Translate

maandag 4 augustus 2014

Ben ik te romantisch?

Het was al weer een paar jaar geleden dat ik voor het laatst op de biermarkt in Haarlem was geweest. Andere besognes en zo. Tijd om weer eens te gaan.

Wie ooit mijn verhalen over de biermarkt gelezen heeft weet dat ik daar graag kwam. Ongedwongen sfeer, lekkere bieren, wat praten met de brouwers, kortom waarvoor je naar zo'n gelegenheid gaat. Dus toog ik vol goede moed naar de botermarkt om het allemaal nog eens mee te maken. En ja hoor, het was er allemaal weer. Ik heb daar dan ook een uitstekende middag beleefd. En toch was het op een aantal punten anders. een paar punten vielen me op.

Om te beginnen was daar het glas, dat mijn eigendom werd en niet retour genomen werd. Ik vind dat jammer. Ik heb thuis nogal wat glazen van festivals staan en langzamerhand heb ik de keuze tussen het niet meer bewaren van glazen en het bij kopen van kastruimte. Misschien dat het ooit gaat veranderen, maar ik neig toch naar het eerste. Daarbij snap ik best dat het glas tevens toegangskaartje is en dat je er voor betaalt. Maar als ik EUR 5,-- had moeten betalen en EUR 2,-- retour had gekregen was me dat liever geweest, terwijl ik per saldo meer betaald had. Al was het alleen maar omdat dat glas dan hergebruikt kan worden in plaats van bij mij thuis te verstoffen of in de glasbak te eindigen.

Dan kom ik niet onder de prijs uit. Ik snap best dat goed bier een goede prijs verdient en dat bijzondere bieren nu eenmaal meer grondstoffen vergen en ook op andere punten bewerkelijk zijn. Dat je dus meer betaalt dan voor een normaal pilsje is me duidelijk. Ik vertel het verhaal vaak genoeg om het te geloven. Maar EUR 2,50 voor een glas is toch behoorlijk aan de prijs als dat glas slechts 0,1 liter bevat. En als ik om me heen luisterde was ik niet de enige. Ik hoorde meer mensen opmerkingen maken over zowel de prijs als de grootte van het glas. Je kunt daar tegen in brengen, dat het vooral om proeven gaat dus een klein glas net zo goed is. Klinkt mooi, maar op een of andere manier toch niet geheel bevredigend.

Wat rest zijn wat kleine dingen. Zo heb ik het gevoel dat de horeca steeds verder op dringt en dat dit ten koste is gegaan van het aantal tafels om aan te hangen of te gebruiken als steun als je notities wilt maken. Iets waarvoor het, weer fraaie en informatieve, boekje alle ruimte gaf. Ook moest je nogal een tijd in de rij staan als je muntjes weer eens op waren en zorgde dat voor enige wrevel bij het personeel van de horeca gelegenheid er tegenover, tot de rij niet meer op het terras kwam, maar ervoor boog. Ik zag ergens een suggestie om de muntverkoop meer aan het begin van de markt te maken. wie weet een goed idee. Verder hebben meerdere festivals goed ervaringen met "starterspakketten". Een vast aantal muntjes plus glas voor een mooi rond bedrag. Idealiter kun je ergens apart gepast betalen zodat je minder in de rij hoeft te staan. Ik heb diverse malen gezien dat het werkt!

Als ik dit zo terug lees, dan moet ik het wel zwaar gehad hebben. Wel nu: dat was zeker niet het geval. Maar zoals oudere mannen overkomt: soms denk je terug aan vroeger. Aan de periode dat het allemaal net iets ongedwongener was. Misschien uit pure noodzaak, maar ik vond dat juist mooi. Gewoon met z'n allen gezellig een biertje drinken. Maar het kan best zijn dat die tijd vooral in mijn hoofd bestaat. Dat ik dingen die minder goed waren toen ben vergeten. Ik ben misschien een festivalbezoeker van de oude stempel die er aan moet wennen dat dingen veranderen. Dat het presenteren van je bier mooi is, maar de schoorsteen ook moet roken. Of maatregelen genomen moeten worden om de toeloop aan te kunnen. Ik weet dat niet. Ik merk alleen dat ik er toe neig te zeggen dat het vroeger beter was, iets waar ik eigenlijk een bloedhekel aan heb. Maar goed misschien ga ik minder met de tijd mee dan ik denk en ben ik gewoon te veel romanticus...

zondag 27 juli 2014

Rouwen en laten rouwen...

