Translate

zondag 30 maart 2014

Kunnen we naast een vleesschandaal ook een bierschandaal krijgen?

Grote berichten in de kranten. Alle pogingen om er voor te zorgen dat we weten wat voor vlees we in de kuip of op ons bord krijgen zijn vergeefs: er wordt gerommeld en gerotzooid in de vlees industrie.  Wat bij mij de vraag deed rijzen of zoiets in de ons zo geliefde bierwereld ook mogelijk is.

Sjoemelen schijnt eerder regel dan uitzondering te zijn in de vleesindustrie. In pogingen om aan onze niet aflatende vraag naar nog goedkoper vlees te voldoen zijn regels er om te overtreden en controleurs om rond de tuin te leiden. Dat is het beeld dat uit de media op steeg in de afgelopen tijd. Nu sprak ik daar laatst een mij bekende slager over en die was heel simpel: hij zorgde er jaren geleden al voor dat hij weet welke koe hij koopt en wat er mee gebeurt tussen boer en zijn koeling. Zijn lijnen zijn kort en zijn vlees komt uit de omgeving. Op die manier kan hij zijn klanten garanderen dat er niet mee gesjoemeld is. En er zijn meer slagers die zo werken.

In de bierwereld heb je ook giganten, kleine lokale brouwerijen en van alles er tussen. En met name de kleine brouwerijen zullen hun best doen om vooral te laten zien dat je bij hun weet wat je krijgt. Ze hebben een eigen proeflokaal. liefst met zicht op de brouwketels, geven rondleidingen en maken op alle mogelijke manieren duidelijk dat ze ambachtelijk en eerlijk bezig zijn. En mensen die het weten kunnen vertellen me dat dit ook de sleutel tot hun succes is en dat mensen graag wat meer betalen voor een eerlijk en goed product dat ook nog eens lokaal gemaakt is.

Transparantie is daarbij het toverwoord en daarom vind ik het jammer dat op dat punt toch het nodige aan is te merken. Dat begint al met de etiketten op flessen en de verpakkingen. Het meest duidelijke voorbeeld is wat mij betreft een merk waarbij ze op de verpakkingen rustig nog de naam en het logo van een al lang geleden gesloten brouwerij zetten. Maar ook op andere etiketten is een simpele mededeling waar een bier gebrouwen is niet altijd te vinden. In het geval van een kleine brouwerij met eigen ketels is het natuurlijk niet zo lastig om daar achter te komen, maar bij huurders ligt dat al vaak een stuk anders. Tot op het niveau waarbij iemand die zijn bedrijf "brouwerij" noemt alleen vermeldt dat hij zijn bier bij diverse brouwerijen in België en Duitsland laat brouwen en kwaad wordt als iemand toevallig weet waar dat is. Blijkbaar mag je als consument dan niet weten waar hij zijn spullen vandaan haalt.

Nu ben ik op een of andere manier niet bang dat er werkelijk misstanden als in de vleesindustrie plaats vinden. Vooral in de wereld van bijzonder bier is  de druk om de prijzen maar blijven te verlagen een stuk minder. Ik merk in elk geval weinig van enige beweging naar lagere prijzen, soms denk ik eerder het tegendeel. Prijsvechten past ook niet bij het kwaliteitsimago dat de brouwerijen zich graag aanmeten. Dus is de verleiding om te gaan werken met kwalitatief mindere producten of anderszins bochten af te snijden waarschijnlijk ook minder groot. Als er berichten over de bierwereld zouden verschijnen als nu over de vlees industrie zou me dat dan ook behoorlijk verbazen.

Toch zou ik het goed vinden als juist de mensen die al die mooie bieren maken waarop ik zo dol ben optimaal transparant zijn als dat nu nog niet zo is. Vertel waar het bier vandaan komt. Vertel welke grondstoffen je gebruikt en hoe je daar aan komt. Natuurlijk hoef je dan niet exact te vertellen welke recepten je gebruikt, dat zou wel erg ver gaan. Maar gooi waar mogelijk de luiken open en vertel de consument wat hij krijgt voor zijn geld. Ik ben er van overtuigd dat hij dat zal waarderen en dat het bovendien een goede methode is om te voorkomen dat ook de bierwereld een bak negatieve publiciteit over zich heen krijg zoals nu de vleesindustrie.

dinsdag 25 maart 2014

Bewaar me!

