Als de titel van mijn blog ooit van toepassing is in de bierwereld, dan is het nu wel. Eerst was er paniek over landbouwgif in Duitse bieren en nu koppen kranten "De hop is op". Het eerste is al vakkundig becommentarieerd door Rick Kempen. Ik denk dat het tweede ook wel mee zal vallen. Misschien is het wel een vermomde zegen!
Het was ergens halverwege 2015 dat ik in gesprek was met een brouwer. Hij was druk bezig om te bepalen welke hoppen hij nodig had in 2016. Bovendien was hij voor alle zekerheid op zoek naar alternatieven voor populaire hopsoorten, omdat hij er (waarschijnlijk terecht) rekening mee hield dat die wel eens lastig te krijgen zouden zijn en dan is het handig om uit te kunnen wijken en zo toch je bieren te kunnen brouwen.
Ik moet daar nu weer aan denken nu ik de alarmerende berichten lees over het feit dat de hop op zou zijn. Dat we een droge zomer hebben gehad weten we volgens mij al een paar maanden en die plantenziekten zullen ook niet van vandaag of gisteren zijn. Tenslotte is de groei van de bierproductie ook al een tijdje bezig. Bestaande brouwerijen groeien en er komen nog steeds nieuwe bij. Ofwel: wie een beetje heeft opgelet zou dit toch moeten hebben kunnen zien aankomen. En dus zijn maatregelen hebben kunnen nemen.
Daarnaast is deze schaarste misschien een gouden kans. Want voor wie het vergeten is: bier bestaat uit meer ingrediënten dan alleen hop. Naast hop zijn er nog water, mout en natuurlijk is er nog de gist. Gegeven de toenemende fantasie van brouwers is de lijst nog veel langer te maken en is de vraag langzamerhand of er nog iets te vinden is dat geschikt is voor menselijke consumptie en nog nimmer in bier is gebruikt. Misschien moeten die ingrediënten weer meer naar de voorgrond en kan de schaarse hop dan een wat minder prominente rol spelen.
Als ik mezelf even in de droomstand schakel zie ik het helemaal voor me. Brouwers gaan meer nog dan nu experimenteren met moutsoorten, met verschillende gist soorten en wat dan al niet meer. Misschien wordt hop alleen nog maar gebruikt omdat het er nu eenmaal in moet zitten van de wetgever. Anders hebben we het niet over bier. Misschien gaan er wel meer brouwers eens kijken wat voor moois ze met Gruit kunnen doen. Historie met een nieuwe twist. Vervolgens staan over een jaar de hopleveranciers met de pet in de hand bij de brouwers om te vragen of die alsjeblieft weer hop willen afnemen.
Goed. de realiteit. Sommige bieren zullen misschien wat anders gaan smaken en er kunnen een aantal bieren van de schappen verdwijnen. Dat laatste is jammer voor de liefhebbers van die bieren en natuurlijk voor de betreffende brouwers. Wie weet is het voor een aantal net het verschil tussen overleven en sluiting. Daarbij wordt dan gesteld dat het de kleine zijn die problemen hebben en de grote niet, maar ik denk dat er meer is. Ook de vraag in hoeverre een brouwer al eerder na heeft gedacht over zijn toekomst en maatregelen genomen heeft zal een grote rol spelen.
Voor mij als consument zal het waarschijnlijk allemaal wel meevallen. Wie weet ga ik een bier missen. Maar aan een boom zo vol geladen mis je misschien een twee biertjes helemaal niet. Ik verwacht dan ook dat ik genoeg mooie bieren tegen blijf komen die de moeite van het drinken meer dan waard zijn. Ofwel: ook nu geldt "Geen paniek"!
Welkom op mijn Blog. Als anderen in paniek raken hoef jij het niet meer te doen. Geen Paniek dus. Of je nu in Dad's Army zit of door de Melkweg lift maakt daarbij niet uit. Op dit blog zieleroerselen, gedachtenspinsels en wat ik leuk vind om te schrijven. Wie er een lijn in ziet mag het zeggen.
Translate
vrijdag 4 maart 2016
donderdag 7 januari 2016
Lofzang op de saaiheid
Dit verhaal is misschien een anachronisme. Misschien zijn het de zielenroerselen van een oude man die de tijd niet helemaal meer begrijpt. Maar ik wil graag een ode wijden aan bieren die ik regelmatig als "saai" beschreven zie worden. Vandaar een lofzang op de saaiheid.
Op biergebied leven we in interessante tijden. Op zich is het al de vraag of dat positief is. Ooit was "Moge u leven in interessante tijden" een vervloeking naar ik heb begrepen. Wie wil weten waarom moet eens een geschiedenisboek openen en nagaan waarover het meeste geschreven wordt. Niet over die tijden waarin iedereen in vrede zijn of haar leven leidde en min of meer gelukkig was. Nee. als er geknokt werd of er was honger en zo. Dan gaan de geschiedschrijvers los. Gelukkig ligt het op biergebied anders. Hier zijn we het zelf die allerlei ontwikkelingen interessant vinden en niet de mensen die er later over gaan schrijven. Dat kon wel eens het verschil zijn.
Soms lijkt er toch sprake van een slagveld. Een waarbij het geen legers zijn die slag leveren, maar bieren en bierliefhebbers. Een slagveld waarop nieuwe bieren, nieuwe smaken proberen hun positie te veroveren, als dat moet ten koste van de oude elite. Waarop nieuwe bierliefhebbers zich afzetten tegen wat zij zien als zich bierkenner noemende betweters. Kortom waar de revolutie is uitgebroken tegen wat volgens de een traditie, maar volgens de ander gewoon achterhaald en ouderwets is. Interessante tijden dus.
Bij een slagveld horen slachtoffers. Daaronder bieren die ik regelmatig zie voorzien van labels als "Saai", "Niet interessant", of "ik had meer verwacht". En juist over deze bieren zou ik graag nog eens de loftrompet willen steken. Niet om mensen over te halen ze beter te gaan waarderen. Ik vecht niet graag tegen de bierkaai. Maar gewoon omdat ik vind dat ze het verdienen.