Dit verhaal gaat niet over bier. Dat komt later weer. Nu gaat het over iets dat me de afgelopen week opviel.

Mijn moeder kan me nog vertellen over uitvaartplechtigheden die vroeger in mijn geboortedorp werden gehouden. Toen was het nog de gewoonte dat de naaste familie als eerste de kerk binnen kwam en de anderen later volgden. Die anderen letten natuurlijk in het bijzonder op hoe de familie er bij zat. Huilden ze wel genoeg, maar ook niet te veel. Hadden ze gepaste kleren, wie troostte wie. Kortom de familie voelde de ogen van de anderen in de rug prikken en wist dat er nog lang over gesproken zou worden. Niet altijd in positieve zin, zoveel was ook duidelijk.

Dat verhaal kwam weer naar boven toen ik diverse commentaren las op de mensen die langs de snelweg en bij de kazerne stonden toen de rouwauto's met de slachtoffers van de vliegramp langs reden. De gedragingen van die mensen werden uitgebreid geanalyseerd en er deugde weinig van.Waarna de waardeoordelen over die mensen vervolgens niet mals ware.

Ik vraag me af waarom mensen dat doen? Is het hun manier om de rouw te verwerken na de vliegramp? Willen ze graag laten zien dat zij wel weten hoe het heurt? Of is het gewoon spontane verontwaardiging? Geen idee, maar de drang was blijkbaar groot.

Ik heb geen idee wie er allemaal langs de weg stonden. Ik kan niet uitsluiten dat er ramptoeristen bij waren. Die heb je overal, dus waarom nu niet. Maar mijn sterke indruk was dat hier mensen stonden die op hun manier hun kleine bijdrage wilden leveren aan de plechtigheid om uiteindelijk 298 mensen via Hilversum thuis bij hun familie te brengen. Die hun medeleven wilde tonen, of die gewoon een uitweg zochten voor hun rouw. En dat dezen ze op hun manier. Niet altijd volgens de etiquette. Niet altijd op een manier waarop anderen denken dat je het moet doen. Nee, gewoon zoals zij dachten dat het goed was.

Het was een bijzondere gebeurtenis afgelopen week en een waarvan ik hoop dat we die (behoudens de veilige terugkomst van de resten van mensen die nu nog in de Oekraïne liggen) nooit mee mee hoeven te maken. Maar mocht dat ooit wel zo zijn: laten we dan de mensen de gelegenheid geven om te rouwen en medeleven te tonen op hun manier. Ook al is dat niet helemaal volgens de regels...

maandag 14 juli 2014

After the Beerrush?

Bier is in. Bier is hot. Nieuwe brouwerijen komen, bestaande groeien. Andere initiatieven worden ontplooid. Bier levert geld op.

Als je in de bierwereld je oor te luister legt lijkt het soms of iedereen die ook maar iets met bier te maken heeft ter plekke verandert in een soort Midas. Alles wat hij of zij aanraakt verandert meteen in goud. Wie geld wil verdienen moet iets met bier doen. Als je dat kunt, dan begin je een brouwerij of huurt capaciteit. Liggen daar je kwaliteiten niet, of heb je een hekel aan schoonmaken, dan zijn er andere methoden. Bieradvies geven is in, liefst met spijs er bij. Webshops beginnen ook her en der en ze zijn allemaal zeer uniek lees ik. Bieren bewaren om te beleggen kun je ook al laten doen en ik maak me sterk dat dit initiatief anderen inspireert om hetzelfde te gaan doen. Kortom: bier en wat er omheen is als nieuwe goudkoorts.

