Nog een paar dagen en dan vergaat de bierwereld. Dan komt dat moment waarvoor we naar ik begrepen heb op initiatief van Heineken gewaarschuwd hebben. Maar dat we toch niet hebben kunnen voorkomen: 1 januari gaat de accijnsverhoging op bier in.
Dus deze week en begin volgende week kun je nog je slag slaan. Ga naar je slijter of de supermarkt en vul je mandje of karretje met bier. Wees de accijnsverhoging voor en trek een lange neus naar de minister van financiën. Laat vooral zien dat je niet bereid bent die enorme accijnsverhoging te betalen. Trek daarna naar het grootste plein in je stad of dorp en roep de bierrevolutie uit. Kortom kom in actie tegen deze waanzinnig verhoging.
Of toch maar niet. Het is een beetje als de dag voor een verhoging van de benzineprijs je auto nog vol tanken: het geeft misschien een goed gevoel, maar helpen doet het weinig. Want een beetje rekenen leert al snel dat het met die enorme verhogingen wel mee valt. Ik kom op zo'n 3 cent per liter voor bier in de hoogste categorie en dat is inclusief die ook al schandalig hoge BTW. Op ene kratje van zo'n 8 liter betaal je dus na 1 januari maar liefst 25 cent meer dan nu. Wie zich daarvoor dit jaar nog een breuk wil sjouwen moet dat vooral doen, maar ik denk dat ik pas. Een paar keer rijden met de auto is al helemaal duurder dan wanneer je gewoon je bier haalt als je toch in de buurt bent. is het nog verser ook als de slijter niet nu al aan het hamsteren is geslagen...
Ik heb me het afgelopen jaar verbaasd over alle heisa rond die accijnsverhoging, zeker toen de hoogte ervan terug werd gebracht. Ik heb me daar ook al over uitgelaten in eerdere berichten van me. Ik zal dus niet gaan hamsteren. Ik koop mijn bier als ik daar behoefte aan heb. En ik zie wel hoe hoog de prijs dan zal zijn. Ondertussen wacht ik het komende rapport af van een onderzoeksbureau dat keurig opschrijft wat de opdrachtgever graag wil horen. Kan ik dat weer lezen en in een blog daar de gaten in schieten.
Ondertussen wens ik iedereen die dit leest fijne feestdagen en een voorspoedig 2014. Neem daar vooral een biertje op. Ik zou dat in elk geval maar zo kunnen gaan doen.
Welkom op mijn Blog. Als anderen in paniek raken hoef jij het niet meer te doen. Geen Paniek dus. Of je nu in Dad's Army zit of door de Melkweg lift maakt daarbij niet uit. Op dit blog zieleroerselen, gedachtenspinsels en wat ik leuk vind om te schrijven. Wie er een lijn in ziet mag het zeggen.
Translate
maandag 23 december 2013
vrijdag 13 december 2013
Een avond Mooiste Contactfonds
Gisteravond was ik weer eens vrijwilliger bij een kerstviering van het Mooiste Contactfonds. Deze vieringen worden gehouden voor kwetsbare ouderen, omdat die de meeste kans lopen om contact met anderen te verliezen. Een avond lang worden ze in de watten gelegd met een drie gangen diner en een amusementsprogramma. En zeker deze keer stak ik er zelf ook het nodige van op.
“Voor ons is het ook heel fijn dat we een keer niet hoeven te verzorgen, maar verzorgd worden”. Dat zei de vrouw die naast me aan tafel zat. Zij was duidelijk niet op de leeftijd die ik verwachtte van onze gasten daar in Amersfoort. Zoals meer mensen bij mij aan tafel nog niet de leeftijd hadden waarop je in een verzorgingstehuis terecht komt. Ik bleek dan ook bij een bijzondere groep terecht gekomen. Het ging om mensen met Alzheimer en hun partners. En de vrouw die haar verhaal begon te vertellen had de zorg over een man die deze ziekte had.
Hij was hoofd inkoop van een groot bedrijf en verantwoordelijk voor alle inkopen “van energie tot Paperclips”. Ze hadden plannen voor als hij zou zijn gestopt met werken. Reizen zouden ze en nog veel meer. En toen begon hij af en toe wat vreemd te doen. En op zijn 56e werd de diagnose Alzheimer gesteld. Ik schrok: zo oud ben ik nu. De vrouw vertelde hoe van alle dromen niets terecht kwam. Hoe hem in het bedrijf waar hij werkte steeds meer verantwoordelijkheden afgenomen waren tot aan die dag dat de diagnose gesteld werd. Hoe de man nu niet eens zijn eigen vlees meer kon snijden. En hoe alle zorg op haar neer kwam.
