Translate

vrijdag 26 juli 2013

Bierjournalist zakt door de mand

Hoeveel is er voor nodig om een bierjournalist genadeloos door de mand te laten gaan? Wat mij betreft een paar zinnetjes.

Het is al even geleden dat de brouwers van een bekende Duitse brouwerij een bezoek brachten aan mijn favoriete biercafé. Omdat het daar op tap stond, vroegen ze om hun eigen bier maar dan wel op zijn Duits getapt. Dus laagje voor laagje de schuimkraag opbouwen. Nu was de barkeeper van dienst enigszins eigenwijs, dus hij deed een tegenvoorstel: het eerste bier zou getapt worden zoals daar gebruikelijk. Op zijn Nederlands dus. Daarna konden ze het zo krijgen als ze het hebben wilden. De brouwers stemden in en hebben na dat eerste glas nooit meer om een Duits getapt glas bier gevraagd. Ze bekenden ruiterlijk dat het bier zoals ze dat gekregen hadden veel lekkerder was. En niet zonder reden.

De schuimkraag die wij hier in Nederland zo goed van de pilseners kennen heeft, als het bier goed getapt is, een duidelijke functie. Door de fijne belletjes wordt het koolzuur dat nog in het bier zit als het ware opgesloten. En dat koolzuur geeft een aangenaam mondgevoel en een frisse smaak. Wat je krijgt als je het koolzuur laat ontsnappen kun je gemakkelijk nagaan. Laat een bier maar eens dood slaan en proef het dan. Als een bier niet expliciet is ontworpen om plat te zijn zal het over het algemeen sterk aan smaak hebben ingeboet.

Bij het opbouwen van een schuimkraag uit verschillende laagjes laat de barkeeper het koolzuur ontsnappen. Wat je dan krijgt is het beste te vergelijken met dood bier. De pilseners die ik op die manier heb geproefd smaakten dan ook zonder uitzondering naar dood bier en misten de frisheid van een mooi getapt pilsje. Iets wat die brouwers ook beseften toen ze een keer anders hadden geproefd.

Wat heeft dit alles nu met een journalist te maken? Welnu ik las een citaat in PINT nieuws.  Felix Wilbrink, culinist en voorzitter van de persjury bij de verkiezing van het beste bockbier afgelopen oktober heft daar een lofzang aan op een dame die volgens hem echt heeft leren tappen: stap voor stap zodat bijna alle koolzuur ontsnapt. Beste Felix: dat is niet tappen zoals een pils hoort, dat is een pils vermoorden. Dat zoiets een eind van je huis gebeurde en anders is dan we hier doen wil niet zeggen dat het daarom goed is. Wat mij betreft kiest de organisatie van het beste bockbier volgend jaar een andere voorzitter voor de persjury.

maandag 22 juli 2013

Fancy a Curry?

Zo juist de laatste aflevering gezien van Rick Stein's India. Ik heb een paar afleveringen gemist, maar wat ik zag was mooi en vooral eetlust opwekkend.

Voor wie de goede man niet kent: Rick Stein is TV presentator en vooral ook kok. Volgens Wikipedia is hij chef en mede eigenaar van een restaurant in New South Wales in Australië en heeft hij ook nog wat restaurants en een Fish Shop in Engeland. En hij schrijft boeken, kookboeken natuurlijk. Het zal dan ook niet verbazen dat van de TV serie ook een boek is gemaakt met de recepten die Rick gekookt heeft of heeft opgeschreven van anderen.

De serie was een mengeling van beelden van en informatie over het subcontinent India en een kookprogramma. Voor dat laatste werden gerechten die door de lokale bevolking werden gemaakt afgewisseld met eigen creaties, natuurlijk ook gestoeld op de Indiase keuken. Daarbij viel me vooral op dat ontzettend veel gerechten vrij lang gekookt werden. Als ik Rick Stein mag geloven is het maken van al dat lekkers vooral een kwestie van de tijd nemen om alle smaken goed te laten ontstaan. een snel iets in de magnetron is er niet bij. Wel in de snelkookpan schiet me ineens te binnen.

Verder was het programma in strijd met wat ik hoorde van een arts toen ik mijn vaccinaties ging halen voor een zakelijke reis naar India, die helaas niet door ging omdat ik zo nodig in het ziekenhuis moest gaan liggen. Hij waarschuwde tegen lokaal voedsel en raadde me aan vooral in Internationale hotels te gaan eten om langdurige maag- en darmklachten te voorkomen. En  hier liep een toch echt westers iemand rond die in lokale restaurants at en zelfs bij straat stalletjes. Dat laatste was me al helemaal afgeraden als een actie die misschien niet gelijk aan zelfmoord stond, maar me waarschijnlijk wel dat gevoel zou geven.