Het overkomt me regelmatig. Ik heb een tijd aan de IPA's en al die andere wonderschone bieren gezeten en ineens krijg ik trek aan iets anders. Iets dat ik ooit heb omschreven als "Niets mis mee bier". Vakkundig gebrouwen, maar zonder smaakexplosies die je van het ene hoogtepunt naar het andere moeten brengen. Nee gewoon iets om eigenlijk je smaak weer even in de rust stand te zetten. Ook een bier dat zich niet probeert op te dringen, maar rustig een rol op de achtergrond accepteert. Zodat je je bezig kunt houden met andere zaken die op dat moment de aandacht verdienen. Een bier dat je in staat stelt even moed te verzamelen voordat je je weer in de nieuwe ontwikkelingen gaat storten. En misschien ook wel een bier waar de brouwer zich meester heeft getoond door de zichzelf opgelegde beperkingen.
De bierwereld is in beweging en dat is goed. Wat menig bierliefhebber jaren geleden hoopte is aan het uitkomen en in nog veel grotere mate dan menigeen durfde te hopen. Maar heel soms heeft het ook wel eens wat weg van een mallemolen. Daar in mee gaan is leuk. Maar af en toe wat vaste grond onder de voeten is ook niet weg. Het is op dit punt dat een simpel, wat moutig en vaak ondergistend gemaakt biertje meteen mooie hopbitterheid wonderen kan verrichten. Dat wordt vaak saai genoemd. Als dat klopt dan hef ik hierbij een lofzang aan op de saaiheid. In de hoop dat ze nog lang mijn pad mogen kruisen.
Op biergebied leven we in interessante tijden. Op zich is het al de vraag of dat positief is. Ooit was "Moge u leven in interessante tijden" een vervloeking naar ik heb begrepen. Wie wil weten waarom moet eens een geschiedenisboek openen en nagaan waarover het meeste geschreven wordt. Niet over die tijden waarin iedereen in vrede zijn of haar leven leidde en min of meer gelukkig was. Nee. als er geknokt werd of er was honger en zo. Dan gaan de geschiedschrijvers los. Gelukkig ligt het op biergebied anders. Hier zijn we het zelf die allerlei ontwikkelingen interessant vinden en niet de mensen die er later over gaan schrijven. Dat kon wel eens het verschil zijn.
Soms lijkt er toch sprake van een slagveld. Een waarbij het geen legers zijn die slag leveren, maar bieren en bierliefhebbers. Een slagveld waarop nieuwe bieren, nieuwe smaken proberen hun positie te veroveren, als dat moet ten koste van de oude elite. Waarop nieuwe bierliefhebbers zich afzetten tegen wat zij zien als zich bierkenner noemende betweters. Kortom waar de revolutie is uitgebroken tegen wat volgens de een traditie, maar volgens de ander gewoon achterhaald en ouderwets is. Interessante tijden dus.
Bij een slagveld horen slachtoffers. Daaronder bieren die ik regelmatig zie voorzien van labels als "Saai", "Niet interessant", of "ik had meer verwacht". En juist over deze bieren zou ik graag nog eens de loftrompet willen steken. Niet om mensen over te halen ze beter te gaan waarderen. Ik vecht niet graag tegen de bierkaai. Maar gewoon omdat ik vind dat ze het verdienen.
Het overkomt me regelmatig. Ik heb een tijd aan de IPA's en al die andere wonderschone bieren gezeten en ineens krijg ik trek aan iets anders. Iets dat ik ooit heb omschreven als "Niets mis mee bier". Vakkundig gebrouwen, maar zonder smaakexplosies die je van het ene hoogtepunt naar het andere moeten brengen. Nee gewoon iets om eigenlijk je smaak weer even in de rust stand te zetten. Ook een bier dat zich niet probeert op te dringen, maar rustig een rol op de achtergrond accepteert. Zodat je je bezig kunt houden met andere zaken die op dat moment de aandacht verdienen. Een bier dat je in staat stelt even moed te verzamelen voordat je je weer in de nieuwe ontwikkelingen gaat storten. En misschien ook wel een bier waar de brouwer zich meester heeft getoond door de zichzelf opgelegde beperkingen.
De bierwereld is in beweging en dat is goed. Wat menig bierliefhebber jaren geleden hoopte is aan het uitkomen en in nog veel grotere mate dan menigeen durfde te hopen. Maar heel soms heeft het ook wel eens wat weg van een mallemolen. Daar in mee gaan is leuk. Maar af en toe wat vaste grond onder de voeten is ook niet weg. Het is op dit punt dat een simpel, wat moutig en vaak ondergistend gemaakt biertje meteen mooie hopbitterheid wonderen kan verrichten. Dat wordt vaak saai genoemd. Als dat klopt dan hef ik hierbij een lofzang aan op de saaiheid. In de hoop dat ze nog lang mijn pad mogen kruisen.
maandag 14 december 2015
We gaan een brouwer, maar vooral een mens missen
Onlangs hoorde ik dat Guus Roijen is overleden. Vooral een groot verlies voor zijn nabestaanden natuurlijk, maar zeker ook voor de bierwereld.
Dat Guus een intieme vriend van me is zal ik niet beweren. Sterker nog: ik had hem eigenlijk al een tijd niet meer gezien. Via anderen hoorde ik wel dat hij nogal ziek was. En ineens was er die rouwkaart die ik in een bekend bierproeflokaal zag hangen. Guus Roijen was op 7 december overleden. Ik was even stil.
Als ik aan hem denk, dan is het eerste wat me te binnen schiet zijn optreden tijdens een excursie met PINT regio Noord-Holland. Guus was eigenlijk nogal grieperig en was het liefst in bed gebleven. Maar hij vond dat hij ons moest ontvangen en dus stond hij er. Het verhaal wat hij vertelde klonk als een klok en ook de rondleiding langs zijn brouwerij verliep vlekkeloos. Enthousiast vertelde hij hoe hij ooit als amateur begonnen was en hoe zijn eerste brouwsel in de kruipruimte beland was, omdat de pet flessen die hij gebruikte de druk niet aan konden. Maar ook hoe hij zijn brouwerij zelf ontworpen had. De besturing vond plaats met behulp van een laptop. Dat had het grote voordeel dat als er ’s nachts geroerd moest worden dat automatisch gebeurde terwijl hij lag te slapen. Uit alles bleek dat hij de zaak volkomen in de hand had.
