dat het een hobby betrof van een lokale manager die daar blijkbaar de ruimte voor kreeg als hij het maar verkocht. Of misschien in het geheim als pilot fungeerde. Want het lijkt erop dat de kurk nu definitief van de fles is. Albert Hein kondigt groot aan dat ze het bierschap drastisch om gaan gooien en er zelfs een speciaal stuk schap komt voor regionale brouwerijen. Waarbij dat laatste wel een beetje ruim gezien moet worden, het land wordt verdeeld in een aantal regio's. Dat je in Boerenkoolstronkeradeel ook het plaatselijke bier in de Appie vindt is dan ook niet waarschijnlijk, maar misschien wel van een naburige stad. Wie had dat gedacht, van landelijke meuk, naar plaatselijk leuk!
Ondertussen is natuurlijk weer niet iedereen blij. Want hoe zit het nu met al die slijters die ons al die jaren van die kostelijke bieren hebben voorzien? Gaan die net als plaatselijke kruideniers ten onder aan het geweld van de super? Ik hoop het in elk geval niet en verwacht eerlijk gezegd ook niet dat het gebeurt. Ik verwacht dat er een blijvende belangstelling zal zijn voor dat deel van de bieren dat niet in de supermarkt staat. Uiteindelijk zal geen supermarkt alle bieren van de inmiddels al weer 250 Nederlandse brouwerijen hebben, om van het veelvoud aan buitenlandse nog maar te zwijgen. Bovendien zal, met alle moeite die ze er voor willen doen, een supermarkt niet de kennis van een specialist hebben en zal ook daar een goede slijter / bierspecialist zaken kunnen doen. Sterker nog: als mensen in de supermarkt merken dat er zoveel meer is te beleven op bier gebied kan dat nieuwsgierigheid opwekken. Goed nieuws voor de specialist die aan die nieuwsgierigheid tegemoet kan komen.
Komen we weer terug op die oude missie. Ik denk dat we rustig kunnen zeggen dat die een beetje dichterbij is gekomen. Daarmee komt de wens van die voorzitter wat dichterbij. Wordt de illusie van toen een beetje werkelijkheid. Is het visioen niet helemaal meer fata morgana, maar begint er iets tastbaar te worden. Hoe het vanaf nu verder gaat lopen kan ik niet zeggen en ik tart iedereen om dat wel te doen. Maar menig voorspelling zou wel eens door de realiteit kunnen worden ingehaald. Wel heel mooi om daar als bierliefhebber bij te zijn!
Abonneren op:
Posts (Atom)