Nu weet ik van collega's die wel geweest zijn dat de verhalen over die klachten niet geheel ongegrond zijn. Ik zal de details hier weg laten, maar er zijn mensen die de wereld toch een tijdje voor een doedelzak hebben aangezien. Bovendien zou ik als ik daar zou zijn waarschijnlijk geen heel redactieteam om me heen hebben dat zou kunnen checken welke restaurants je kunt bezoeken zonder in de problemen te komen. Dus zal het vermijden van risico's waarschijnlijk wel handig zijn. Maar aan de andere kant mis je dan waarschijnlijk wel veel. Een dilemma dus. Gelukkig schijnt het zo te zijn dat internationale hotels tegenwoordig mensen inhuren die thuis de meest prachtige, originele curry's maken. Mocht ik op welke manier ooit toch eens in dat land komen is dat misschien de beste optie. Of ik koop het boek en ga zelf hier aan de slag, maar of dat een succes zou worden?

Alles vergeten?

De tour was één groot feest naar ik heb begrepen en ook een duidelijke ommekeer in de geschiedenis van het wielrennen. Op één of andere manier blijf ik sceptisch.

"De Bionische man heeft de tour verlaten"riep een enthousiaste journalist uit, om zichzelf direct te nuanceren met "althans hij is op de terugweg". Nu ben ik het met iedereen eens dat iemand pas schuldig is als hij is veroordeeld en er zijn deze tour geen dopinggevallen geweest lees ik. Dat is natuurlijk mooi, speciaal voor alle wielerfans.

Vanwaar dan mijn scepsis? Wel nu, ik heb hele rijen renners lans zien komend ei allemaal helemaal schoon waren en ook nooit waren betrapt. Die er niet over zouden denken om iets illegaals te doen en elke suggestie daarover boos van zich af wierpen. En afgelopen winter viel de een na de ander van zijn voetstuk. En ik vraag me af of er niet nog een paar renners zijn die nog uit de kast gaan komen of er uit worden getrokken door ijverig speurende journalisten. De tour directie heeft niemand aangewezen die de gele truien van Armstrong over mag nemen, bang als ze zijn dat ook die nieuwe winnaars niet schoon blijken te zijn.

En nu zou dat allemaal ineens voorbij zijn? Ik vind dat lastig om te geloven. Wielrennen is een sport die van je vergt dat je dag in dag uit een bijna bovenmenselijke prestatie levert. Dat hoor je ook altijd van de fans. Bij voetbal bijvoorbeeld moet tussen twee wedstrijden tenminste 48 uur rust zitten. Wielrenners zitten gewoon drie weken achter elkaar op de fiets met slechts een enkele rustdag. En daarbij is het pas echt leuk als ze ook een paar bergen op moeten waarvan menigeen bij het aanzicht de moed al in de schoenen zinkt. Dat is allemaal heroïek van de sport en zeker de tour zou de tour niet zijn zonder deze kwellingen. Dat dan helemaal niemand meer gebruik maakt van middelen die verboden zijn vind ik, gelet ook op het recente verleden, wat lastig te geloven.

Heb ik dan concrete vermoedens? Nee. Wil ik iemand beschuldigen? Nogmaals nee. Er is niemand betrapt, dus nu is iedereen in elk geval onschuldig en zolang van niemand het tegendeel bewezen wordt blijft dat zo. Maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard, zo luidt een oud gezegde. Een tour die schoon lijkt te zijn is voor mij dan ook nog wat mager om alles te vergeten. Dat is al azijnpissen genoemd en wie weet is het dat ook. Laten we hopen dat mijn wantrouwen ongegrond blijkt te zijn en de situatie inderdaad onder controle is.

donderdag 18 juli 2013

Transparantie voorkomt hommeles tussen café en brouwerij

Nu is het dus Henk Westbroek die ruzie heeft met Bavaria. Het lijkt wel of steeds meer café eigenaren problemen hebben met hun leverancier. Transparantie zou een hoop kunnen voorkomen.

Zoals altijd staan ook de verklaringen van Westbroek en Bavaria weer behoorlijk tegen over elkaar. Aan de ene kant roept Westbroek dat Bavaria "crimineel gedrag" vertoont. Anderzijds zijn er de wat zalvende woorden van de brouwerij. Die wil er met de gewaardeerde klant graag uitkomen en heeft al goede gesprekken gehad. Dat is toch een andere toon dan "Denk maar niet dat je Bavaria aan kunt". Dat had de brouwerij namelijk eerder gezegd volgens Westbroek. Ga er maar eens aan staan om te achterhalen wat nu de waarheid is. Wie er gelijk zal krijgen merken we vanzelf wel, als de zaak niet onopvallend dood gaat bloeden omdat Westbroek en Bavaria dat beter uit komt.