Iets dat me lang dwars zat was dat het nooit lukte om brouwerij de Schans op het Noord-Hollands bierfestival te krijgen. Niet omdat Guus niet wilde, hij had het gewoon te druk met andere zaken. Toen het een keer wel lukte was dat niet minder dan een kleine overwinning voor ons. Guus vertelde dat hij het naar zijn zin had en dat hij volgend jaar weer wilde komen. Helaas: het jaar erop had hij het weer te druk en het is bij die ene keer gebleven. En dat zal ook niet meer gaan veranderen helaas.
Dat ik Guus goed ken zal ik niet zeggen. Ik kwam hem af en toe tegen en meestal was dat ergens waar iets met bier was. Ik vond het dan altijd prettig met hem te praten. Niet alleen was hij aardig in de omgang, hij wist ook waar hij het over had en vond het voor zover ik kon merken niet erg als ik met mijn eigenwijze instelling ook wat dacht in te brengen. De vele bieren die hij op zijn naam heeft staan bewijzen ook dat hij een vakman is. De bierwereld gaat hem node missen denk ik. Maar bovenal zal dat gelden voor zijn nabestaanden die ik dan ook mijn condoleances wil aanbieden en ook veel sterkte wil toewensen om dit verlies te dragen.
Dat Guus een intieme vriend van me is zal ik niet beweren. Sterker nog: ik had hem eigenlijk al een tijd niet meer gezien. Via anderen hoorde ik wel dat hij nogal ziek was. En ineens was er die rouwkaart die ik in een bekend bierproeflokaal zag hangen. Guus Roijen was op 7 december overleden. Ik was even stil.
Als ik aan hem denk, dan is het eerste wat me te binnen schiet zijn optreden tijdens een excursie met PINT regio Noord-Holland. Guus was eigenlijk nogal grieperig en was het liefst in bed gebleven. Maar hij vond dat hij ons moest ontvangen en dus stond hij er. Het verhaal wat hij vertelde klonk als een klok en ook de rondleiding langs zijn brouwerij verliep vlekkeloos. Enthousiast vertelde hij hoe hij ooit als amateur begonnen was en hoe zijn eerste brouwsel in de kruipruimte beland was, omdat de pet flessen die hij gebruikte de druk niet aan konden. Maar ook hoe hij zijn brouwerij zelf ontworpen had. De besturing vond plaats met behulp van een laptop. Dat had het grote voordeel dat als er ’s nachts geroerd moest worden dat automatisch gebeurde terwijl hij lag te slapen. Uit alles bleek dat hij de zaak volkomen in de hand had.
Iets dat me lang dwars zat was dat het nooit lukte om brouwerij de Schans op het Noord-Hollands bierfestival te krijgen. Niet omdat Guus niet wilde, hij had het gewoon te druk met andere zaken. Toen het een keer wel lukte was dat niet minder dan een kleine overwinning voor ons. Guus vertelde dat hij het naar zijn zin had en dat hij volgend jaar weer wilde komen. Helaas: het jaar erop had hij het weer te druk en het is bij die ene keer gebleven. En dat zal ook niet meer gaan veranderen helaas.
Dat ik Guus goed ken zal ik niet zeggen. Ik kwam hem af en toe tegen en meestal was dat ergens waar iets met bier was. Ik vond het dan altijd prettig met hem te praten. Niet alleen was hij aardig in de omgang, hij wist ook waar hij het over had en vond het voor zover ik kon merken niet erg als ik met mijn eigenwijze instelling ook wat dacht in te brengen. De vele bieren die hij op zijn naam heeft staan bewijzen ook dat hij een vakman is. De bierwereld gaat hem node missen denk ik. Maar bovenal zal dat gelden voor zijn nabestaanden die ik dan ook mijn condoleances wil aanbieden en ook veel sterkte wil toewensen om dit verlies te dragen.
zondag 18 oktober 2015
Kees, bedankt voor 15 keer Lekkerste Bockbier
Het was in de marge van de verkiezing van het Lekkerste Bockbier dat ik hoorde dat Kees Beerepoot na 15 succesvolle edities uit de organisatie stapte. Reden voor een terugblik en een bedankje.
Het moet in 2000 geweest zij dat in bierproeflokaal In de Wildeman een proeverij werd gehouden waar uit een aantal bockbieren het lekkerste bier werd gekozen. Kees was daarbij, waarschijnlijk als jury, en vond dat het toch jammer was dat maar een beperkt aantal bieren beoordeeld waren en dus niet echt sprake was van het lekkerste bockbier van Nederland. Dat moest beter kunnen.
Wat er toen allemaal precies gebeurt is kunnen anderen beter zeggen dan ik waarschijnlijk, maar Kees wist de steun te verwerven van het Geheim Genootschap Arendsnest en het biergilde de Dubbele Arend. En in 2001 werd voor het eerst door beide bierclubs een verkiezing gehouden van het Lekkerste Bockbier. Daarbij was er Kees, door mij wel eens de vlees geworden integriteit genoemd, alles aan gelegen om er voor te zorgen dat een en ander absoluut eerlijk gebeurde en beïnvloeding niet mogelijk was. Bovendien wilde hij wel dat de uitslag representatief genoemd kon worden.
Het gevolg was direct al een systeem met loting, voorrondes, een halve finale en uiteindelijk de finale. Daardoor was het winnende bier door een zo groot mogelijk aantal mensen geproefd. Bovendien wist niemand tijdens de proeverijen welke bieren hij dronk. Absolute eerlijkheid dus. Helaas voor hem won SNAB de eerste twee edities en aangezien zowel de Dubbele Arend als SNAB enige band met een café in Purmerend had waren de geruchten over vals spel niet van de lucht. Dat was behoorlijk tegen het zere been van Kees en het moet een opluchting voor hem zijn geweest dat de derde keer iemand anders won.