“Weet jij wie van de mensen aan tafel Alzheimer heeft?”, vervolgde ze. Ik wist het niet. “Kun je nagaan hoe mensen dat verbergen”. Ze wees ze een voor een aan en ik zag nog steeds niets aan die mensen. Waarna ze vertelde dat de jongste “dementerende”in Nederland 23 jaar is. “Dan duurt het jaren voordat ze de diagnose stellen. Als je 80 bent zijn ze daar veel sneller mee”. Er ging een hele wereld voor me open.
Hierna had ze nog een boodschap voor me. “Je weet niet wanneer je zo iets kan overkomen. Wacht dus niet met het doen van die dingen die je wilt doen. Leef vooral nu en ga er niet vanuit dat wat je nu niet doet je later kunt inhalen”. Dat was de boodschap die ze aan zoveel mogelijk mensen wilde doorgeven en ze vroeg me het te delen. Wat ik bij deze dus ook doe. Het is ook in ons bedrijf zo gemakkelijk om je helemaal in je werk te storten. Lange dagen te maken en de dingen die je wilt doen nog uit te stellen. Deze mevrouw en haar man hadden dat ook gedaan. Tot het te laat was.
Om ons heen ging de avond verder. Ik lette op mijn tafelgenoten en zagen dat ze plezier hadden. Even ontspannen. En voor de partners van de Alzheimer patiënten even niet verzorgen, maar je een beetje in de watten laten leggen en je uitleven op de dansvloer. En besefte eens te meer wat een prachtig fenomeen het Mooiste Contact Fonds is.
(noot: de stukken tussen aanhalingstekens zijn woorden van mijn tafelgenote die ik uit het hoofd citeer)
“Voor ons is het ook heel fijn dat we een keer niet hoeven te verzorgen, maar verzorgd worden”. Dat zei de vrouw die naast me aan tafel zat. Zij was duidelijk niet op de leeftijd die ik verwachtte van onze gasten daar in Amersfoort. Zoals meer mensen bij mij aan tafel nog niet de leeftijd hadden waarop je in een verzorgingstehuis terecht komt. Ik bleek dan ook bij een bijzondere groep terecht gekomen. Het ging om mensen met Alzheimer en hun partners. En de vrouw die haar verhaal begon te vertellen had de zorg over een man die deze ziekte had.
Hij was hoofd inkoop van een groot bedrijf en verantwoordelijk voor alle inkopen “van energie tot Paperclips”. Ze hadden plannen voor als hij zou zijn gestopt met werken. Reizen zouden ze en nog veel meer. En toen begon hij af en toe wat vreemd te doen. En op zijn 56e werd de diagnose Alzheimer gesteld. Ik schrok: zo oud ben ik nu. De vrouw vertelde hoe van alle dromen niets terecht kwam. Hoe hem in het bedrijf waar hij werkte steeds meer verantwoordelijkheden afgenomen waren tot aan die dag dat de diagnose gesteld werd. Hoe de man nu niet eens zijn eigen vlees meer kon snijden. En hoe alle zorg op haar neer kwam.
“Weet jij wie van de mensen aan tafel Alzheimer heeft?”, vervolgde ze. Ik wist het niet. “Kun je nagaan hoe mensen dat verbergen”. Ze wees ze een voor een aan en ik zag nog steeds niets aan die mensen. Waarna ze vertelde dat de jongste “dementerende”in Nederland 23 jaar is. “Dan duurt het jaren voordat ze de diagnose stellen. Als je 80 bent zijn ze daar veel sneller mee”. Er ging een hele wereld voor me open.
Hierna had ze nog een boodschap voor me. “Je weet niet wanneer je zo iets kan overkomen. Wacht dus niet met het doen van die dingen die je wilt doen. Leef vooral nu en ga er niet vanuit dat wat je nu niet doet je later kunt inhalen”. Dat was de boodschap die ze aan zoveel mogelijk mensen wilde doorgeven en ze vroeg me het te delen. Wat ik bij deze dus ook doe. Het is ook in ons bedrijf zo gemakkelijk om je helemaal in je werk te storten. Lange dagen te maken en de dingen die je wilt doen nog uit te stellen. Deze mevrouw en haar man hadden dat ook gedaan. Tot het te laat was.
Om ons heen ging de avond verder. Ik lette op mijn tafelgenoten en zagen dat ze plezier hadden. Even ontspannen. En voor de partners van de Alzheimer patiënten even niet verzorgen, maar je een beetje in de watten laten leggen en je uitleven op de dansvloer. En besefte eens te meer wat een prachtig fenomeen het Mooiste Contact Fonds is.
(noot: de stukken tussen aanhalingstekens zijn woorden van mijn tafelgenote die ik uit het hoofd citeer)
dinsdag 10 december 2013
Vormt Engels een bedreiging voor onze taal?
In een krant zag ik weer eens een uitgebreide column over de
toename van het gebruik van Engels in onze taal. Een bedreiging?
De klacht dat de Nederlandse taal steeds meer doorspekt is
met Engelse woorden is niet nieuw. Ik hoor dat al zo lang ik me kan herinneren.