Ondertussen lijkt hier ook gebrek aan transparantie weer een belangrijke factor. Bavaria zou afspraken niet op papier hebben willen zetten en ik heb in elk geval niet gelezen dat ze zeggen dat dit een vergissing was en er natuurlijk een schriftelijke overeenkomst komt waarin afspraken over kortingen etc, vast liggen. In plaats daarvan in mijn ogen wollige teksten over er uit willen komen en dan nog een staartje in de vorm van een opmerking dat Westbroek natuurlijk niet hoeft te huren. ofwel hij kan oprotten als hij het er niet mee eens is. Weinig duidelijk allemaal.

Terwijl volgens mij duidelijke en transparante afspraken de basis moeten vormen voor een goede zakelijke relatie. Je hoeft elkaar niet eens aardig te vinden, als je maar duidelijk vast hebt liggen wie wat van de ander kan verwachten. Dan helpt het natuurlijk niet als de ene partij zich in een machtspositie bevindt ten opzichte van een andere. En de constructie van brouwerij én verhuurder van een zaak plaatst de brouwer in zo'n positie. Waardoor hij er geen belang bij heeft om te werken aan de zo nodige transparantie. Hij kan rustig aanrommelen, want in de praktijk heeft de kroegbaas het maar te slikken.

Ik zie in het buitenland een aantal goede ontwikkelingen. Zo worden in Engeland brouwerijen met veel pubs aan zich gebonden in de gaten gehouden. In Mexico worden exclusiviteits contracten onder handen genomen. In Nederland heeft de partij die daar over gaat geconstateerd dat er niets aan de hand is. De conflictehn tussen Horeca en Brouwerijen lijken echter anders te suggereren.

woensdag 17 juli 2013

Zorgt brouwerfamilie voor zichzelf ten koste van brouwerij?

De familieaandeelhouders van Moortgat zorgen goed voor zichzelf, zo werd onlangs bekend. Maar wat betekent dat voor de brouwerij?

Eigenlijk raakt het me niet zo. Ik drink weinig bier van Moortgat en breng er dus ook weinig geld naar toe, maar ik krijg het idee dat de aandeelhouders van die brouwerij een beetje als hedgefund fungeren en dan als een slechte. De truc van dat soort investeerders is naar ik heb begrepen om zoveel mogelijk eigen vermogen uit een bedrijf te halen en dat te vervangen door vreemd vermogen. Op die manier zorg je voor een aantrekkelijk rendement voor je investeringen, maar zadelt het bedrijf vervolgens op met een schuldenlast.

Welnu: de Moortgatjes hebben met zijn vieren zichzelf een dividend van EUR 92,5 miljoen toegekend en dat is fors meer dan de aandeelhouders over 2011 kregen, dat was namelijk EUR 7,6 miljoen. En dat moesten ze dan met veel meer mensen delen, want het aandeel was beurs genoteerd.

De exit van de beurs was deels met geleend geld gefinancierd en dus moet de brouwerij zo'n slordige 72 miljoen aan leningen uit de jaarlijkse kasstroom afbetalen en daar komt dan ongetwijfeld nog rente bovenop. Volgens de Financiële Telegraaf, die met dit bericht kwam, ging daarmee de financiële positie van de brouwerij behoorlijk op de schop. Ofwel dat geld is niet zo maar iets in de marge, het is een substantieel deel van de financiën in het bedrijf.

Als die 72 miljoen aan lening al voor een forse verandering van de financiële positie van de brouwerij zorgen, hoe zit het dan met die 92,5 miljoen? Dat moet toch zeker een forse aderlating zijn voor het bedrijf. Vandaar dat ik me afvraag of dit goed voor de brouwerij is. Of die nu nog meer bij moet lenen staat niet vermeld, maar als ze dat geld op de plank hadden liggen, waarom dan geleend voor die beurs exit? Er zal een logische verklaring zijn, maar ik zie hem niet.

Zoals ik al schreef: mij raakt het persoonlijk niet zo. Maar als een brouwerij als deze door financiële grappen van de aandeelhouders naar de filistijnen zou gaan lijkt me dat niet bepaald klein bier!



Het was een leuk feestje

Mooi weer, een goed biertje, vlees dat volgens de regelen der kunst geroosterd was en diverse mensen die optraden, wat wil een mens nog meer!