Dat met de organisatie niet te spotten viel merkte een grote brouwerij die een keer won. Het jaar er op stond trots op de verpakking dat het bier verkozen was tot lekkerste bockbier en een reclamespot op TV ondersteunde dat. Helaas waren ze "vergeten" een jaartal te vermelden. Waardoor ze ten onrechte de indruk wekten in het betreffende jaar te zijn verkozen terwijl de verkiezing nog plaats moest vinden. Ze hadden op de verpakking echter ook het internet adres van de verkiezing geplaatst, wat de organisatie de mogelijkheid gaf om op hun site exact weer te geven wat ze er van vonden. Gevolg was paniek bij de brouwer en haastig overleg, waardoor de TV spots werden ingetrokken.
Een en ander maakte wel duidelijk welk een plek de verkiezing ondertussen in de bierwereld had gekregen. En het kan aan mij liggen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat met name tijdens de prijsuitreiking het elke keer drukker wordt en dat het beslist geen uitzondering is dat een ieder die ook maar denkt een kans te maken opeen prijs aanwezig is. Bovendien maakt de vreugde van prijswinnaars duidelijk dat het hier om een prijs gaat die er toe doet.
Nu weet ik heel goed dat dit alles niet alleen een verdienste is van Kees. Er is een heel leger van mensen betrokken bij de organisatie en ik wil hen zeker niet te kort doen. Zij zijn van het allergrootste belang,elk jaar weer. Een aantal ook vanaf het allereerste begin. Maar ik hoop dat zij er begrip voor hebben dat ik Kees er even uit licht. Hoe je het ook wendt of keert: hij is degene geweest die op een idee is gekomen waardoor Nederland er een mooie bierprijs bij kreeg. Daarnaast is het tekenend voor hem dat ik hem gisteren na afloop van weer een geslaagde editie tegen kwam en hij vertelde dat hij op dat moment net zijn eerste biertje had gehad. De meesten van ons hadden er toen al een paar meer gedronken. Ik wil daarom langs deze weg Kees hartelijk bedanken voor het idee en voor de toewijding waarmee hij de afgelopen 15 edities van de verkiezing van het lekkerste Bockbier heeft ondersteund. En het zou mij verbazen als ik niet namens velen spreek.
Het moet in 2000 geweest zij dat in bierproeflokaal In de Wildeman een proeverij werd gehouden waar uit een aantal bockbieren het lekkerste bier werd gekozen. Kees was daarbij, waarschijnlijk als jury, en vond dat het toch jammer was dat maar een beperkt aantal bieren beoordeeld waren en dus niet echt sprake was van het lekkerste bockbier van Nederland. Dat moest beter kunnen.
Wat er toen allemaal precies gebeurt is kunnen anderen beter zeggen dan ik waarschijnlijk, maar Kees wist de steun te verwerven van het Geheim Genootschap Arendsnest en het biergilde de Dubbele Arend. En in 2001 werd voor het eerst door beide bierclubs een verkiezing gehouden van het Lekkerste Bockbier. Daarbij was er Kees, door mij wel eens de vlees geworden integriteit genoemd, alles aan gelegen om er voor te zorgen dat een en ander absoluut eerlijk gebeurde en beïnvloeding niet mogelijk was. Bovendien wilde hij wel dat de uitslag representatief genoemd kon worden.
Het gevolg was direct al een systeem met loting, voorrondes, een halve finale en uiteindelijk de finale. Daardoor was het winnende bier door een zo groot mogelijk aantal mensen geproefd. Bovendien wist niemand tijdens de proeverijen welke bieren hij dronk. Absolute eerlijkheid dus. Helaas voor hem won SNAB de eerste twee edities en aangezien zowel de Dubbele Arend als SNAB enige band met een café in Purmerend had waren de geruchten over vals spel niet van de lucht. Dat was behoorlijk tegen het zere been van Kees en het moet een opluchting voor hem zijn geweest dat de derde keer iemand anders won.
Dat met de organisatie niet te spotten viel merkte een grote brouwerij die een keer won. Het jaar er op stond trots op de verpakking dat het bier verkozen was tot lekkerste bockbier en een reclamespot op TV ondersteunde dat. Helaas waren ze "vergeten" een jaartal te vermelden. Waardoor ze ten onrechte de indruk wekten in het betreffende jaar te zijn verkozen terwijl de verkiezing nog plaats moest vinden. Ze hadden op de verpakking echter ook het internet adres van de verkiezing geplaatst, wat de organisatie de mogelijkheid gaf om op hun site exact weer te geven wat ze er van vonden. Gevolg was paniek bij de brouwer en haastig overleg, waardoor de TV spots werden ingetrokken.
Een en ander maakte wel duidelijk welk een plek de verkiezing ondertussen in de bierwereld had gekregen. En het kan aan mij liggen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat met name tijdens de prijsuitreiking het elke keer drukker wordt en dat het beslist geen uitzondering is dat een ieder die ook maar denkt een kans te maken opeen prijs aanwezig is. Bovendien maakt de vreugde van prijswinnaars duidelijk dat het hier om een prijs gaat die er toe doet.
Nu weet ik heel goed dat dit alles niet alleen een verdienste is van Kees. Er is een heel leger van mensen betrokken bij de organisatie en ik wil hen zeker niet te kort doen. Zij zijn van het allergrootste belang,elk jaar weer. Een aantal ook vanaf het allereerste begin. Maar ik hoop dat zij er begrip voor hebben dat ik Kees er even uit licht. Hoe je het ook wendt of keert: hij is degene geweest die op een idee is gekomen waardoor Nederland er een mooie bierprijs bij kreeg. Daarnaast is het tekenend voor hem dat ik hem gisteren na afloop van weer een geslaagde editie tegen kwam en hij vertelde dat hij op dat moment net zijn eerste biertje had gehad. De meesten van ons hadden er toen al een paar meer gedronken. Ik wil daarom langs deze weg Kees hartelijk bedanken voor het idee en voor de toewijding waarmee hij de afgelopen 15 edities van de verkiezing van het lekkerste Bockbier heeft ondersteund. En het zou mij verbazen als ik niet namens velen spreek.
maandag 12 oktober 2015
Wonderlijke wereld van de trends
Wie me een beetje kent weet dat ik nu niet de meest trendgevoelige persoon op deze wereld ben. Als ik al een keer in lijn ben met een trend is het toeval: de trend blijkt mij tegen te komen en dus trekken we een tijdje samen op. Om daarna weer afscheid van elkaar te nemen. De trend moet verder niet waar?