Ooit kon een beetje café eigenaar goedkoop aan bockbier van het jaar er voor komen. De brouwerijen wisten niet wat ze er mee moesten en waren blij als ze er nog wat voor kregen. Toen kwam de periode dat brouwerijen het bier achter hielden en ondertussen blijkt oud bier mode te worden. Hoe ouder hoe beter schijnen sommigen te denken.

Ik heb het zelf ook wel gepoogd. Elk jaar een krat Rochefort 10 kopen en dan minimaal de helft jarenlang bewaren. Helaas kregen we toen ineens een warme zomer en dat heeft me er voorgoed vanaf geholpen. Mijn toenmalige huis was niet geschikt en waar ik nu woon is het niet veel beter. Geen kelder, maar wel een schuurtje waar de elementen vrij stevig vat op hebben. Weer geen bier bewaarplaats dus.

Ik ben ook niet de enige met dat probleem. Mensen die in de loop der jaren deel hebben genomen aan de bierproefavonden van PINT Regio Noord-Holland herinneren zich met enige afschuw nog de bieren die van de zolder van de organisator kwamen. De discretie verbied me zijn naam te noemen. Ik heb daar leren beseffen dat oud bier niet altijd beter van smaak hoeft te zijn dan vers bier. Als de mensen van STIBON het geproefd hadden zouden ze geweten hebben dat op die zolder voor  jaren aan lesmateriaal lag voor het onderdeel smaakafwijkingen. Goed, misschien niet alle, maar ik maak me sterk dat ze een heel eind zouden komen. Wij kregen dat tegen een gering bedrag mee, maar waren er niet altijd blij mee. Om maar een eufemisme te gebruiken.

Kortom: bier bewaren is een kunst, vooral als je nog beseft dat ook onder ideale omstandigheden niet alle bieren zich lenen om te bewaren. Als ik het moet samenvatten roep ik altijd dat bier bij bewaren in elk geval verandert en of dat ten goede of ten kwade is valt ook weer niet altijd te voorspellen. Voor je het weet heb je zo'n typische "oud bier" smaak. Daar zal een betere term voor zijn, maar die weet ik niet. Wel weet ik dat als die smaak er aan zit ik het bier niet lekker vind. Een goede gootsteen in de buurt is dan voor mij een enorme pre. En op een of andere manier kom ik vaker oude bieren tegen met die smaak dan zonder.

Nu zijn er ongetwijfeld bieren die heel goed te bewaren zijn en waar ook gedurende de loop der jaren aandacht aan is besteed. Ik moet daarbij denken aan die bierbank die er aan zit te komen. Voor wie het gemist is en bierbank is niet een soort variant op een borreltafel, maar een heuse opslagplaats waar onder ideale omstandigheden de best te bewaren bieren worden vertroeteld en steeds mooier worden. Dat is althans de vaste overtuiging van de initiatiefnemers. Ik zal het met belangstelling gaan volgen.

Ondertussen blijf ik biertjes drinken. Sommige daarvan zijn net afgevuld en dus kakelvers. Andere zullen ouder zijn. En weer andere komen in de richting van Very Old Superiour. En wie weet loop ik over jaren tegen een van de producten van de Bierbank aan. Maar als het gaat om zelf bier te bewaren heb ik maar één reactie: bewaar me!

dinsdag 4 maart 2014

Samenwerking of eenheidsworst

Sommige blogs brengen me op een idee dat wat meer woorden vergt dan een normale reactie op de daarvoor bestemde plaats. Het blog van Fiona waarin ze pleit voor samenwerking is er een van. Voor ik het wist had ik zoveel tekst dat een apart blog me beter leek.

Ik heb enige weken geleden genoten van het schaatsen op de Olympische Spelen. Op een enkele uitzondering na waren de podiumplaatsen allemaal oranje en had het buitenland weinig in  te brengen. Nogal wat kenners waren de mening toe gedaan dat dit een duidelijke oorzaak had. De concurrentie tussen de verschillende merkenploegen had iedereen er toe gestimuleerd om tot het uiterste te gaan om te presteren en in het Olympisch Kwalificatie Toernooi was uitgemaakt wie het beste kon pieken op het juiste moment.