En soms doet iemand een manmoedige poging om aan te tonen dat voor al die
Engelse woorden uitstekende Nederlandse vervangers zijn. Een computer wordt dan
rekentuig. Een printer een afdrukeenheid. En zo kunnen we door gaan. Leuke
pogingen, die alle echter één ding gemeen hebben: ze stranden hopeloos. En zo
gek is dat niet. Het Nederlands is al
lange tijd doorspekt met buitenlandse woorden, vaak zonder dat we er erg in
hebben. Wie weet nog dat piano oorspronkelijk niet Nederlands was, of radio,
automobiel en ga zo maar door. We veranderen er soms iets aan, maar dat is het
dan. Op zeker moment hoort het gewoon tot onze Nederlandse woordenschat. Zo is
het ook met veel Engelse woorden gegaan. Ik ken iemand die zo’n hekel heeft aan
zijn afkomst, dat hij weigert Engelse woorden te gebruiken. Ik heb
vaak moeite hem te verstaan en vraag me soms af hoe hij ooit aan de Nederlandse
vertaling gekomen is.
Natuurlijk is er een hoop modieus gedoe bij het gebruik van
Engels. Denk aan TV programma’s, functies in bedrijven en instellingen en
dergelijke. Ik kan daar persoonlijk niet warm voor lopen en vind “nieuwe oogst”
eigenlijk net zo’n goede titel als “The Voice of Holland”. Nu gaat het vaak om programma’s waar ik toch
niet naar kijk, dus last heb ik er verder niet van. Het zal wel goed voor de
kijkcijfers zijn en dan zijn er blijkbaar mensen die er wel prijs op stellen.
Mij boeit het in elk geval niet. Ik raak onder de indruk noch geïrriteerd.
Dat laatste heeft te maken met het rotsvaste geloof dat
Nederlands nog lang niet dood is. De taal kan tegen een stootje, tenminste hier
in ons land. In België ligt dat anders: daar staat de taal bijna continu onder
de dreiging van het Waals. Ik vermoed dat het daarom is dat men daar veel
krampachtiger is in het gebruik van Nederlandse woorden met fraaie woorden als
droogkuis als gevolg. In Nederland kunnen we het ons permitteren om de taal te
larderen met Engelse woorden, juist omdat de taal hier zo goed als onomstreden
is. In die zin is de toename van het gebruik van die woorden eerder een teken
van kracht dan van zwakte. Het Nederlands kan er tegen!
woensdag 4 december 2013
Nog een maand
December is weer ingegaan. Sint komt zo, daarna even doorbijten en we zitten onder de kerstboom en na wat knallen op oudejaarsavond beginnen we met een nieuw jaar en schone lij. Tijd om om te kijken natuurlijk.
2013 is in elk geval een jaar geworden waarin de mensen van Cambrinus.nl tot het uiterste op de proef werden gesteld. Brouwerijen en brouwerij huurders vlogen als paddenstoelen uit de grond en probeer dan maar eens bij te blijven. Met de bierkaart en het boekje met Nederlandse brouwerijen zal dat nog erger zijn: op het moment dat je met bloed zweet en tranen zo'n fraai drukwerk klaar hebt moet je eigenlijk constateren dat het al weer verouderd is. Hoeveel brouwerijen we nu hebben? Ergens rond de honderd, maar ik ben het getal al kwijt. Van brouwerij huurders weet ik het al helemaal niet meer. Bier is hot blijkbaar en dan heb ik het niet eens over glühkriek.
Helaas is 2013 ook het jaar geworden dat twee brouwerijen verdwenen. Christoffel en Breugems zagen zich genoodzaakt hun activiteiten te staken. Beide biermerken zijn wel gebleven. Patrick Breugems is als huurbrouwer verder gegaan en weer volop te vinden. Hoe het met Christoffel zit is me wat onduidelijker. Ja het biermerk bestaat weer, maar of het nog iets met het oude Christoffel bier te maken heeft? Ik vraag het me af. In elk geval is dit een teken dat ook in de wereld van het bijzonder bier succes niet gegarandeerd is.
2013 is wat mij betreft niet het jaar van het alcoholvrij bier geworden. In een in opdracht van de vereniging Nederlandse Brouwers gemaakt rapport werd dat wel gesuggereerd en de media namen het over. daarna heb ik er niet veel meer van gehoord, dus of die doorbraak is er niet geweest of ik heb hem gemist. Beide vind ik niet erg. Het is mijn pakkie aan niet. Ik drink of bier met alcohol of een frisdrank of desnoods water. Dat vind ik beter te hachelen dan wat brouwers me aan alcoholvrij bier voorschotelen. Maar laat een ieder zijn eigen mening hebben.