Nu zijn daar zonder twijfel veel mensen bij die een goed plan hebben en dat uitvoeren. Ondernemers die hun kansen pakken en met mooie dingen komen. Maar anderen? Of een bier te drinken is weet ik snel genoeg als ik er een proef. En brouwers die niet met goed bier komen zullen op den duur gaan verdwijnen, daar ben ik van overtuigd. Consumenten zullen steeds meer kennis maken met goede bieren en de andere laten liggen. dan kan je als brouwer nog een tijdje proberen met gimmicks de zaak te redden, maar eens komt het einde. Consumenten bedot je namelijk niet eeuwig. Prutsers gaan verdwijnen, wat niet betekent dat iedereen die het niet redt een prutser is overigens

Maar hoe zit het met die adviesbureautjes? Hoe onderscheid je een goed advies van een slecht? Hoe weet je dat wanneer je bijvoorbeeld als café minder succes met je bierkaart hebt dat dit aan het advies dat je gekregen hebt ligt en niet aan je eigen kwaliteiten als uitbater? Welke bescherming is er voor klanten? Ik hoor graag dat ik slecht ben ingelicht, maar heb nog nooit van een soort keurmerk voor bieradviseurs gehoord. De opleiding die iemand gevolgd heeft kan een aanwijzing zijn, maar verder moet je als potentiële klant vooral op vertrouwen en ervaringen van anderen af gaan lijkt me zo. Want als klant is de kans groot dat je anderen laat spelen met jouw centen en ze er nog voor betaalt ook. Dan moet je toch wel een beetje weten dat degene die dat doet zijn vak verstaat.

De ontwikkelingen gaan hard momenteel en dan gebeuren er soms de meest vreselijke dingen. Denk aan het 24Kitchen filmpje waar een mevrouw een biercocktail maakt met frambozen en witbier. Terloops vertelt ze dat witbier troebel is omdat het niet gegist is en dat weissbier iets anders is, omdat dit met tarwe is gemaakt. Ik weet niet of ik moet lachen of huilen, maar neig naar het laatste. Iemand heeft deze mevrouw dat verteld. Die iemand dacht waarschijnlijk nog gelijk te hebben ook. En de mensen van 24Kitchen geloofden het verhaal en dus horen hun kijkers dat.  de schaduwkant van het biersucces.

Over een paar jaar komen we waarschijnlijk in een meer volwassen fase terecht als het gaat om de biermarkt en de periferie daarvan. Er zullen slachtoffers zijn gevallen, anderen zullen succesvol zijn geworden. Nieuwe gegadigden zullen "iets" in de bierwereld gaan doen. Als er al een hype geweest is zal hij over zijn. Maar er zal nog steeds heel veel te genieten zijn, dat geloof ik in elk geval!

maandag 2 juni 2014

Een (bier)bom, maar hopelijk anders

"Amsterdam wordt een bom" schrijft iemand enthousiast naar aanleiding van de aankondiging van een nieuw biercafé. Ik ga er vanuit dat hij bedoelt dal Amsterdam een ware bierexplosie staat te wachten. ik hoop daar op, maar dan toch iets anders.

Ik heb  het eigenlijk niet zo op aankondigingen als "grootste aantal bieren ter wereld". Net als wanneer brouwers roepen dat ze het bier met het hoogste alcoholpercentage hebben doet het me nog het meeste denken aan een wedstrijdje ver plassen. Leuk voor de deelnemers misschien, maar de vraag is wie er iets aan heeft. Dat Delirium in Brussel zo ontzettend veel bieren heeft is dan ook niet automatisch een aanbeveling voor mij. En dat er een Nederlandse vestiging in Amsterdam komt met maar liefst 500 bieren waarvan 20 op tap doet me ook niet in Polonaise over de Dam lopen. Veeleer zit ik met vragen.

Lovers, blijkens de facebookpagina het adres voor nadere informatie, staat bij mij voornamelijk bekend vanwege de rondvaartboten en dat doen ze heel verdienstelijk. Andere projecten, zoals de Floating Dutchman doen het wat minder. Over bier heb eigenlijk nooit iets van ze gehoord, maar ik volg niets alles. Vraag is wel wat ze gaan doen. Om te beginnen: hoe kiezen ze die bieren. Maken ze, eventueel ondersteund door deskundigen, een mooie evenwichtige keuze of tikken ze gewoon de eerst 500 bieren die ze tegen komen aan? Houden ze rekening met het feit dat we hier in Nederland zijn of  nemen ze gewoon de Highlights uit België over? We komen we wel achter waarschijnlijk.