Daaraan moest ik denken toen ik het pleidooi van Fiona las tegen een tweede bieropleiding naast STIBON en ook tegen andere nieuwe initiatieven naast de bestaande. Ooit dacht de KNSB ook zo. Er was één kernploeg onder de bezielende leiding van die club en daar trainde de hele top. Op dat moment misschien wel goed, maar de opmars van het Nederlandse schaatsen begon weer vorm te krijgen met het ontstaan van merkenploegen. Die waar mogelijk samenwerken, maar op andere fronten de concurrentie aan gaan met elkaar. Met bovengenoemde gevolgen.

Het zou wat mij betreft uitstekend zijn als er een tweede bieropleiding naast STIBON kwam. Als die goed wordt opgezet zal STIBON de hete adem in de nek voelen en daardoor geprikkeld worden om zich te blijven verbeteren. Om vooral in te spelen op de wensen van de markt en dus een opleiding te bieden die nog meer bij deze wensen aansluit. De nieuweling zal op zijn beurt zien hoe ze moeten blijven knokken om zich een positie naast STIBON te verwerven. Zal misschien in gaten springen die STIBON laat vallen. Ofwel deze twee instituten kunnen elkaar dan stimuleren om voor goud te gaan. Ik zie dan twee bloeiende opleidingen ontstaan die de vergelijking met het buitenland ruimschoots aan kunnen. En een bierwereld die steeds beter opgeleid uitdagingen tegemoet kan treden.

Voor andere initiatieven heb ik hetzelfde. Laat maar weer eens twee mensen besluiten dat de bierwereld op hun ideeën zit te wachten. Laten ze maar de concurrentie aan gaan met al bestaande bedrijfjes op hetzelfde gebied. Dat dwingt iedereen om wakker te blijven. Om zich te verdiepen in de markt en in de klanten die zich daar bevinden. En vooral ook in hoe zij daar het beste op in kunnen spelen. Natuurlijk: er zullen initiatieven zijn die helaas een kort leven beschoren zijn. Er zullen  bedrijven zijn die het niet redden. Maar dat hoort ook bij dat spel. Er zijn ook schaatsers niet naar Sochi mochten. Maar uiteindelijk blijven de beste boven drijven, dat is mijn stellige overtuiging.

Ondertussen deel ik de wat zwartgallige gedachten van Fiona over het gebrek aan samenwerking niet. Links en rechts zie ik collaboration brews ontstaan, waarin brouwers samen een bier brouwen en ondertussen ervaringen uitwisselen. Ik zie ook op festivals brouwers bij elkaar buurten, elkaars bier proeven en deelgenoot maken van wetenswaardigheden. De een wat meer dan de ander, maar toch. ik heb ook niet de indruk dat de samenwerking geschuwd wordt, Maar ook hier: samenwerking waar mogelijk, concurrentie op andere vlakken. In dat opzicht is het leuk ook hier nog even te memoreren wat ik al geschreven had: dat een Nederlandse brouwer me toevertrouwde dat het hem opviel dat op een Belgisch festival iedere brouwer vooral bij zijn eigen toko bleef en alleen zijn eigen bier dronk.

De Nederlandse bierwereld is momenteel enorm in beweging. Initiatieven komen en gaan. De consument is daarbij met wat mazzel de grote winnaar. Hij ziet zijn keus steeds groter worden. En hij is uiteindelijk ook de scheidsrechter die bepaalt wie wint en verliest. Aan de bierwereld de uitdaging om die beslissing zo moeilijk mogelijk te maken. Samenwerking is goed, maar laten we niet streven naar eenheidsworst.

vrijdag 17 januari 2014

Zijn wijnsnobs onverbeterlijk?

In de wijnwereld kijken mensen nogal wat mensen neer op bier. Is dat alleen een kwestie van onwetendheid of is er meer aan de hand?

Het gebeurde in het jaar 2000 en ik heb het uit overlevering. PINT regio Noord-Holland wilde haar 5 jarig bestaan wat extra's geven en besloot tot een bijzonder bierdiner: het restaurant van een bekend tophotel werd benaderd of zij de uitdaging aan wilden om in plaats van met wijn met bier te koken en er ook bier bij te serveren. De reactie van de chef van het restaurant moet vrij spectaculair geweest zijn: de goede man meldde op hoge toon dat hij zijn opleiding in Frankrijk had genoten en dat hij als uiterste concessie één gang met bier wilde serveren, maar dat was wel het absolute maximum. Het gesprek duurde daarna nog vrij kort en het bierdiner werd gehouden in het restaurant van hotel L' Europe, waar we nog een aantal lustrums tot volle tevredenheid hebben gevierd met een bijzonder bierdiner.