Verder is in 2013 PINT weer gegroeid en als actief lid ben ik daar blij mee. Wie nog geen lid is raad ik het aan te doen. Help de vereniging te groeien tot de vertegenwoordiger van de bierconsumenten waar anderen niet omheen konden. Nu kan de organisatie van de week van het Nederlandse Bier nog straffeloos de belangrijkste activiteit (het symposium) negeren in haar programmaboekje. En mij Mongozo laten tappen, maar dat terzijde. Laten we Jeroen gewoon als afscheidscadeau geven dat we voor de ALV in mei nog uitgroeien tot 5000 leden. is ambitieus, maar wie weet!
2013 is ook het jaar van gedoe rond de prijs van bier, maar daarin is dit jaar niet uniek. Wie hoopte dat naar aanleiding van alle commotie en rechtszaken rond contracten tussen brouwer en horeca de zaak meer transparant zou worden zal wederom teleurgesteld zijn. Alles bleef bij het oude, zij het dat de prijzen van bier voor de Horeca wel omhoog gingen. Dat was voor een gezonde bedrijfsvoering (van de grote brouwerijen, niet van de Horeca) of om een andere reden die lekker bekt in de krant maar weinig zegt. Supermarkten blijft deze ongein bespaard, want die hebben macht en daar kunnen brouwers niet tegen op zo lijkt het. Dus blijft er gestunt worden met bier en hebben oproepen om daar iets aan te doen geen effect.
Dan waren er natuurlijk allerlei wedstrijden waar je kon laten zien dat jouw bier het lekkerste dan wel beste was, dat je het best kon tappen of dat je het beste café hebt. Die laatste twee categorieën dan nog het liefst georganiseerd door één brouwer, zodat je weet dat de winnaar het juiste bier tapt. Voor de consument misschien niet handig, maar wel reden voro een feestje voor de marketeers van de brouwerij!
Tenslotte was er de actie tegen de bierbelasting. Uiteindelijk gaat dat maximaal over zo'n 7 dubbeltjes per vat van 20 liter. daardoor schijnen we met z'n allen naar het buitenland te vluchten om daar ons bier te kopen. Dus algehele opstand onder leiding van de Nederlandse Brouwers en met medewerking van brouwers, cafés, consumenten en wie al niet meer. "Storm in een glas water" lijkt me nog de beste samenvatting van maanden actie. Maar het verlegde wel mooi de aandacht van die prijsverhoging die de grote brouwerijen zelf bedacht hadden natuurlijk.
Al met al heb ik me op biergebied wel vermaakt tot nu toe. Nog een paar festivals, een leuk biertje bij de kerstboom, daarna misschien een mooie bier - oliebol combinatie en dan opgewekt naar 2014 toe. Hoewel ik zeker niet uit sluit voor die tijd nog van jullie te horen nu alvast fijne feestdagen en een gelukkig 2014. Met een biertje en zo!
2013 is in elk geval een jaar geworden waarin de mensen van Cambrinus.nl tot het uiterste op de proef werden gesteld. Brouwerijen en brouwerij huurders vlogen als paddenstoelen uit de grond en probeer dan maar eens bij te blijven. Met de bierkaart en het boekje met Nederlandse brouwerijen zal dat nog erger zijn: op het moment dat je met bloed zweet en tranen zo'n fraai drukwerk klaar hebt moet je eigenlijk constateren dat het al weer verouderd is. Hoeveel brouwerijen we nu hebben? Ergens rond de honderd, maar ik ben het getal al kwijt. Van brouwerij huurders weet ik het al helemaal niet meer. Bier is hot blijkbaar en dan heb ik het niet eens over glühkriek.
Helaas is 2013 ook het jaar geworden dat twee brouwerijen verdwenen. Christoffel en Breugems zagen zich genoodzaakt hun activiteiten te staken. Beide biermerken zijn wel gebleven. Patrick Breugems is als huurbrouwer verder gegaan en weer volop te vinden. Hoe het met Christoffel zit is me wat onduidelijker. Ja het biermerk bestaat weer, maar of het nog iets met het oude Christoffel bier te maken heeft? Ik vraag het me af. In elk geval is dit een teken dat ook in de wereld van het bijzonder bier succes niet gegarandeerd is.
2013 is wat mij betreft niet het jaar van het alcoholvrij bier geworden. In een in opdracht van de vereniging Nederlandse Brouwers gemaakt rapport werd dat wel gesuggereerd en de media namen het over. daarna heb ik er niet veel meer van gehoord, dus of die doorbraak is er niet geweest of ik heb hem gemist. Beide vind ik niet erg. Het is mijn pakkie aan niet. Ik drink of bier met alcohol of een frisdrank of desnoods water. Dat vind ik beter te hachelen dan wat brouwers me aan alcoholvrij bier voorschotelen. Maar laat een ieder zijn eigen mening hebben.