Dat geldt ook voor het personeel. Kun je straks voor een gedegen advies terecht bij hen, of wordt een blik werkstudenten en uitzendkrachten ingehuurd die waarschijnlijk wel de juiste tap weten te vinden en wie weet ook het juiste glas, maar voor wie goed tappen een brug te ver is? Ik ben wel eens met de rondvaartboot van Lovers mee geweest en heb het personeel daarvan in elk geval niet op een enigszins gedegen kennis van de geschiedenis van de stad kunnen betrappen. Om het even bij bier te houden: in 1995 melden dat Amsterdam twee brouwerijen heeft lijkt aardig tot ze er bij zeggend at het om Amstel en Heineken gaat. Als het personeel van het café straks kennis van bier op eenzelfde niveau heeft kan het nog lachen worden daar.

Wie weet valt het allemaal reuze mee en kan iemand me over een jaar of zo fijntjes er op wijzen dat ik in mijn pessimisme het allemaal verkeerd zag. Dat zou mooi zijn. Tot die tijd houd ik me liever bezig met een andere bier bom die in onze hoofdstad aan het barsten is. Op allerlei plaatsen verschijnen namelijk kleine brouwerijen, liefst met eigen proeflokaal. De meeste niet op een toeristische plek, maar ergens in een buurt. Als dat eens door zou gaan zetten: overal in de stad jonge, enthousiaste mensen die bier maken en dat aan hun buurt laten proeven. Kleinschalig, persoonlijk. Natuurlijk zal dan blijken dat in een aantal gevallen dat te hoog is gegrepen en een aantal van die initiatieven zullen een al dan niet zachte dood sterven. Maar ik ben er van overtuigd dat er mooie kleinschalige brouwerijen over blijven. Waar je kunt zien waar je bier gemaakt is. Waar de brouwer toegankelijk is voor mensen die meer willen weten over het bier. Kortom: waar mensen zich lekker thuis voelen met een goed glas bier. Als dat  gaat gebeuren zoek ik mensen om samen mee in polonaise de Dam over te gaan!

maandag 26 mei 2014

Bijkomen van een week met Nederlands bier

De week van het Nederlandse bier zit er op. Afgelopen weekeinde waren er de open brouwerijdagen en diverse andere activiteiten en toen was het over. Wat zou het gebracht hebben?

Met getallen kun je altijd veel kanten op. Je kunt juichen dat nu maar liefst 37 brouwerijen op het openingsfestival waren en dat er 4000 bezoekers (volgens de website van de week) waren. Je kunt juichen dat er 92 brouwerijen en -huurders hun deuren geopend hadden. Aan de andere kant kun je klagen dat zoveel brouwers niet aan de open brouwerijdagen mee deden en al helemaal niet aan het openingsfestival. Was het glas nu halfvol of half leeg? Of was het wel vol. maar is er ruimte om volgend jaar meer glazen te vullen? Eigenlijk is het laatste nog het meest waarschijnlijker: het ging heel goed, maar volgend jaar kan en zal het nog beter zijn!

Ondertussen leek er met de publiciteit iets bijzonders aan de hand. Voor de opening van de week hoorde ik van aandacht in diverse media voor alle moois dat de Nederlandse Bierwereld te bieden had en al die jonge brouwers die zo avontuurlijk waren. Als bierliefhebber zie ik dat graag: aandacht voor dat pracht product, dat ook veel kleurrijker is dan rood, wit en rosé. Maar of het zo moest zijn: na het eerste weekeinde brak het chagrijn los en moesten we weer horen dat we eigenlijk gek zijn om nog bier in ons land te kopen, omdat het over de grens veel en veel goedkoper is. Zou "Nederlandse Brouwers" wel eens onderzoek hebben gedaan naar de vraag in hoeverre het steeds maar roepen dat bier hier zoveel duurder is maakt dat mensen dat gaan geloven en dus maar naar de grens oversteken voor hun inkopen? Ik vond het eigenlijk een beetje een dissonant, net nu we zo lekker samen bezig waren met de promotie van Nederlands Bier.

Ga ik toch weer griepen, terwijl daar verder zo weinig reden voor was. Ik heb genoten van bier en kaas combinaties, van bier en worst combinaties en van een Amsterdamse Avond met Bier, spijs en ook muziek uit de hoofdstad. Ik heb dit weekeinde voor het grootste deel doorgebracht in een Amsterdamse brouwerij en mocht af en toe tijdens het brouwen zelfs op een knopje drukken waardoor de temperatuur steeg. Ondanks dat heb ik begrepen dat het brouwsel wel gelukt is. Hulde aan het brouwteam dat exact wist wat ze me wel en niet konden laten doen. En laten we verder de bierbrunch op zondag niet vergeten, ook iets om nog van na te genieten.