Ik moest daar aan denken toen ik vandaag een Twitter conversatie langs zag komen die hier bij aan sloot. Iemand uit de Horeca had zich laten ontvallen dat "iets goeds met bier" een "contradicti in terminis" is, ofwel dat iets goeds en bier niet samen gaan. Uit een andere tweet in de discussie die volgde maak ik op dat het hier om een wijnkenner gaat. Dat ik de goede man niet ken zal overigens direct aan mij liggen, het kan best een kok zijn die onlangs voor zijn tent een of meer sterren heeft gekregen. Maar van bier weet de man blijkbaar weinig af.

Deze twee voorbeelden zijn niet de enige waaruit blijkt dat het in wijnkringen niet ongebruikelijk is om op bier neer te kijken. Er zijn kwaliteitskranten die een eigen wijnclub hebben, maar bier zal je weinig tegen komen in hun kolommen. En toen Fiona ooit de blijkbaar nogal uitdagende stelling poneerde dat bier veel beter bij spijs gaat dan wijn was er tenminste één wijnredacteur die met enig dedain en voor zover ik na kon gaan vrij feitenvrij deze stelling bevocht.  Ook ander reacties op de stelling waren niet geheel ontbloot van enig superioriteitsgevoel. En vermakelijk om te lezen overigens.

Er zijn  in de bierwereld mensen die denken dat je dit kunt ombuigen door elementen uit de wijnwereld over te nemen. Dan hoor ik weer dat bier vooral uit een grote fles in wijnglazen geschonken moet worden. En dat de etiketten fraaier moeten worden. En natuurlijk door iemand die alles van bier en vooral van bier en spijs weet een biersommelier te noemen. Ik ben eigenwijs genoeg om daar mijn twijfels over te hebben. Ik vrees dat een groot aantal wijnkenners en mensen die denken dat te zijn onverbeterlijk is. Ze zien direct al of ze met wijn of bier te maken hebben en hebben dan hun oordeel al klaar ook.

Eigenlijk vind ik dat best. Laat mensen maar in hun ivoren toren. De bierwereld bloeit momenteel als nooit te voren en steeds meer consumenten die zich niet door vooroordelen laten leiden weten dat te waarderen. Brouwers hebben moeite om aan de vraag te voldoen en ook voor nieuwelingen lijkt er plaats genoeg te zijn. Als er mensen zijn die zich daarvan af willen sluiten, dan is dat hun zaak en misschien hun probleem op. Ik neem ondertussen rustig een biertje en ook wel een wijntje. Blij dat ik wel van twee werelden kan genieten!

maandag 30 december 2013

Ervaringen in België

Afgelopen vrijdag was ik met enige biervrienden in Gent. Een mooie gelegenheid voor een hernieuwde kennismaking met Belgisch Bier. Hier onder mijn geheel subjectieve en wie weet ongepaste relaas.

We hadden een lijstje bij ons met die cafés die naar verwachting een bovengemiddeld bier aanbod hadden. In een land dat zich graag het beste bierland ter wereld noemt zou zoiets toch tot mooie ontdekkingen moeten leiden. Helaas was de werkelijkheid enigszins anders.

Natuurlijk: België kent een aantal klassieke bieren die terecht beroemd zijn in de hele wereld. Een bier als Orval bijvoorbeeld is altijd weer mooi om te drinken en ik zou een heel blog kunnen vullen met het noemen van andere fraaie bieren. Ook weet ik dat in  België een aantal brouwerijen het experiment niet schuwt en probeert eens wat anders te maken dan wat er al is. Maar met name van dat laatste was in Gent heel weinig te merken.