Verder is in 2013 PINT weer gegroeid en als actief lid ben ik daar blij mee. Wie nog geen lid is raad ik het aan te doen. Help de vereniging te groeien tot de vertegenwoordiger van de bierconsumenten waar anderen niet omheen konden. Nu kan de organisatie van de week van het Nederlandse Bier nog straffeloos de belangrijkste activiteit (het symposium) negeren in haar programmaboekje. En mij Mongozo laten tappen, maar dat terzijde. Laten we Jeroen gewoon als afscheidscadeau geven dat we voor de ALV in mei nog uitgroeien tot 5000 leden. is ambitieus, maar wie weet!
2013 is ook het jaar van gedoe rond de prijs van bier, maar daarin is dit jaar niet uniek. Wie hoopte dat naar aanleiding van alle commotie en rechtszaken rond contracten tussen brouwer en horeca de zaak meer transparant zou worden zal wederom teleurgesteld zijn. Alles bleef bij het oude, zij het dat de prijzen van bier voor de Horeca wel omhoog gingen. Dat was voor een gezonde bedrijfsvoering (van de grote brouwerijen, niet van de Horeca) of om een andere reden die lekker bekt in de krant maar weinig zegt. Supermarkten blijft deze ongein bespaard, want die hebben macht en daar kunnen brouwers niet tegen op zo lijkt het. Dus blijft er gestunt worden met bier en hebben oproepen om daar iets aan te doen geen effect.
Dan waren er natuurlijk allerlei wedstrijden waar je kon laten zien dat jouw bier het lekkerste dan wel beste was, dat je het best kon tappen of dat je het beste café hebt. Die laatste twee categorieën dan nog het liefst georganiseerd door één brouwer, zodat je weet dat de winnaar het juiste bier tapt. Voor de consument misschien niet handig, maar wel reden voro een feestje voor de marketeers van de brouwerij!
Tenslotte was er de actie tegen de bierbelasting. Uiteindelijk gaat dat maximaal over zo'n 7 dubbeltjes per vat van 20 liter. daardoor schijnen we met z'n allen naar het buitenland te vluchten om daar ons bier te kopen. Dus algehele opstand onder leiding van de Nederlandse Brouwers en met medewerking van brouwers, cafés, consumenten en wie al niet meer. "Storm in een glas water" lijkt me nog de beste samenvatting van maanden actie. Maar het verlegde wel mooi de aandacht van die prijsverhoging die de grote brouwerijen zelf bedacht hadden natuurlijk.
Al met al heb ik me op biergebied wel vermaakt tot nu toe. Nog een paar festivals, een leuk biertje bij de kerstboom, daarna misschien een mooie bier - oliebol combinatie en dan opgewekt naar 2014 toe. Hoewel ik zeker niet uit sluit voor die tijd nog van jullie te horen nu alvast fijne feestdagen en een gelukkig 2014. Met een biertje en zo!
woensdag 20 november 2013
Het beste café
Zo, dat weten we dan weer. Café Olivier uit Utrecht is het beste café van Nederland. Dus met zijn allen daar naar toe?
De jaarlijkse bekendmaking van de Café top100 is weer achter de rug. Café Olivier mag zich het beste café van Nederland noemen, er is een winnaar van de publieksprijs, een snelste stijger, een hoogste binnenkomer, een café met de mooiste website. En er zijn verliezers. Tot de laatste categorie hoort ongetwijfeld café Oosterling in Amsterdam. Ooit getipt als toekomstige winnaar en sindsdien afgezakt tot buiten de top30. Het kan verkeren en je vraagt je af hoe zoiets kan. Van mensen die er regelmatig komen hoor ik dat het café er niet minder op geworden is.
Nu staan er in de top100 ongetwijfeld alleen maar goede cafés. Het is immers maar een zeer klein deel van het totale aanbod in ons land. En dan gaan details tellen. Zo weet ik dat een café ooit uit de top10 verdween, omdat het bij de thee geen schoteltje voor het zakje zat. Aangezien het hier een bierproeflokaal betreft was dit de meeste gasten nog niet opgevallen. Het jaar erop stonden ze overigens weer in de top5.
Vervelender wordt het echter wanneer in de toelichting bij de plek dingen staan die pertinent onjuist staan. Bijvoorbeeld een opmerking dat op het terras geen bediening is, terwijl dat wel degelijk het geval is. In zo'n geval wordt een café gewoon benadeeld, doordat ze een lagere klassering krijgen dan ze verdienen. Ik vraag me dan ook af of er een controle mechanisme is om te checken of de rapporten die over cafés worden uitgebracht nog kloppen ook. Misset zegt op haar site van wel, maar dan wordt het lastig om te begrijpen hoe dergelijke missers kunnen ontstaan.
Een ding weet ik in elk geval zeker: bij Olivier zullen ze deze ranglijst de beste vinden die er is. In Meppel zullen ze waarschijnlijk betogen dat de publieksprijs veel belangrijker is, omdat het tenslotte het publiek is waarvoor je het allemaal doet. Weer ergens anders zullen ze het belang van een goede internet site benadrukken. En de verliezers zullen vooral benadrukken dat zo'n lijst maar relatief is en dat de waardering van hun vaste gasten veel belangrijker is.