Afgelopen zondag was ik in Amsterdam Noord. Nu gebeurt dat wel vaker, ik woon in dat stadsdeel, maar die avond was een bijzondere. Het was de avond van het "Sausage Fest". De bedoeling was dat iedereen zijn eigen vlees zou mee nemen (iets anders mocht ook begreep ik) en dat dit dan op de Barbecue zou gaan. Daarnaast was iedereen uitgenodigd om op te treden. Muziek mocht, maar iets anders ook, zo stond in de uitnodiging op facebook.

Gelukkig had degene die de uitnodiging maakte dit op de juiste manier gedaan, en dus bleven Harense toestanden uit. Het werd gewoon een fantastische avond. Dat begon er al mee dat de mensen die de barbecue verzorgden dat met verstand deden en dus het ding rustig uit lieten branden tot het houtskool netjes gloeide zoals dat hoort. Waardoor de gerechten netjes gegrild werden en niet van buiten zwart en van binnen rauw waren. Daarbij smaakten zowel de Johnny van brouwerij de Prael (uit houten vat) als de Op&TOP van de Molen uitstekend. Ik ben geen expert op het gebied van spijs en bier, maar voor mij was het goed.

En er waren de optredens. In de categorie "Singer Songwriter" kwamen diverse artiesten voorbij. De een wat ervarener dan de andere schat ik in, maar zonder uitzondering de moeite van het beluisteren meer dan waard. Waarbij diverse mensen niet schroomden om persoonlijke gevoelens te vertolken, wat hier en daar voor een traantje dan wel kippenvel zorgde. Aan de andere kant was er de droge humor van een man wiens naam me is ontschoten (ligt aan mij, niet aan hem), maar die een aantal fraaie liederen bracht en daarmee het publiek in extase bracht.

Kortom: het was een mooie avond daar bij die studentenflat. Ik ging dan ook iets later dan gepland naar huis en het was mooi dat het simpel te lopen was voor me. Het schijnt de bedoeling te zijn dit nogmaals te organiseren. Ik ben daarvoor in!

zondag 14 juli 2013

Hoe kritisch zijn (bier)journalisten?

Ze blijven maar binnen stromen: de voorbeelden van slordige journalistiek als het om bier gaat. Nu weer over bierprijzen.

Printprice heet de website. Het is een site waar bierprijzen vergeleken worden. Nuttig zou je denken, maar er is een catch: iedereen kan bijdragen en de enige manier waarop fouten worden gecontroleerd is als iemand een correctie aanbrengt. Enige controle ontbreekt ten ene male en dat heeft er toe geleid dat een Sander, volgens zijn eigen melding op bier.blog.nl, een plaats Zwaffeloo heeft ingevoer met een prijs van EUR 6,34 per liter. Flauw?  Misschien, maar in elk geval een bewijs dat de site lekken vertoont.

Toch zet de economische redactie van een groot landelijk dagblad de bevindingen van deze site zonder enige nuancering op de voorpagina van hun financieel katern. Daarbij nemen ze zonder meer de bewering over dat in Zwartebroek, gemeente Barneveld. een halve liter slechts 68 cent kost. Is iemand daar even langs gegaan om dat te checken? Ik niet maar het bedrag lijkt me heel erg laag tenzij het om een illegale feestschuur gaat.  Ook de uitslag van een stemming over de favoriete merken van de bezoekers wordt zonder meer overgenomen zonder te vermelden dat je kunt kiezen uit een aantal merken en weer extra moeite moet doen  om je eigen merk er tussen te zetten.

Dit sluit naadloos aan op de verhalen die ik las over het Alcoholvrij bier en over de gevolgen van de bieraccijns. Als het om bier gaat ontbreekt blijkbaar elke drang om datgene wat met zoveel stelligheid beweerd wordt te checken. Ik heb met groot genoegen gaten geschoten in de onderzoeken van Nederlandse Brouwers en veel moeite kostte me dat niet. Ook van deze site is vrij vlot aan te tonen dat hij op zijn minste en beetje rammelt en op zijn slechts open staat voor manipulatie van de uitslag. Dan moeten journalisten dat toch ook kunnen? Of hebben ze op school alleen geleerd persberichten over te schrijven? Ik zou het haast denken.

Er zijn mensen die beweren dat de sportjournalistiek ongeveer het laagste niveau is dat je als journalist kunt bereiken en dat wanneer je als journalist nergens aan de bak kunt je altijd daar nog terecht kunt. Als mijn waarnemingen me niet bedriegen zou een mislukte sportjournalist wel eens met succes artikelen over bier kunnen schrijven. Ik hoop dat ik het mis heb op dit punt.