Het gebeurde voor ik het in de gaten had: bier was iets dat hoorde bij hipsters. Het was in en als je geen bier dronk, dan hoorde je er eigenlijk niet bij. Hoe dat gekomen is weet ik nog steeds niet, maar zelfs toen ik in een reactie op een artikel schreef dat ik toch al echt een hele tijd bier dronk kreeg ik te horen dat ik dan toch wel het toppunt van hip was. Inmiddels schijnt bij de echte hipsters bier al weer een beetje passé te zijn en andere drankjes nu door deze front runners gedronken te worden.Ik ben dus blijkbaar weer een beetje uit de gevarenzone wat dat betreft.
Overigens heb ik niet het idee dat daarmee de rust in bierland terug is gekeerd. Waar het precies door komt weet ik niet, maar de kurk is definitief uit de fles en gaat er niet meer in ook vrees ik. Een nieuwe generatie brouwers en drinkers is opgestaan en is niet van plan te verdwijnen en dat is maar goed ook. Ik kijk mijn ogen uit en mijn zintuigen weten af en toe niet meer waar ze aan toe zijn. Oude tradities blijven gelukkig bestaan, maar worden vergezeld van nieuwe smaken en experimenten waar niemand een paar jaar geleden van durfde dromen. En wie daar van genieten kan elke week wel terecht bij meerder bierfestivals, tap take overs, proeverijen, bier spijscombinaties en wat er al niet meer verzonnen wordt op het gebied van bier.
Dat het hele hippe er af is blijkt misschien wel uit het feit dat bier van minder bekende brouwerijen inmiddels de supermarkten heeft bereikt. Deze bieren zijn blijkbaar zodanig main stream geworden, dat een supermarkt zich genoodzaakt ziet om deze bieren te voeren. Daarbij kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat waar de grote jongens compleet in de macht van de supermarkten zijn dat bij deze brouwerijen anders ligt. Van de doemverhalen over gedwongen stunts met de prijzen lijkt voorlopig weinig terecht te komen. Misschien komt dat nog, maar ik kan me ook goed voorstellen dat juist de kleine brouwerijen iets hebben dat de grote jongens missen: de supermarkten hebben hun ook nodig, omdat klanten steeds meer merken dat er zoveel meer is als de grote brouwerijen ons voorschotelen en dat dus ook in hun supermarkt tegen willen komen. Juist het feit dat de capaciteit van die kleinere brouwerijen niet onbeperkt is kan hen dus in de kaart spelen. Als hun bier goed genoeg is om die nieuw klanten aan hen te binden natuurlijk.
Maar hoe zit dat dan met die trends? Ik blijf me verbazen op dat punt. Er is namelijk iets dat ik, en niet alleen ik, associeerde met oude mannen. Zij die ooit in de bierwereld de dienst uit maakten en wiens autoriteit lang onbetwist was. Maar die in de maalstroom waarin de bierwereld zich bevindt ten onder dreigen te gaan. Niet eens dat zij al dat nieuwe niet kunnen volgen, oh nee. Zij volgen alles nog en vinden het ook prachtig wat er allemaal gebeurt. Maar helaas lukt het hen niet om de vruchten te plukken van hun jarenlange inspanningen om speciaal bier onder de aandacht te brengen. De jonge mensen die nu profiteren van alle ontwikkelingen zien hen niet meer staan. Als zij hun kennis willen delen lopen ze tegen een muur aan, omdat jongeren hen maar vervelende mensen vinden die het altijd beter willen weten en nooit eens luisteren. Zelfs de vereniging waar ze al jaren lid van zijn spreekt met enige spot over hen. Dat symbool is al een paar jaar het linnen tasje met daarin een opschrijfboekje vol bierervaringen en een pen natuurlijk.
Het was mij natuurlijk nog niet opgevallen, maar de linnen tasjes schijnen weer helemaal terug te zijn. Hoe of wat is me nog niet duidelijk, maar net als bier schijnt het ineens niet meer oubollig te zijn om zo'n tasje te hebben, maar juist heel erg trendy. Als nu ook nog het opschrijfboekje de tablet en de smartphone met untapp'd er op gaat vervangen kunnen de mensen die hun tas trouw gebleven zijn een lange neus naar al die nieuwlichters trekken. Toch eens kijken of ik de mijne nog kan vinden...
Het gebeurde voor ik het in de gaten had: bier was iets dat hoorde bij hipsters. Het was in en als je geen bier dronk, dan hoorde je er eigenlijk niet bij. Hoe dat gekomen is weet ik nog steeds niet, maar zelfs toen ik in een reactie op een artikel schreef dat ik toch al echt een hele tijd bier dronk kreeg ik te horen dat ik dan toch wel het toppunt van hip was. Inmiddels schijnt bij de echte hipsters bier al weer een beetje passé te zijn en andere drankjes nu door deze front runners gedronken te worden.Ik ben dus blijkbaar weer een beetje uit de gevarenzone wat dat betreft.
Overigens heb ik niet het idee dat daarmee de rust in bierland terug is gekeerd. Waar het precies door komt weet ik niet, maar de kurk is definitief uit de fles en gaat er niet meer in ook vrees ik. Een nieuwe generatie brouwers en drinkers is opgestaan en is niet van plan te verdwijnen en dat is maar goed ook. Ik kijk mijn ogen uit en mijn zintuigen weten af en toe niet meer waar ze aan toe zijn. Oude tradities blijven gelukkig bestaan, maar worden vergezeld van nieuwe smaken en experimenten waar niemand een paar jaar geleden van durfde dromen. En wie daar van genieten kan elke week wel terecht bij meerder bierfestivals, tap take overs, proeverijen, bier spijscombinaties en wat er al niet meer verzonnen wordt op het gebied van bier.