We kwamen op onze tocht welgeteld één bier tegen waarvan op de kaart stond dat er dry hopping was toegepast. Vol verwachting bestelden we het bier. Het effect van de dry hopping bleek vakkundig gemaskeerd en uiteindelijk was het gewoon weer een van de vele wat zoetige bieren die België lijken te kenmerken. De meeste bieren die we proefden vielen namelijk in die categorie. Dat kan toevallig zijn geweest, want een van de andere dingen die me opviel was dat van enige informatie over de bieren die verkrijgbaar waren over et algemeen geen sprake was. Soms was er een indeling in categorieën, maar ik kwam ook een simpele alfabetische opsomming tegen. Blijkbaar ging men er daar vanuit dat iedereen wel wist wat hij wilde hebben en dus alleen maar even hoefde te kijken of dat bier aanwezig was. Tot enige zoektocht naar bijzonder bieren nodigt een dergelijke lijst in elk geval niet uit.

Zonder nu te zeggen dat het allemaal niets was, ik heb best wel een aantal goed bieren geproefd, miste ik al met al iets. Ik miste de "wauw" ervaring van een verrassend goed bier. Ik miste uitdagende bieren. Terwijl die bieren wel degelijk in België gebrouwen worden. Klopte ons lijstje misschien niet? Hebben we een café overgeslagen waar dit soort bieren wel geschonken worden? Ik weet het niet.

De volgende dag sprak ik een brouwer in Nederland. Hij vertelde over het verschil in beleving tussen Nederlandse festivals en een Belgisch festival waar hij als brouwer gestaan had. In Nederland komen brouwers elkaar graag tegen op festivals. Als het even rustig is gebruiken ze die tijd om elkaars bieren te proeven en  ervaringen uit te wisselen. Op die manier leren ze van elkaar en inspireren ze elkaar om zichzelf te verbeteren. Tot zijn stomme verbazing was daar op dat Belgische festival geen sprake van. Iedereen bleef vooral op zijn eigen vierkante meter en pogingen tot toenadering werden beslist afgewezen. Bier van een ander drinken was al helemaal uit den boze.

Al met al bekroop mij het gevoel dat in elk geval in de Horeca bij onze zuiderburen de tijd een beetje stil heeft gestaan en dat ontwikkelingen in de rest van Europa aan veel consumenten daar voorbij zijn gegaan. En als ik die Nederlandse brouwer mag geloven staan ook niet al zijn Belgische collega's te trappelen om zich verder te ontwikkelen en samen met anderen de Belgische Biercultuur naar een nog hoger plan te tillen. Of dat waar is? De steekproef die ik genomen heb is te klein om daar zeker van te zijn. Maar ik kwam helaas geen voorbeelden tegen die mijn gevoel weerspraken. Sterker nog: ik kwam na terugkomst een bericht tegen van Filip Geerts over een stout. Blijkbaar een heel mooi bier, maar uitgerekend in België zelf nauwelijks verkrijgbaar.


maandag 23 december 2013

Naar de winkel rennen?

Nog een paar dagen en dan vergaat de bierwereld. Dan komt dat moment waarvoor we naar ik begrepen heb op initiatief van Heineken gewaarschuwd hebben. Maar dat we toch niet hebben kunnen voorkomen: 1 januari gaat de accijnsverhoging op bier in.

Dus deze week en begin volgende week kun je nog je slag slaan. Ga naar je slijter of de supermarkt en vul je mandje of karretje met bier. Wees de accijnsverhoging voor en trek een lange neus naar de minister van financiën. Laat vooral zien dat je niet bereid bent die enorme accijnsverhoging te betalen. Trek daarna naar het grootste plein in je stad of dorp en roep de bierrevolutie uit. Kortom kom in actie tegen deze waanzinnig verhoging.

Of toch maar niet. Het is een beetje als de dag voor een verhoging van de benzineprijs je auto nog vol tanken: het geeft misschien een goed gevoel, maar helpen doet het weinig. Want een beetje rekenen leert al snel dat het met die enorme verhogingen wel mee valt. Ik kom op zo'n 3 cent per liter voor bier in de hoogste categorie en dat is inclusief die ook al schandalig hoge BTW. Op ene kratje van zo'n 8 liter betaal je dus na 1 januari maar liefst 25 cent meer dan nu. Wie zich daarvoor dit jaar nog een breuk wil sjouwen moet dat vooral doen, maar ik denk dat ik pas. Een paar keer rijden met de auto is al helemaal duurder dan wanneer je gewoon je bier haalt als je toch in de buurt bent. is het nog verser ook als de slijter niet nu al aan het hamsteren is geslagen...