Ondertussen gaan de rapporteurs weer op pad en begint het circus weer van voren af aan. Volgend jaar om deze tijd zullen dan weer winnaars en verliezers bekend worden gemaakt. Olivier zal daar dan in ontbreken, omdat de winnaar een tijd lang naar de eregalerij verdwijnt. Alle kans dus voor de huidige nummer 2 om dan te winnen? Dat valt nog te bezien als we de ontwikkelingen bij Oosterling bekijken...
De jaarlijkse bekendmaking van de Café top100 is weer achter de rug. Café Olivier mag zich het beste café van Nederland noemen, er is een winnaar van de publieksprijs, een snelste stijger, een hoogste binnenkomer, een café met de mooiste website. En er zijn verliezers. Tot de laatste categorie hoort ongetwijfeld café Oosterling in Amsterdam. Ooit getipt als toekomstige winnaar en sindsdien afgezakt tot buiten de top30. Het kan verkeren en je vraagt je af hoe zoiets kan. Van mensen die er regelmatig komen hoor ik dat het café er niet minder op geworden is.
Nu staan er in de top100 ongetwijfeld alleen maar goede cafés. Het is immers maar een zeer klein deel van het totale aanbod in ons land. En dan gaan details tellen. Zo weet ik dat een café ooit uit de top10 verdween, omdat het bij de thee geen schoteltje voor het zakje zat. Aangezien het hier een bierproeflokaal betreft was dit de meeste gasten nog niet opgevallen. Het jaar erop stonden ze overigens weer in de top5.
Vervelender wordt het echter wanneer in de toelichting bij de plek dingen staan die pertinent onjuist staan. Bijvoorbeeld een opmerking dat op het terras geen bediening is, terwijl dat wel degelijk het geval is. In zo'n geval wordt een café gewoon benadeeld, doordat ze een lagere klassering krijgen dan ze verdienen. Ik vraag me dan ook af of er een controle mechanisme is om te checken of de rapporten die over cafés worden uitgebracht nog kloppen ook. Misset zegt op haar site van wel, maar dan wordt het lastig om te begrijpen hoe dergelijke missers kunnen ontstaan.
Een ding weet ik in elk geval zeker: bij Olivier zullen ze deze ranglijst de beste vinden die er is. In Meppel zullen ze waarschijnlijk betogen dat de publieksprijs veel belangrijker is, omdat het tenslotte het publiek is waarvoor je het allemaal doet. Weer ergens anders zullen ze het belang van een goede internet site benadrukken. En de verliezers zullen vooral benadrukken dat zo'n lijst maar relatief is en dat de waardering van hun vaste gasten veel belangrijker is.
Ondertussen gaan de rapporteurs weer op pad en begint het circus weer van voren af aan. Volgend jaar om deze tijd zullen dan weer winnaars en verliezers bekend worden gemaakt. Olivier zal daar dan in ontbreken, omdat de winnaar een tijd lang naar de eregalerij verdwijnt. Alle kans dus voor de huidige nummer 2 om dan te winnen? Dat valt nog te bezien als we de ontwikkelingen bij Oosterling bekijken...
vrijdag 15 november 2013
Het ultieme antwoord?
"Die entgültige Antwort auf die Frage nach dem wahren Pils" Wie weet hoe goed mijn Duits is zal direct herkennen dat deze tejst niet van mij komt. Hij staat op een fles. Maar is het waar?
Het flesje is van Brauerei Rittmayer OGH en het gaat om BITTER 42. Die 42 slaat dan op de bittereenheden en het bier is volgens nog steeds hetzelfde etiket voor alle "Aromahopnerds". Toch benieuwd wie zich door zo'n aanduiding aangesproken voelt. Nu ben ik niet iemand die goed is in uitgebreide proefnotities met prachtige volzinnen over diverse kleuren fruit en dergelijke. Die zal ik nu dan ook niet geven.
Maar ik vraag me wel af waar die claim als zou dit het ultieme antwoord zijn op de vraag naar een echte pils. Dat komt dan niet eens doordat naar mijn mening het ultieme antwoord 42 moet zijn en ze er dus een naast zitten. Het komt meer omdat ik me af zit te vragen of dat ultieme antwoord wel bestaat als het om Pilsener gaat en zo ja hoe dat ultieme antwoord zou moeten luiden. Ik ken diverse Pilseners en een aantal daarvan zijn uitstekend te drinken. Vooral de Duitse en de wat meer bittere Nederlandse kan ik wel waarderen. Aan mijn enige deelname aan de ABT proefwedstrijd heb ik wel over gehouden dat ze verrekte lastig uit elkaar zijn te houden. Dat nog niet eens vanwege het feit dat ik hem fout had, maar vooral ook omdat anderen hetzelfde probleem hadden.