Dat het hele hippe er af is blijkt misschien wel uit het feit dat bier van minder bekende brouwerijen inmiddels de supermarkten heeft bereikt. Deze bieren zijn blijkbaar zodanig main stream geworden, dat een supermarkt zich genoodzaakt ziet om deze bieren te voeren. Daarbij kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat waar de grote jongens compleet in de macht van de supermarkten zijn dat bij deze brouwerijen anders ligt. Van de doemverhalen over gedwongen stunts met de prijzen lijkt voorlopig weinig terecht te komen. Misschien komt dat nog, maar ik kan me ook goed voorstellen dat juist de kleine brouwerijen iets hebben dat de grote jongens missen: de supermarkten hebben hun ook nodig, omdat klanten steeds meer merken dat er zoveel meer is als de grote brouwerijen ons voorschotelen en dat dus ook in hun supermarkt tegen willen komen. Juist het feit dat de capaciteit van die kleinere brouwerijen niet onbeperkt is kan hen dus in de kaart spelen. Als hun bier goed genoeg is om die nieuw klanten aan hen te binden natuurlijk.
Maar hoe zit dat dan met die trends? Ik blijf me verbazen op dat punt. Er is namelijk iets dat ik, en niet alleen ik, associeerde met oude mannen. Zij die ooit in de bierwereld de dienst uit maakten en wiens autoriteit lang onbetwist was. Maar die in de maalstroom waarin de bierwereld zich bevindt ten onder dreigen te gaan. Niet eens dat zij al dat nieuwe niet kunnen volgen, oh nee. Zij volgen alles nog en vinden het ook prachtig wat er allemaal gebeurt. Maar helaas lukt het hen niet om de vruchten te plukken van hun jarenlange inspanningen om speciaal bier onder de aandacht te brengen. De jonge mensen die nu profiteren van alle ontwikkelingen zien hen niet meer staan. Als zij hun kennis willen delen lopen ze tegen een muur aan, omdat jongeren hen maar vervelende mensen vinden die het altijd beter willen weten en nooit eens luisteren. Zelfs de vereniging waar ze al jaren lid van zijn spreekt met enige spot over hen. Dat symbool is al een paar jaar het linnen tasje met daarin een opschrijfboekje vol bierervaringen en een pen natuurlijk.
Het was mij natuurlijk nog niet opgevallen, maar de linnen tasjes schijnen weer helemaal terug te zijn. Hoe of wat is me nog niet duidelijk, maar net als bier schijnt het ineens niet meer oubollig te zijn om zo'n tasje te hebben, maar juist heel erg trendy. Als nu ook nog het opschrijfboekje de tablet en de smartphone met untapp'd er op gaat vervangen kunnen de mensen die hun tas trouw gebleven zijn een lange neus naar al die nieuwlichters trekken. Toch eens kijken of ik de mijne nog kan vinden...
vrijdag 2 oktober 2015
Het IJ in vreemde handen?
Dat er enige opwinding ontstond in bierland is niet te veel gezegd: het gerucht en later bericht dat Duvel Moortgat een belang in brouwerij het IJ nam maakte tongen los, deed mensen bellen en mailen en zorgde voor discussie in sociale media. Wat gaat er gebeuren met de oudste nog werkende brouwerij van Amsterdam?
"De brouwerij" wordt hij door mensen nog genoemd, een overblijfsel uit de tijd dat brouwerij het IJ de enige brouwerij was die we hadden in Amsterdam. Dat er inmiddels diverse bijgekomen zijn doet er niet toe, er zijn meerdere brouwerijen, maar er is volgens hen maar één De brouwerij. Het is ook een brouwerij met enige geschiedenis. Een geschiedenis die prachtig beschreven is in het boek dat bij het 25 jarig bestaan van de brouwerij is uitgegeven en zich ergens in mijn huis moet bevinden. Wie het boek leest snapt dat het IJ nimmer zo maar een brouwerij is geweest net zoals de initiatiefnemer ook niet zo maar iemand is.
Toen een paar jaar geleden het bericht kwam dat de brouwerij verkocht zou worden ging er een schok door bierminnend Amsterdam. Zou de brouwerij nog zijn oude karakter behouden, of zou men een heel nieuwe weg in slaan en zo ja, welke kant zou het op gaan. Nu meen ik te kunnen concluderen dat het IJ beide gedaan heeft. Enerzijds hebben ze de traditionele IJ bieren in ere gehouden. Natte, Zatte, Struis, Columbus en die andere klassiekers: ze zijn er nog steeds en worden ook nog steeds graag gedronken door de liefhebbers. Anderzijds zijn zowel het proeflokaal als de brouwerij nieuwe wegen ingeslagen. Het proeflokaal is opnieuw ingericht en er zijn nieuwe bieren van het IJ op de markt ingeslagen. Het IJ is de laatste jaren wat avontuurlijker geworden en dat werkt blijkbaar: de capaciteit van de brouwerij is, onder andere door het inrichten van een tweede brouwerij in de omgeving, behoorlijk uitgebreid en nog schijnen ze alle zeilen bij te moeten zetten om aan de vraag te kunnen voldoen. Deels misschien vanwege de algehele stijging van de vraag naar bijzondere bieren, maar zeker omdat mensen hun bier gewoon heel lekker vinden. Kortom: als de brouwerij relatief al een oudje is, dan is het een kras oudje dat niet te beroerd is om met de tijd mee te gaan.