Ik denk dat iedere bierliefhebber zo zijn eigen verhaal van de afgelopen weken heeft. En voor iedereen zal dat weer anders zijn, want de enorme keuze zal ongetwijfeld tot gevolg hebben gehad dat een ieder zijn eigen programma heeft gevolgd, wanhopig pogend om het juiste te kiezen. Dat heb je met zo'n week waarin het succes van het Nederlandse Bier op alle mogelijke manieren wordt gevierd.

Meer goed, het zit er weer op voor een jaar, die week dan. Nu even bij komen en nagenieten. Maar daarna heb ik vast wel weer zin een een biertje en dat kan dan maar zo eentje uit eigen land zijn!

donderdag 8 mei 2014

Respect voor de brouwerijhuurder

In België waarschuwen brouwers voor het verschijnsel huurbrouwer. Deze zouden een bedreiging zijn voor alles wat goed gaat in de bierwereld. Ik ben het daar niet mee eens.

In Haarlem staat in een kerk een brouwerij. Een succesvolle ook. Dat ligt natuurlijk aan de ambiance, maar ook aan de kwaliteit van hun bieren en de diversiteit van hun assortiment. Vandaar ook dat buiten hun eigen café de bieren ook goed lopen en de brouwerij groeit als kool. De basis daarvoor is al jaren geleden gelegd. Jopen, daar gaat het om, was toen een huurbrouwer. Jarenlang op zoek naar een eigen brouwerij en daar ten lange leste in geslaagd.

Dit voorbeeld is niet het enige: er zijn meer brouwerijen die als huurbrouwer het daglicht zagen en ondertussen en eigen ketels hebben. Huurbrouw kan namelijk een heel goede manier zijn om je eigen bieren op de markt te zetten zonder enorme investeringen te doen in een goede brouwinstallatie. Het kan op die manier de inkomsten genereren die nodig zijn om later alsnog eigen ketels aan te schaffen. Die dingen schijnen namelijk nogal duur te zijn.

Voor mij staat het dan ook zeker  niet vast dat huurbrouwers een bedreiging vormen voor de biercultuur. Misschien wel voor de gevestigde orde, maar daar kan ik niet zo mee zitten. Nieuwe bieren zijn wat mij betreft welkom en de consument bepaalt wel wat hij / zij drinkt en wat niet. Op die manier onderscheidt het kaf zich vanzelf van het koren en zal een slechte brouwer vanzelf merken dat niet elk bier avontuur een succesverhaal is. Het staat voor mij ook zeker niet vast dat huurbrouwers mensen zijn die andermans vakmanschap misbruiken. Ik weet dat er brouwers zijn die in andermans ketels zelf de roerstok hanteren, meestal wel onder toeziend oog van de eigenaar van de installatie. Anderen laten hun bier brouwen in een installatie die zodanig is geautomatiseerd dat ze het indrukken van de start knop gerust aan een ander over kunnen laten, maar ontwikkelen wel bieren volgens hun smaak. En er zijn natuurlijk de etiket plakkers, maar daar wil ik het  niet te lang over hebben.

Ik ben er van overtuigd dat de manier waarop op dit moment de biercultuur zich in ons land ontwikkelt voor een groot deel het gevolg is van de aanwezigheid van huurbrouwers met goede ideeën, maar beperkte financiële mogelijkheden. In Nederland zou ik dan ook eerder zeggen dat de huurbrouwers een motor zijn achter onze biercultuur dan een bedreiging. En ik vraag me af of het in België zoveel anders is gesteld.

Vreemd genoeg kwam ik vandaag juist een voorbeeld tegen van een bedreiging van de biercultuur die afkomstig is van een Belgische Brouwer mét eigen installatie. Ik heb het over Liefmans met zijn Fruitesse die je ook nog eens koud moet drinken. "On the Rocks" heet dat dan. Ik krijg dan visioenen van limonade met alcohol en vooral niet te veel smaak naast zoet. Dat soort rare experimenten om een doelgroep te bereiken die waarschijnlijk niet eens bestaat doet volgens mij meer kwaad dan een brouwer die andermans ketels gebruikt om een mooi bier te maken.

maandag 5 mei 2014

4 mei op de dam

De dam op 4 mei: Koning en Koningin, twee minuten stilte, kransleggingen, toespraken, defilé. Maar vooral: herdenken van iets waar mensen blijkbaar toe in staat zijn.