Deze Pils van Rittmayer uit Hallendorf zou daar dus op enige manier boven uit moeten steken. Het spijt me, maar mij is dat niet opgevallen. Ja hij was best mooi en had een lekkere hop bitterheid.Maar steekt hij echt uit boven bijvoorbeeld Jever? Als het zo is, dan is dat mij ontgaan. Ik vraag me ook af of kenners ijn een blindproeverij deze er echt uit zouden halen en prijzen als de ultieme Pilsener. Als dat zo is, dan hoor ik dat graag. Tot die tijd houd ik het echter gewoon op: een mooie Pilsener die zich zeker kan meten met andere.
Voel ik me nu bekocht? Wel nee! Ik zoek helemaal niet naar een ultiem antwoord. Ik zoek gewoon naar lekker bier en dat is het. Maar die overdreven reclamepraat hoeft van mij niet, zeker niet van een brouwerij uit Beieren. Laat die jongens en meiden gewoon doen waar ze goed in zijn: goede bieren brouwen!
Het flesje is van Brauerei Rittmayer OGH en het gaat om BITTER 42. Die 42 slaat dan op de bittereenheden en het bier is volgens nog steeds hetzelfde etiket voor alle "Aromahopnerds". Toch benieuwd wie zich door zo'n aanduiding aangesproken voelt. Nu ben ik niet iemand die goed is in uitgebreide proefnotities met prachtige volzinnen over diverse kleuren fruit en dergelijke. Die zal ik nu dan ook niet geven.
Maar ik vraag me wel af waar die claim als zou dit het ultieme antwoord zijn op de vraag naar een echte pils. Dat komt dan niet eens doordat naar mijn mening het ultieme antwoord 42 moet zijn en ze er dus een naast zitten. Het komt meer omdat ik me af zit te vragen of dat ultieme antwoord wel bestaat als het om Pilsener gaat en zo ja hoe dat ultieme antwoord zou moeten luiden. Ik ken diverse Pilseners en een aantal daarvan zijn uitstekend te drinken. Vooral de Duitse en de wat meer bittere Nederlandse kan ik wel waarderen. Aan mijn enige deelname aan de ABT proefwedstrijd heb ik wel over gehouden dat ze verrekte lastig uit elkaar zijn te houden. Dat nog niet eens vanwege het feit dat ik hem fout had, maar vooral ook omdat anderen hetzelfde probleem hadden.
Deze Pils van Rittmayer uit Hallendorf zou daar dus op enige manier boven uit moeten steken. Het spijt me, maar mij is dat niet opgevallen. Ja hij was best mooi en had een lekkere hop bitterheid.Maar steekt hij echt uit boven bijvoorbeeld Jever? Als het zo is, dan is dat mij ontgaan. Ik vraag me ook af of kenners ijn een blindproeverij deze er echt uit zouden halen en prijzen als de ultieme Pilsener. Als dat zo is, dan hoor ik dat graag. Tot die tijd houd ik het echter gewoon op: een mooie Pilsener die zich zeker kan meten met andere.
Voel ik me nu bekocht? Wel nee! Ik zoek helemaal niet naar een ultiem antwoord. Ik zoek gewoon naar lekker bier en dat is het. Maar die overdreven reclamepraat hoeft van mij niet, zeker niet van een brouwerij uit Beieren. Laat die jongens en meiden gewoon doen waar ze goed in zijn: goede bieren brouwen!
dinsdag 5 november 2013
Keuringen, wat heb ik er aan
Ze zullen ongetwijfeld niet helemaal vergelijkbaar zijn, maar als ik de verkiezing van het beste Bockbier en de Brussels Beer Challenge bekijk vraag ik me af wat ik daar als consument nu aan heb.
Zowel tijdens de presentatie van de uitslag van de verkiezing van het beste Bockbier als op de site van de Brussels Beer Challenge viert de objectiviteit hoogtij. Persoonlijke smaak speelt geen rol, de proevers zijn professioneel en er is sprake van stijlen dan wel “homogene categorieën in hun oorsprong”. Wat ik me daarbij precies voor moet stellen wordt dan weer een stuk lastiger, in beide gevallen is een beschrijving van stijl dan wel categorie ongetwijfeld aanwezig, maar voor mij niet vindbaar.
Wat in Brussel ook volstrekt geheim moet blijven is welke brouwerijen niet gewonnen hebben. Naar verluidt willen brouwers liever niet mee doen als de kans bestaat dat dit bekend wordt en ze niet in de prijzen vallen. Voor mij als consument blijft het dus volstrekt duister of brouwerijen die niet op de lijst met winnaars staan minder goed zijn of dat ze gewoon niet mee deden. Dat werpt ook de vraag is of de winnende bieren gewoon de beste zijn, of dat ze toevallig door een brouwer met wat meer lef gebrouwen zijn. De vraag hoe groot de verschillen tussen de winnende bieren en de rest is blijft bij beide keuringen onbeantwoord. Als consument mag ik de winnaars weten en de rest blijft strikt geheim.