En toen ineens kwam dat bericht over Duvel Moortgat. Vol ongeloof las ik het gerucht dat brouwerij het IJ zou zijn overgenomen. Als ik op dat moment aan een biertje had gezeten had ik me waarschijnlijk ter plekke verslikt en als ik er meerdere op had gehad was ik waarschijnlijk tot de conclusie gekomen dat het echt mijn laatste zou moeten zijn, omdat ik spoken begon te zien. Maar ik was nuchter, dus daar kon het niet aan liggen. Het IJ in vreemde handen, Belgische nog wel! Dat kon ook niet waar zijn. Gelukkig was het ook niet helemaal waar: De Belgen nemen een belang in het IJ. Hoe groot, dat is niet bekend gemaakt en zal misschien wel altijd in nevelen gehuld blijven. Maar van een overname is vooralsnog geen sprake.
Wat ik hoor over Duvel Moortgat is over het algemeen positief. Ze hebben blijkbaar een goede reputatie als het gaat om liefde voor het bier, maken investeringen in brouwerijen mogelijk en de baas schijnt ook nog eens een sympathieke man te zijn. Opkopen, sluiten en daarna het marktaandeel in pikken is zeker niet hun gewoonte is me duidelijk geworden. De verwachtingen over de gevolgen zijn dan ook positief en ik heb geen reden om aan die verwachtingen te twijfelen.
Maar als ik eerlijk ben, dan ben ik ook een beetje romanticus. Het IJ is een Amsterdamse brouwerij en hoort wat mij betreft bij de stad zoals de Amstel en de Jordaan dat doen. En nu is de Brouwerij dus deels in buitenlandse handen. Waarschijnlijk merk ik daar verder weinig van. Ze zullen hun bieren blijven brouwen en ook het proeflokaal zal zijn karakter blijven houden. Ze zullen hun rol blijven spelen in de bierwereld in Amsterdam. Kortom veel zal hetzelfde blijven. Maar toch: ineens bestel ik een biertje van het IJ en check het in op Untapp'd. Ik verdien er een badge mee en zie de volgende tekst "You have a keen taste for this Belgian master piece" Zouden sommige dingen dan toch sneller gaan dan ik denk?
"De brouwerij" wordt hij door mensen nog genoemd, een overblijfsel uit de tijd dat brouwerij het IJ de enige brouwerij was die we hadden in Amsterdam. Dat er inmiddels diverse bijgekomen zijn doet er niet toe, er zijn meerdere brouwerijen, maar er is volgens hen maar één De brouwerij. Het is ook een brouwerij met enige geschiedenis. Een geschiedenis die prachtig beschreven is in het boek dat bij het 25 jarig bestaan van de brouwerij is uitgegeven en zich ergens in mijn huis moet bevinden. Wie het boek leest snapt dat het IJ nimmer zo maar een brouwerij is geweest net zoals de initiatiefnemer ook niet zo maar iemand is.
Toen een paar jaar geleden het bericht kwam dat de brouwerij verkocht zou worden ging er een schok door bierminnend Amsterdam. Zou de brouwerij nog zijn oude karakter behouden, of zou men een heel nieuwe weg in slaan en zo ja, welke kant zou het op gaan. Nu meen ik te kunnen concluderen dat het IJ beide gedaan heeft. Enerzijds hebben ze de traditionele IJ bieren in ere gehouden. Natte, Zatte, Struis, Columbus en die andere klassiekers: ze zijn er nog steeds en worden ook nog steeds graag gedronken door de liefhebbers. Anderzijds zijn zowel het proeflokaal als de brouwerij nieuwe wegen ingeslagen. Het proeflokaal is opnieuw ingericht en er zijn nieuwe bieren van het IJ op de markt ingeslagen. Het IJ is de laatste jaren wat avontuurlijker geworden en dat werkt blijkbaar: de capaciteit van de brouwerij is, onder andere door het inrichten van een tweede brouwerij in de omgeving, behoorlijk uitgebreid en nog schijnen ze alle zeilen bij te moeten zetten om aan de vraag te kunnen voldoen. Deels misschien vanwege de algehele stijging van de vraag naar bijzondere bieren, maar zeker omdat mensen hun bier gewoon heel lekker vinden. Kortom: als de brouwerij relatief al een oudje is, dan is het een kras oudje dat niet te beroerd is om met de tijd mee te gaan.
En toen ineens kwam dat bericht over Duvel Moortgat. Vol ongeloof las ik het gerucht dat brouwerij het IJ zou zijn overgenomen. Als ik op dat moment aan een biertje had gezeten had ik me waarschijnlijk ter plekke verslikt en als ik er meerdere op had gehad was ik waarschijnlijk tot de conclusie gekomen dat het echt mijn laatste zou moeten zijn, omdat ik spoken begon te zien. Maar ik was nuchter, dus daar kon het niet aan liggen. Het IJ in vreemde handen, Belgische nog wel! Dat kon ook niet waar zijn. Gelukkig was het ook niet helemaal waar: De Belgen nemen een belang in het IJ. Hoe groot, dat is niet bekend gemaakt en zal misschien wel altijd in nevelen gehuld blijven. Maar van een overname is vooralsnog geen sprake.
Wat ik hoor over Duvel Moortgat is over het algemeen positief. Ze hebben blijkbaar een goede reputatie als het gaat om liefde voor het bier, maken investeringen in brouwerijen mogelijk en de baas schijnt ook nog eens een sympathieke man te zijn. Opkopen, sluiten en daarna het marktaandeel in pikken is zeker niet hun gewoonte is me duidelijk geworden. De verwachtingen over de gevolgen zijn dan ook positief en ik heb geen reden om aan die verwachtingen te twijfelen.
Maar als ik eerlijk ben, dan ben ik ook een beetje romanticus. Het IJ is een Amsterdamse brouwerij en hoort wat mij betreft bij de stad zoals de Amstel en de Jordaan dat doen. En nu is de Brouwerij dus deels in buitenlandse handen. Waarschijnlijk merk ik daar verder weinig van. Ze zullen hun bieren blijven brouwen en ook het proeflokaal zal zijn karakter blijven houden. Ze zullen hun rol blijven spelen in de bierwereld in Amsterdam. Kortom veel zal hetzelfde blijven. Maar toch: ineens bestel ik een biertje van het IJ en check het in op Untapp'd. Ik verdien er een badge mee en zie de volgende tekst "You have a keen taste for this Belgian master piece" Zouden sommige dingen dan toch sneller gaan dan ik denk?
maandag 3 augustus 2015
Geef rollende keukens ook goed bier!