Ik ben van na de oorlog. Ik ken ook geen verhalen van familieleden die meegevoerd en / of vermoord zijn. Ook de hongerwinter is aan het dorp waar mijn ouders voorbij gegaan. Om me een beeld te vormen van de oorlog ben ik dus afhankelijk van ander bronnen.  Geschiedenis op school, programma's op TV, boeken, krantenartikelen en soms een toespraak van iemand die het van nabij heeft meegemaakt. Zoals eerst vanuit de Nieuwe Kerk en daarna vanaf de Dam op 4 mei. Twee mensen die hun verhaal vertelden. Twee verhalen die me af en toe deden grinniken (bijvoorbeeld over de huppelende vader van Jan Terlouw) en op ander momenten diep troffen.

Als ik aan de oorlog denk, dan is er altijd iets van ongeloof. Natuurlijk, ik weet dat het allemaal gebeurd is. Maar dat mensen een ander zo iets aan kunnen doen blijft onwezenlijk voor me. Hoeveel menselijk vernuft werd gestopt in manieren om anderen op industriële schaal dood te maken. Hoe dat nog werd gezien als een oplossing ook. Hoe mensen in de ban raakten van iemand die in mijn beleving niet meer was dan een woeste schreeuwer met waandenkbeelden. Maar ook hoe hele steden weg gevaagd werden zowel door Duitsers als geallieerden. Mijn verstand registreert het allemaal, ik zuig informatie in me op, maar begrijpen doe ik het niet. Het is simpelweg te groot, te bizar ook om te begrijpen. Tijdens de twee minuten stilte speelde dat in hoge mate. De lucht was blauw, er vlogen vogels. In de verte hoorde ik een kind huilen. En er was een vredige stilte. Ik poogde wanhopig mijn gedachten te houden bij de verschrikkingen die we herdachten.

Tijdens het wandelen van het Westerborkpad (inclusief Proloog van Amsterdam CS naar Westerbork, zoveel mogelijk langs de spoorlijn) merkte ik hetzelfde. Tijdens elke etappe werd ik wel gewezen op plaatsen waar Joden hadden gewoond, waar ze weg gehaald waren, waar ze ondergedoken waren geweest en waar ze op transport naar vernietigingskampen werden gezet. Indrukwekkende plaatsen waar ik me voor probeerde te stellen wat mensen meegemaakt moeten hebben. Om dan te beseffen dat ik niet verder kwam dan wat krabbelen aan de oppervlakte. Voor mij was het geen enkele reis. Ik had mijn OV kaart op zak en wist dat ik die avond weer thuis zou komen. Zoiets werkt onbewust toch geruststellend.

Toch stond ik ook dit jaar weer op de Dam. Gewoon, omdat ik daar op dat moment wilde staan. Samen met mensen die nog steeds de wonden van die vreselijke oorlog voelen, die nog steeds geliefden missen die in welke oorlog dan ook zijn gebleven. Ook met mensen die net als ik wat meer moeite hebben om zich dat allemaal voor te stellen, omdat ze altijd gevrijwaard zijn gebleven van de ellende die oorlog met zich brengt. En die daar hopelijk net als ik enorm blij om zijn. Met mij draagt die groep een behoorlijke verantwoordelijkheid. Namelijk om de herinnering aan datgene wat we zo moeilijk kunnen bevatten wel levend te houden. Al was het maar om te voorkomen dat we wel aan den lijve ondervinden hoe het is om oorlog en bezetting mee te maken.

Natuurlijk weet ik ook wel dat met alleen zo'n samenkomst op de Dam en op andere plaatsen in het land voorkom je geen oorlog. Met de volgende dag feesten ook niet. Maar als we met zijn allen er van mee nemen dat de vrijheid waarin we leven niet zo vanzelfsprekend is als we soms misschien denken, dan maken we misschien een beginnetje. Ik weet dat dit op diverse manieren al gezegd en geschreven is en ga dan ook niet voor een prijs wegens originaliteit. Maar misschien kun je dit beter te vaak zeggen dan te weinig.