Bij de verkiezing van het beste bockbier komt daar nog wat bij. Waarschijnlijk omdat er categorieën zijn die anders slechts een gering aantal deelnemers kennen en het ook niet wenselijk is een ellenlange lijst met winnaars te presenteren zijn categorieën bij elkaar gestopt. Dat levert af en toe voor de toeschouwer onbegrijpelijke lijsten met winnaars op, waarin een pompoen rozijnenbier en een rookbock gebroederlijk bij elkaar staan. Uiteindelijk zal het allemaal wel kloppen volgens de regels en zal elk bier binnen zijn eigen stijl zijn beoordeeld, maar ik vind het wat raar staan. En ik hoor om me heen dat ik niet de enige ben.
Nu wil ik met bovenstaand verhaal niet beweren dat de organisatie van een of beide keuringen niet integer zou zijn en ook de deskundigheid van de jury’s trek ik niet in twijfel. Ik krijg echter wel het gevoel dat dergelijke keuringen vooral bedoeld zijn voor de professionals in de bierwereld. De website van de Brussels Beer Challenge suggereert dat ook. Als consument mag ik er verder naar kijken en de winnaars toejuichen. En verder natuurlijk gewoon verder gaan met mijn zoektocht naar mooie bieren of ze nu gewonnen hebben of niet. Waarbij ik één ding zeker weet: mijn bevindingen zijn puur subjectief en bij mij gaat het niet om de vraag of een bier binnen de stijl blijft en neemt "lekker vinden" een grote plaats in. Wat een brouwer of wie anders daar dan aan heeft is natuurlijk dan weer de vraag!
Zowel tijdens de presentatie van de uitslag van de verkiezing van het beste Bockbier als op de site van de Brussels Beer Challenge viert de objectiviteit hoogtij. Persoonlijke smaak speelt geen rol, de proevers zijn professioneel en er is sprake van stijlen dan wel “homogene categorieën in hun oorsprong”. Wat ik me daarbij precies voor moet stellen wordt dan weer een stuk lastiger, in beide gevallen is een beschrijving van stijl dan wel categorie ongetwijfeld aanwezig, maar voor mij niet vindbaar.
Wat in Brussel ook volstrekt geheim moet blijven is welke brouwerijen niet gewonnen hebben. Naar verluidt willen brouwers liever niet mee doen als de kans bestaat dat dit bekend wordt en ze niet in de prijzen vallen. Voor mij als consument blijft het dus volstrekt duister of brouwerijen die niet op de lijst met winnaars staan minder goed zijn of dat ze gewoon niet mee deden. Dat werpt ook de vraag is of de winnende bieren gewoon de beste zijn, of dat ze toevallig door een brouwer met wat meer lef gebrouwen zijn. De vraag hoe groot de verschillen tussen de winnende bieren en de rest is blijft bij beide keuringen onbeantwoord. Als consument mag ik de winnaars weten en de rest blijft strikt geheim.
Bij de verkiezing van het beste bockbier komt daar nog wat bij. Waarschijnlijk omdat er categorieën zijn die anders slechts een gering aantal deelnemers kennen en het ook niet wenselijk is een ellenlange lijst met winnaars te presenteren zijn categorieën bij elkaar gestopt. Dat levert af en toe voor de toeschouwer onbegrijpelijke lijsten met winnaars op, waarin een pompoen rozijnenbier en een rookbock gebroederlijk bij elkaar staan. Uiteindelijk zal het allemaal wel kloppen volgens de regels en zal elk bier binnen zijn eigen stijl zijn beoordeeld, maar ik vind het wat raar staan. En ik hoor om me heen dat ik niet de enige ben.
Nu wil ik met bovenstaand verhaal niet beweren dat de organisatie van een of beide keuringen niet integer zou zijn en ook de deskundigheid van de jury’s trek ik niet in twijfel. Ik krijg echter wel het gevoel dat dergelijke keuringen vooral bedoeld zijn voor de professionals in de bierwereld. De website van de Brussels Beer Challenge suggereert dat ook. Als consument mag ik er verder naar kijken en de winnaars toejuichen. En verder natuurlijk gewoon verder gaan met mijn zoektocht naar mooie bieren of ze nu gewonnen hebben of niet. Waarbij ik één ding zeker weet: mijn bevindingen zijn puur subjectief en bij mij gaat het niet om de vraag of een bier binnen de stijl blijft en neemt "lekker vinden" een grote plaats in. Wat een brouwer of wie anders daar dan aan heeft is natuurlijk dan weer de vraag!
Abonneren op:
Posts (Atom)