Rollende keukens. Menig festival lijkt niet zonder te kunnen. Maar waarom is er wel alle aandacht voor de spijs en is bier vaak een ondergeschoven kindje?
Donderdagavond in Amsterdam - Noord. Het festival "Amsterdam Kookt" is begonnen. Ik loop wat met mijn ziel onder de arm rond. Niet vanwege het aanbod aan voedsel. Dat ziet er allemaal best leuk uit. Ook de rijen bij de kassa hoeven me niet perse af te schrikken. Nee, ik heb zin in een biertje en daar gaat het mis.Ik blijk de keuze te hebben uit de smaken Jupiler Pils, Leffe Blond en Hoegaarden Rosé. De oplettende lezer zal het al begrepen hebben: INBev had de biervoorziening voor haar rekening genomen en daar waarschijnlijk ook voor betaald. Dus bepaalden zij welke bieren er beschikbaar waren. Later bleek dat in een uithoek van het terrein nog een kleine biertuin was en dat daar niet alleen een wat breder aanbod van INBev bieren was (onder andere de IPA van Goose island). En daar bovenop maar liefst twee bieren van lokale brouwers. Die laatsten bleken ook nog te wisselen hoorde ik later. Waarom niet meer dan twee? Mocht niet van INBev. Zucht...
Deze ervaring is niet uniek. Waar de kleinschaligheid en variatie zegeviert als het gaat om wat er aan voedsel te krijgen is, geeft vaak één grote brouwer de toon aan als het om het bier gaat. Kleine lokale brouwerijen krijgen af en toe een bot toegeworpen en mogen dan een of twee biertjes verkopen op een plek die niet al te veel in het oog springt. Met als gevolg dat iedereen vrolijk aan de Jupiler, Brand, Kornuit of noem maar op zit. Ik vraag me af of iedereen ook zo gedwee zou zijn als MaisonvandeBoer of La Place de hele catering voor zijn rekening zou nemen en een vergelijkbaar aanbod had. Ik vrees dat daar geen band tegenop zou kunnen...
Het argument wat ik hoor als deze armzalige situatie op biergebied benoem is steeds hetzelfde. De betreffende brouwers stoppen een hoop geld in het gebeuren en dus hebben ze het voor het zeggen. ofwel de financiële situatie van dergelijke festivals wordt afgewenteld op de eerzame bierdrinken. Wij mogen boeten voor het feit dat het zonder die brouwers blijkbaar niet mogelijk is om de keukens te laten rollen naar zo'n festival. De bierdrinker als een sluitpost.
Het zal wel totaal niet realistisch zijn, maar ik droom ervan dat ooit eens iemand een food festival opzet waar ook aandacht aan de diversiteit van de bieren wordt geschonken. Waar net als al die rollende keukens ook kleine bierbrouwers staan. Waar mensen keuze hebben als het om bier gaat. Gewoon om te laten zien hoe divers de bierwereld is geworden. Een lekkere hap met daarbij zo'n heerlijk biertje. Als ik er aan denk loopt het water me in de mond...
Donderdagavond in Amsterdam - Noord. Het festival "Amsterdam Kookt" is begonnen. Ik loop wat met mijn ziel onder de arm rond. Niet vanwege het aanbod aan voedsel. Dat ziet er allemaal best leuk uit. Ook de rijen bij de kassa hoeven me niet perse af te schrikken. Nee, ik heb zin in een biertje en daar gaat het mis.Ik blijk de keuze te hebben uit de smaken Jupiler Pils, Leffe Blond en Hoegaarden Rosé. De oplettende lezer zal het al begrepen hebben: INBev had de biervoorziening voor haar rekening genomen en daar waarschijnlijk ook voor betaald. Dus bepaalden zij welke bieren er beschikbaar waren. Later bleek dat in een uithoek van het terrein nog een kleine biertuin was en dat daar niet alleen een wat breder aanbod van INBev bieren was (onder andere de IPA van Goose island). En daar bovenop maar liefst twee bieren van lokale brouwers. Die laatsten bleken ook nog te wisselen hoorde ik later. Waarom niet meer dan twee? Mocht niet van INBev. Zucht...
Deze ervaring is niet uniek. Waar de kleinschaligheid en variatie zegeviert als het gaat om wat er aan voedsel te krijgen is, geeft vaak één grote brouwer de toon aan als het om het bier gaat. Kleine lokale brouwerijen krijgen af en toe een bot toegeworpen en mogen dan een of twee biertjes verkopen op een plek die niet al te veel in het oog springt. Met als gevolg dat iedereen vrolijk aan de Jupiler, Brand, Kornuit of noem maar op zit. Ik vraag me af of iedereen ook zo gedwee zou zijn als MaisonvandeBoer of La Place de hele catering voor zijn rekening zou nemen en een vergelijkbaar aanbod had. Ik vrees dat daar geen band tegenop zou kunnen...
Het argument wat ik hoor als deze armzalige situatie op biergebied benoem is steeds hetzelfde. De betreffende brouwers stoppen een hoop geld in het gebeuren en dus hebben ze het voor het zeggen. ofwel de financiële situatie van dergelijke festivals wordt afgewenteld op de eerzame bierdrinken. Wij mogen boeten voor het feit dat het zonder die brouwers blijkbaar niet mogelijk is om de keukens te laten rollen naar zo'n festival. De bierdrinker als een sluitpost.
Het zal wel totaal niet realistisch zijn, maar ik droom ervan dat ooit eens iemand een food festival opzet waar ook aandacht aan de diversiteit van de bieren wordt geschonken. Waar net als al die rollende keukens ook kleine bierbrouwers staan. Waar mensen keuze hebben als het om bier gaat. Gewoon om te laten zien hoe divers de bierwereld is geworden. Een lekkere hap met daarbij zo'n heerlijk biertje. Als ik er aan denk loopt het water me in de mond...
Abonneren op:
Posts (Atom)