Ik heb me het afgelopen jaar verbaasd over alle heisa rond die accijnsverhoging, zeker toen de hoogte ervan terug werd gebracht. Ik heb me daar ook al over uitgelaten in eerdere berichten van me. Ik zal dus niet gaan hamsteren. Ik koop mijn bier als ik daar behoefte aan heb. En ik zie wel hoe hoog de prijs dan zal zijn. Ondertussen wacht ik het komende rapport af van een onderzoeksbureau dat keurig opschrijft wat de opdrachtgever graag wil horen. Kan ik dat weer lezen en in een blog daar de gaten in schieten.

Ondertussen wens ik iedereen die dit leest fijne feestdagen en een voorspoedig 2014. Neem daar vooral een biertje op. Ik zou dat in elk geval maar zo kunnen gaan doen.

vrijdag 13 december 2013

Een avond Mooiste Contactfonds

Gisteravond was ik weer eens vrijwilliger bij een kerstviering van het Mooiste Contactfonds. Deze vieringen worden gehouden voor kwetsbare ouderen, omdat die de meeste kans lopen om contact met anderen te verliezen. Een avond lang worden ze in de watten gelegd met een drie gangen diner en een amusementsprogramma. En zeker deze keer stak ik er zelf ook het nodige van op.

“Voor ons is het ook heel fijn dat we een keer niet hoeven te verzorgen, maar verzorgd worden”. Dat zei de vrouw die naast me aan tafel zat. Zij was duidelijk niet op de leeftijd die ik verwachtte van onze gasten daar in Amersfoort. Zoals meer mensen bij mij aan tafel nog niet de leeftijd hadden waarop je in een verzorgingstehuis terecht komt. Ik bleek dan ook bij een bijzondere groep terecht gekomen. Het ging om mensen met Alzheimer en hun partners. En de vrouw die haar verhaal begon te vertellen had de zorg over een man die deze ziekte had.

Hij was hoofd inkoop van een groot bedrijf en verantwoordelijk voor alle inkopen “van energie tot Paperclips”. Ze hadden plannen voor als hij zou zijn gestopt met werken. Reizen zouden ze en nog veel meer. En toen begon hij af en toe wat vreemd te doen.  En op zijn 56e werd de diagnose Alzheimer gesteld. Ik schrok: zo oud ben ik nu. De vrouw vertelde hoe van alle dromen niets terecht kwam. Hoe hem in het bedrijf waar hij werkte steeds meer verantwoordelijkheden afgenomen waren tot aan die dag dat de diagnose gesteld werd. Hoe de man nu niet eens zijn eigen vlees meer kon snijden. En hoe alle zorg op haar neer kwam.

“Weet jij wie van de mensen aan tafel Alzheimer heeft?”, vervolgde ze. Ik wist het niet. “Kun je nagaan hoe mensen dat verbergen”. Ze wees ze een voor een aan en ik zag nog steeds niets aan die mensen. Waarna ze vertelde dat de jongste “dementerende”in Nederland 23 jaar is. “Dan duurt het jaren voordat ze de diagnose stellen. Als je 80 bent zijn ze daar veel sneller mee”. Er ging een hele wereld voor me open.

Hierna had ze nog een boodschap voor me. “Je weet niet wanneer je zo iets kan overkomen. Wacht dus niet met het doen van die dingen die je wilt doen. Leef vooral nu en ga er niet vanuit dat wat je nu niet doet je later kunt inhalen”. Dat was de boodschap die ze aan zoveel mogelijk mensen wilde doorgeven en ze vroeg me het te delen. Wat ik bij deze dus ook doe. Het is ook in ons bedrijf zo gemakkelijk om je helemaal in je werk te storten. Lange dagen te maken en de dingen die je wilt doen nog uit te stellen. Deze mevrouw en haar man hadden dat ook gedaan. Tot het te laat was.
Om ons heen ging de avond verder. Ik lette op mijn tafelgenoten en zagen dat ze plezier hadden. Even ontspannen. En voor de partners van de Alzheimer patiënten even niet verzorgen, maar je een beetje in de watten laten leggen en je uitleven op de dansvloer.  En besefte eens te meer wat een prachtig fenomeen het Mooiste Contact Fonds is.

(noot: de stukken tussen aanhalingstekens zijn woorden van mijn tafelgenote die ik uit het hoofd citeer)